← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2024:2147

23/2522 AOW Datum uitspraak: 14 november 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei 2023, 22/1841 AOW Partijen: [verzoeker] te [plaats] , Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) SAMENVATTING In deze zaak gaat het om een verzoek om herziening van een uitspraak van de Raad van 11 mei

  1. Wat verzoeker heeft aangevoerd kan niet leiden tot herziening van deze uitspraak. De Raad wijst het verzoek daarom af. PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 mei
  2. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 3 oktober
  3. Verzoeker is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.R. Schuurman. OVERWEGINGEN Inleiding
  4. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
  5. Bij de onder het procesverloop genoemde uitspraak van 11 mei 2023 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 mei 2022, 21/1115 bevestigd. Die zaak ging om de vraag of de Svb terecht het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk had verklaard. Het bezwaar was gericht tegen de verrekening door de Svb van het te veel ontvangen bedrag aan toeslag met het AOW-pensioen van verzoeker. Het standpunt van verzoeker
  6. Verzoeker heeft de Raad gevraagd om zijn zaak opnieuw te bestuderen, omdat hij ziek is en onder medische behandeling staat. Het oordeel van de Raad 3.
  7. De Raad beoordeelt of aanleiding bestaat om de onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad van 11 mei 2023 te herzien. Hij doet dat aan de hand van de argumenten die verzoeker in zijn verzoek om herziening heeft aangevoerd. De Raad wijst het herzieningsverzoek af. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 3.
  8. Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. Het is vaste rechtspraak van de Raad dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven is om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie te voeren over de betrokken zaak en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen. 3.
  9. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij ziek is en onder medische behandeling staat. Dit zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Verzoeker wil in feite een hernieuwde discussie voeren over de zaak en de uitspraak van de Raad van 11 mei
  10. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het middel van herziening daar niet toe kan strekken. Conclusie en gevolgen 3.
  11. Het verzoek om herziening wordt afgewezen. Dit betekent dat de uitspraak van 11 mei 2023 in stand blijft.
  12. Verzoeker krijgt daarom geen vergoeding voor zijn proceskosten. Hij krijgt ook het betaalde griffierecht niet terug. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af. Deze uitspraak is gedaan door A. van Gijzen, in tegenwoordigheid van S.S. Blok als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 november
  13. (getekend) A. van Gijzen (getekend) S.S. Blok DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale); statue: Rejète la demande de révision. Par conséquent, décidée par A. van Gijzen comme membre, en présence de S.S. Blok en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 14 novembre
  14. ECLI:NL:CRVB:2023:
  15. Algemene Ouderdomswet. Algemene wet bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.