Datum uitspraak: 22 februari 2023 22/2491 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 1 juli 2022 , 20/1916 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) [betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) PROCESVERLOOP Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 17 augustus 2022 is het Uwv in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Bij e-mail van 5 september 2022 heeft het Uwv verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden. Bij brief van 6 september 2022 heeft de Raad uitstel verleend tot en met 12 oktober
- Bij e-mail van 12 september 2022 heeft het Uwv nogmaals om uitstel voor het indienen van de gronden verzocht. Bij aangetekende brief van 22 september 2022 is aan het Uwv nogmaals uitstel verleend om de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken vanaf de dagtekening van die brief gesteld en is het Uwv erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk zal worden behandeld. Het Uwv heeft de termijn ongebruikt voorbij laten gaan. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Nu de aangevallen uitspraak in stand blijft, dient van appellant een griffierecht van € 548,- te worden geheven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk; bepaalt dat van het Uwv een griffierecht van € 548,- wordt geheven. Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari
- (getekend) F.M. Rijnbeek (getekend) J.M. Labage Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.