Datum uitspraak: 9 juli 2024 22/3428 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 oktober 2022, 21/4199 Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. W.G. Fischer, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Bij brief van 11 december 2023 heeft mr. Fischer namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Met het herzieningsbesluit van 8 augustus 2023 heeft het college het primaire besluit van 20 januari 2021 herzien en is de waarschuwing van appellante ingetrokken. Gelijktijdig heeft het college appellante verzocht het hoger beroep in te trekken, maar appellante zag hier destijds nog geen aanleiding voor, omdat met de herziening en intrekking nog niet volledig aan haar bezwaren tegemoet was gekomen. Bij brief van 3 oktober 2023 heeft de Raad partijen verzocht om de zaak te schikken. Naar aanleiding daarvan heeft de gemachtigde van appellante op 19 oktober 2023 een schikkingsvoorstel gedaan, waarbij het college is verzocht de terugvordering niet meer als fraudeschuld te kwalificeren. Appellante heeft het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van de brief van het college van 14 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.