233006 AOW-PV Datum uitspraak: 19 september 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 augustus 2023, 23/2784 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Zitting heeft: A. van Gijzen, als lid van de enkelvoudige kamer Griffier: M. Dafir Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.M. Mulder. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Met een besluit van 24 januari 2019 heeft de Svb de aanvraag van appellant van een AOWpensioen afgewezen. Appellant heeft tegen die afwijzing bezwaar gemaakt, maar de Svb heeft dit besluit gehandhaafd met zijn besluit van 10 juni
- Het beroep van appellant tegen dat besluit heeft de rechtbank ongegrond verklaard met een uitspraak van 27 januari
- Tegen deze uitspraak van de rechtbank hebben partijen geen hoger beroep ingesteld. Met een besluit van 14 december 2022 heeft de Svb het verzoek van appellant om het besluit van 24 januari 2019 te herzien afgewezen. Tegen dit besluit heeft appellante bezwaar gemaakt, maar de Svb heeft met het bestreden besluit van 4 april 2023 vastgesteld dat het bezwaar niet inhoudelijk wordt behandeld omdat het bezwaar te laat is gemaakt en daarvoor geen goede reden is gegeven. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Svb het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de rechtbank heeft appellant het bezwaarschrift te laat ingediend en is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Appellant heeft bij de rechtbank geen reden gegeven voor de termijnoverschrijding. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Appellant stelt dat hij het bezwaarschrift te laat heeft ingediend omdat hij ziek was. Appellant heeft stukken met medische informatie overgelegd die dateren van 11 september 2023, 18 september 2023 en 5 december
- Het betreft informatie over medische onderzoeken die appellant in september en december 2023 heeft ondergaan. De Raad is het eens met de rechtbank dat appellant het bezwaarschrift zonder goede reden te laat heeft ingediend. Appellant heeft niet betwist dat het bezwaarschrift te laat is ingediend en ook de Raad twijfelt daar niet aan. De Raad concludeert dat niet aannemelijk is dat appellant een goede reden had om de bezwaartermijn te overschrijden. Appellant heeft gesteld dat hij het bezwaarschrift niet eerder kon indienen omdat hij ziek was, maar appellant heeft dit niet goed genoeg onderbouwd. Appellant heeft niet uitgelegd aan welke ziekte hij leed en welke klachten hem belemmerden om eerder een bezwaarschrift in te dienen. De medische verklaringen die appellant heeft overgelegd dateren van meer dan zeven maanden na het einde van de bezwaartermijn op 25 januari
- Uit die medische verklaringen is niet af te leiden dat appellant toen niet voor het einde van die termijn een bezwaarschrift kon indienen. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) M. Dafir (getekend) A. van Gijzen Algemene ouderdomswet.