24/360 AOW Datum uitspraak: 14 november 2024 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 december 2023, 23/3943 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) SAMENVATTING Deze zaak gaat over de vraag of de Svb terecht een ouderdomspensioen op grond van de AOW heeft toegekend naar de norm van een gehuwde. De Raad oordeelt dat deze toekenning terecht is, omdat appellant en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden van elkaar leven. PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. B.B.A. Willering, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 3 oktober 2024. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Willering. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.A. van der Vlist. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Appellant is op [datum 1] 1991 gehuwd met zijn echtgenote. Op 6 augustus 2022 heeft hij een AOW-pensioen bij de Svb aangevraagd. In de aanvraag heeft appellant vermeld dat hij gehuwd is maar sinds 2017 apart leeft van zijn echtgenote. Hierop is de Svb een onderzoek gestart naar de leefsituatie van appellant en zijn echtgenote. Appellant en zijn echtgenote hebben in dat kader elk een vragenformulier over hun leefsituatie ingevuld. 1.2. Met een besluit van 24 februari 2023 heeft de Svb aan appellant met ingang van [datum 2] 2022 een AOW-pensioen toegekend naar de norm van een gehuwde. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is met een besluit van 12 juni 2023 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Volgens de Svb moet appellant als gehuwd worden aangemerkt nu hij niet duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een situatie van een duurzaam gescheiden leven. Het standpunt van appellant 3. Appellant is het niet met de uitspraak eens. Appellant stelt dat de enige financiële verstrengeling is dat hij een soort alimentatie betaalt aan zijn echtgenote. Verder is er sprake van sporadisch contact. Het oordeel van de Raad 4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten. Dat doet hij aan de hand van wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. De wettelijke regels die voor de behandeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage van deze uitspraak. 4.1. In beginsel heeft appellant omdat hij gehuwd is recht op een gehuwden pensioen. Dat is alleen anders als sprake is van een uitzonderingssituatie: als ongehuwd wordt aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4.2. Volgens appellant is sprake van een gewilde verbreking van de huwelijkse samenleving. In die situatie legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.