← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2023:319

21 3177 WMO15 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 22 juli 2021, 20/1230 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Hengelo (college) Datum uitspraak: 16 februari 2023 PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. I. Mercanoglu, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Op 21 december 2022 heeft mr. Y. Eryilmaz zich als opvolgend gemachtigde van appellant gesteld. Zij heeft namens appellant nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari

  1. Namens appellant is verschenen mr. Eryilmaz. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.B.H. Heil. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.1 Op 17 oktober 2019 heeft appellant een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). 1.2 Bij besluit van 8 november 2019, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 15 mei 2020 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellant afgewezen. Het college heeft daaraan onder meer het bepaalde in artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wmo 2015 ten grondslag gelegd.
  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
  4. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
  5. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  6. De Raad stelt voorop dat appellant in de te beoordelen periode uitsluitend in aanmerking wilde komen voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb om diensten bij Zorgcentra Het Mozaïek te betrekken. 4.
  7. In artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wmo 2015 is bepaald dat het college een pgb kan weigeren indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel e, van de Wmo
  8. Vast staat dat het college bij een eerder besluit, te weten bij besluit van 5 maart 2019, aan laatstgenoemde bepaling toepassing heeft gegeven. Zoals ter zitting door de gemachtigde van appellant is bevestigd, zijn niet tegen alle door het college aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde weigeringsgronden beroepsgronden ingediend. Meer specifiek zijn er geen beroepsgronden gericht tegen de door het college aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde weigeringsgrond van artikel 2.3.6, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wmo
  9. Alleen al om deze reden kan het hoger beroep niet slagen en behoeven de beroepsgronden geen bespreking. 4.
  10. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  11. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins als voorzitter en A. van Gijzen en K.H. Sanders als leden, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 februari
  12. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) S.S. Blok

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.