22/2726 WIA Datum uitspraak: 2 oktober 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 juli 2022, 21/5847 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. M. Ouwerkerk-Hoogendonk, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het Uwv heeft op 8 november 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft zich kunnen vinden in een veroordeling in de proceskosten. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 8 november 2023 gedeeltelijk aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Appellant heeft verzocht het Uwv te veroordelen in de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten voor verleende rechtsbijstand en reiskosten. Omdat de rechtbank al een proceskostenveroordeling heeft uitgesproken, bestaande uit de vergoeding van de kosten voor verleende rechtsbijstand, en appellant tegen dit onderdeel van de aangevallen uitspraak in zijn hoger beroepschrift niet is opgekomen, valt het verzoek van appellant om vergoeding van de in beroep gemaakte reiskosten buiten de omvang van het geding. Ook heeft het Uwv al besloten tot vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase. Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 875,- (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,-) voor verleende rechtsbijstand. Daarnaast moet het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht vergoeden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 875-; - bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin, in tegenwoordigheid van M. Reith als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2024. (getekend) M.E. Fortuin (getekend) M. Reith
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.