22/3326 WLZ Datum uitspraak: 25 juli 2024 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 8 september 2022, ZWO 21/1100 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante], in leven laatstelijk wonend te [woonplaats] (appellante) Stichting Menzis Zorgkantoor (Menzis) SAMENVATTING Het hoger beroep is niet-ontvankelijk, omdat na het overlijden van appellante niet alle erven hebben ingestemd met voortzetting van het hoger beroep. PROCESVERLOOP Namens [appellante] heeft mr. L. de Widt, advocaat, hoger beroep ingesteld. Menzis heeft een verweerschrift ingediend. Mr. de Widt heeft laten weten dat appellante op 17 juli 2023 is overleden en dat [naam] de procedure wil voortzetten. De Raad heeft navraag gedaan over de erfgenamen van appellante. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 13 juni
- [naam], haar partner, [naam partner] en mr. De Widt zijn verschenen. Menzis heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.H.E. van de Klift. OVERWEGINGEN Inleiding
- Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.
- Appellante, geboren op 12 maart 1934, was bekend met dementie en beperkingen als gevolg van een herseninfarct in 2016 . 1.
- Met een besluit van 9 maart 2021 heeft Menzis de aanvraag van appellante voor een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) afgewezen. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van het pgb, maar Menzis is met een besluit van 1 juni 2020 (bestreden besluit) bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Uitspraak van de rechtbank
- De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. Het standpunt van betrokkene
- Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Het oordeel van de Raad
- De gemachtigde van appellante heeft desgevraagd laten weten dat niet alle erfgenamen akkoord zijn met voortzetting van de procedure. Dat betekent dat het hoger beroep nietontvankelijk moet worden verklaard. Het procesbelang van appellante is vervallen bij haar overlijden. Conclusie en gevolgen
- Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. De Raad beoordeelt het hoger beroep daarom niet inhoudelijk.
- Er bestaat geen aanleiding om proceskosten te vergoeden. Ook het griffierecht wordt niet terug verkregen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins als voorzitter en K.M.P. Jacobs en J.J. Janssen als leden, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli
- (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) E.P.J.M. Claerhoudt