23/3130 AOW Datum uitspraak: 4 juli 2024 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 oktober 2023, 22/5207 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) SAMENVATTING Deze zaak gaat over de vraag of de Svb terecht een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet heeft toegekend naar de norm van een gehuwde. De Raad oordeelt dat deze toekenning terecht is, omdat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden van elkaar leven. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. N.M. Fakiri, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 23 mei 2024. Voor appellante is mr. Fakiri verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O.F.M. Vonk. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellante, geboren op [geboortedatum] 1956, is vanaf [trouwdatum] 2011 gehuwd met haar echtgenoot. Appellante heeft op 10 mei 2022 bij de Svb een aanvraag gedaan om toekenning van een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW-pensioen). In de aanvraag heeft appellante vermeld dat zij apart leeft van haar partner. 1.2. Bij besluit van 27 juni 2022 heeft de Svb aan appellante met ingang van 5 september 2022 een AOW-pensioen naar de norm van een gehuwde toegekend. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. In juli 2022 is de Svb een onderzoek gestart naar de leefsituatie van appellante en haar echtgenoot. Bij besluit van 20 september 2022 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar van appellante ongegrond verklaard, omdat zij niet duurzaam gescheiden van haar echtgenoot leeft. 1.3. Per april 2023 ontvangt appellante een AOW-pensioen naar de norm van een ongehuwde, omdat haar echtgenoot en zij inmiddels gescheiden zijn. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Svb afdoende heeft gemotiveerd dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven. Uit wat appellante en haar echtgenoot hebben verklaard op de ingevulde vragenformulieren kan niet worden afgeleid dat appellante duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot. Uit de bestaande contacten, de samen nog ondernomen activiteiten, de nog bestaande financiële verstrengeling en hoe de echtgenoten zich naar de buitenwereld presenteren heeft de Svb terecht afgeleid dat geen sprake is van een situatie dat ieder van hen afzonderlijk een eigen leven leidt alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd. Ondanks dat de mentale gezondheid van de echtgenoot volgens appellante achteruit is gegaan, is er frequent contact tussen haar en haar echtgenoot. Appellante heeft immers vermeld dat zij haar echtgenoot één keer per dag telefonisch spreekt en dat zij hem vier keer per week ziet. Dat deze contactmomenten volgens appellante voor de gemoedsrust van haar echtgenoot plaatsvinden, doet hier niet aan af. Het standpunt van appellante 3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna besproken. Het oordeel van de Raad 4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. 4.1. In beginsel heeft appellante, omdat zij gehuwd is, recht op een gehuwdenpensioen. Dit is slechts anders als sprake is van een uitzonderingssituatie: op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat geen sprake is van een ongewilde verbreking van de huwelijkse samenleving. Volgens appellante is sprake van een gewilde verbreking van de huwelijke samenleving. In die situatie legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.