22/1054 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 februari 2022, 21/2923 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak: 17 mei 2023 PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. N. Abalhaj hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft op 18 januari 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Bij brief van 23 januari 2023 heeft mr. Abalhaj namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten, bestaande uit de kosten voor de aan appellante verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en de kosten van de door haar ingediende rapporten van 21 januari 2022 en21 juli 2022 van verzekeringsarts D. van der Ent van Triage medisch adviesbureau (Triage). Appellante heeft daarnaast verzocht om veroordeling tot vergoeding van schade. Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 18 januari 2023 volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Aangezien het Uwv de gemaakte kosten in bezwaar heeft vergoed, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken voor de aan haar verleende rechtsbijstand. Deze proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) begroot op € 1.674,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 837,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift). Met betrekking tot de kosten van de door appellante ingediende rapporten van 21 januari 2022 en 21 juli 2022 van verzekeringsarts Van der Ent wordt geoordeeld dat deze kosten gedeeltelijk voor vergoeding in aanmerking komen. De in de facturen van Triage opgenomen administratiekosten (€ 190,30 exclusief omzetbelasting) komen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat artikel 1 van het Bpb niet in vergoeding deze kosten voorziet. De kosten voor de werkzaamheden van verzekeringsarts Van der Ent, in totaal € 1.630,04 (inclusief omzetbelasting), komen voor vergoeding in aanmerking. In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 4.141,04. Het verzoek om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen wordt verwezen naar de uitspraak van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de wettelijke rente als hiervoor aangegeven; - veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 4.141,04. Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van O.N. Haafkes als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2023. (getekend) F.M. Rijnbeek (getekend) O.N. Haafkes
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.