← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2024:178

20 3628 ZW Datum uitspraak: 1 februari 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 september 2020, 19/6532 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M.H. Klijnstra, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juni

  1. Namens appellant is mr. Klijnstra verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen. Het onderzoek is heropend na de zitting. De Raad heeft psychiater dr. E. van Duijn als onafhankelijk deskundige benoemd. De deskundige heeft op 21 april 2023 een rapport uitgebracht. Het Uwv heeft zijn zienswijze op het rapport gegeven. Appellant heeft gereageerd op deze zienswijze. De deskundige heeft op 18 augustus 2023 nader gerapporteerd. Het Uwv heeft op 11 oktober 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij de uitkering op grond van de Ziektewet per 9 april 2019 wordt voorgezet. Appellant heeft op 3 november 2023 het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft op 15 november 2023 medegedeeld zich wat betreft de gevraagde proceskostenvergoeding te zullen conformeren aan het oordeel van de Raad. Onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten. OVERWEGINGEN In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 11 oktober 2023 aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen. Het Uwv heeft besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase. Daarom moet de Raad nog oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten van rechtsbijstand worden begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting) en € 2.187,50 in hoger beroep (1 punt voor het hogerberoepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting en 0,5 punt voor de nadere reactie op het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.937,
  2. Ook zal de Raad bepalen dat het Uwv het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoedt. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.937,50; - bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 178,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door S. Wijna, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari
  3. (getekend) S. Wijna (getekend) E.X.R. Yi

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.