Datum uitspraak: 26 juni 2024 24/316 ANW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2023, 23/2992 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzoek om herziening van appellante van de uitspraak van de rechtbank van 15 maart 2023 (22/542) waarin het verzet tegen de uitspraak van 30 september 2022 met toepassing van artikel 8:55, zevende lid, van de Awb ongegrond is verklaard. De rechtbank heeft het verzoek om herziening nietontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald. In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Hetzelfde geldt ten aanzien van een uitspraak van de rechtbank waarin het verzoek om herziening betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Hoger beroep is dus niet mogelijk. De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.