← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2023:723

Datum uitspraak: 19 april 2023 23/199 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2022, 22/2034 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te Marokko (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 21 november 2022 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 17 januari 2023 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 4 januari 2023 ter post bezorgd. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij brief van 7 maart 2023 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Appellant heeft bij brief, ontvangen op 9 maart 2023, gesteld dat de rechtbank de uitspraak naar een onjuist adres heeft verstuurd en dat rechtbank de uitspraak later naar het juiste adres heeft verzonden. Uit de aanbiedingsbrief van de rechtbank van 21 november 2022 blijkt dat de uitspraak naar het juiste postadres van appellant is gestuurd. Uit de bijlage bij de brief van 13 februari 2023 blijkt verder dat de rechtbank op 25 januari 2023 een gecorrigeerde uitspraak heeft verzonden aan appellant. In de begeleidende brief geeft de rechtbank aan dat de correctie van de uitspraak geen verandering brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep. De termijn van zes weken gaat in na de datum waarop de eerdere, ongecorrigeerde, uitspraak aan appellant is toegezonden. Bij brief van 23 maart 2023, ontvangen op 18 april 2023, heeft appellant voorts medegedeeld dat iemand anders voor hem het hoger beroepschrift heeft geschreven en dat hij het hoger beroepschrift tijdig aan de Raad heeft toegezonden. Hij stelt dat de brief misschien bij het postbedrijf in Marokko of in Nederland is blijven liggen. Wat appellant heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.M. Labage als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 april 2023. (getekend) S.B. Smit-Colenbrander (getekend) J.M. Labage Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.