← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2023:201

203531 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 7 september 2020, 20/72 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht (college) Datum uitspraak: 17 januari 2023 Zitting heeft: mr. E.C.E. Marechal Griffier: B. van Dijk Ter zitting zijn verschenen: mr. M.B. Visser namens appellante. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.V. Dieckmann. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Het gaat in deze zaak om het opleggen van een maatregel, waarbij het college de bijstand van appellante vanaf 1 september 2019 met 100% heeft verlaagd voor de duur van een maand. Aan dat besluit is het volgende vooraf gegaan. Op 11 juli 2019 heeft appellante een gesprek gehad met een klantmanager van de gemeente Barendrecht over de voortgang van haar participatietraject, waarna de klantmanager een plan van aanpak heeft opgesteld. In dit plan van aanpak zijn onder meer voorzieningen opgenomen die appellante kunnen ondersteunen bij het vinden en behouden van betaald werk, waaronder scholing. Bij brief van 15 juli 2019 is het plan van aanpak aan appellante toegezonden. Appellante heeft hier geen bezwaar tegen gemaakt. Bij brieven van 30 juli 2019 en 8 augustus 2019 is appellante uitgenodigd voor de trainingen ‘Mijn Verhaal’ en ‘Hallo Werk, Ervaren & Doen’. Appellante is zonder bericht van verhindering niet verschenen op de eerste twee bijeenkomsten van de training ‘Mijn Verhaal’. Ook heeft zij niet gereageerd op berichten om zich online aan te melden voor de training ‘Hallo Werk, Ervaren & Doen’. Het college heeft appellante vervolgens bij brief van 16 augustus 2019 een voornemen tot het verlagen van haar uitkering toegezonden met een vragenformulier waarmee appellante op het voornemen kon reageren. Appellante heeft hierop niet gereageerd. Het besluit tot het verlagen van de bijstand met 100% voor de duur van een maand vanaf 1 september 2019 is, na bezwaar, gehandhaafd bij besluit van 27 november 2019 (bestreden besluit). De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. In hoger beroep voert appellante ten eerste aan dat zij zich mondeling zou hebben afgemeld voor de trainingen ‘Mijn Verhaal’ en Hallo Werk’. Deze beroepsgrond slaagt niet. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij zich van te voren voor de trainingen heeft afgemeld. Zij heeft hiertoe geen controleerbare gegevens overgelegd en ook in het dossier zijn hiervoor geen andere aanknopingspunten te vinden. Appellante voert verder in hoger beroep aan dat bij het aanbieden van de voorziening in de vorm van trainingen geen rekening is gehouden met haar beperkingen en appellante om die reden geen verwijt kan worden gemaakt van het niet volgen daarvan. Subsidiair beroept appellante zich op artikel 18, tiende lid, van de Participatiewet en stelt dat vanwege het niet rekening houden met haar beperkingen sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van dat artikel. Ook deze beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft voorafgaand aan het opstellen van het plan van aanpak onderzoek door een verzekeringsarts en psycholoog laten verrichten naar de arbeidsmogelijkheden en -beperkingen van appellante. In het plan van aanpak is scholing opgenomen als een voorziening die appellante kan helpen bij het vinden van betaald werk. Uit de rapporten van de verzekeringsarts en psycholoog blijkt niet dat appellante gelet op haar beperkingen geen scholing, zoals onderhavige trainingen, zou kunnen volgen. Appellante heeft geen (medische) controleerbare gegevens overgelegd waaruit zou blijken dat zij niet in staat was de trainingen te volgen of dat de trainingen niet passend waren. Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) B. van Dijk (getekend) E.C.E. Marechal

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.