← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2024:1410

Datum uitspraak: 12 juni 2024 22/1709 WMO15, 23/889 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 19 april 2022, 21/36 Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het CAK PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. F.Y. Gans, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Bij brief van 21 december 2023 heeft mr. Gans namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het CAK te veroordelen in de proceskosten. Het CAK heeft laten weten in te stemmen met een proceskostenveroordeling. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Vastgesteld wordt dat mr. Gans namens appellant het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het nieuwe besluit van het CAK van 18 november

  1. Met dit besluit is de beslissing op bezwaar van 2 mei 2022 ingetrokken. De eigen bijdragen van appellant voor de periode van 1 maart 2019 tot en met 31 december 2020 zijn op € 0,- vastgesteld en de bestreden vordering over de periode van 1 maart 2019 tot en met 30 april 2020 komt te vervallen. Hiermee is aan de bezwaren van appellant tegemoetgekomen. Het CAK wordt daarom veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.750,- in beroep(1punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en€875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). Ook dient het CAK het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CAK in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.625,-; bepaalt dat het CAK aan appellant het in beroep betaalde griffierecht van € 48,- vergoedt; bepaalt dat het CAK aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juni
  2. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) A. Giesen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.