23/2031 AOW Datum uitspraak: 14 maart 2024 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 juni 2023, 23/287 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (de Svb) [betrokkene] te [woonplaats] ( Frankrijk ) (betrokkene) SAMENVATTING Deze zaak gaat over de vraag of de Svb het AOW-pensioen van betrokkene terecht heeft herzien in een gehuwdenpensioen. Anders dan de rechtbank oordeelt de Raad dat de herziening terecht is, omdat betrokkene en zijn echtgenote niet duurzaam gescheiden van elkaar leven. De nog bestaande mate van financiële verstrengeling en mate van contact tussen betrokkene en zijn echtgenote staan duurzaam gescheiden leven in de weg. PROCESVERLOOP De Svb heeft hoger beroep ingesteld. Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend. Hierna heeft mr. L. Wimmenhove, advocaat, zich als gemachtigde van betrokkene gesteld. De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 15 februari 2024. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. van der Voorn. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Wimmenhove. OVERWEGINGEN Inleiding 1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang. 1.1. Betrokkene is vanaf 22 augustus 1991 gehuwd met zijn huidige echtgenote. Hij ontving vanaf 3 oktober 2020 een pensioen op grond van de AOW naar de norm van een gehuwde pensioengerechtigde (gehuwdenpensioen). Op 2 november 2020 heeft betrokkene aan de Svb gemeld dat hij vanaf oktober 2020 duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote. Met een besluit van 24 januari 2022 heeft de Svb het pensioen van betrokkene vanaf februari 2022 herzien in een ongehuwdenpensioen. 1.2. In augustus 2022 heeft de Svb onderzoek gedaan naar de vraag of aan betrokkene terecht een ongehuwdenpensioen is toegekend. Met een besluit van 5 oktober 2022 heeft de Svb betrokkene laten weten dat zijn AOW-pensioen per 1 februari 2022 wordt herzien in een gehuwdenpensioen, omdat niet van duurzaam gescheiden leven kan worden gesproken. Het teveel betaalde ouderdomspensioen van februari 2022 tot en met september 2022 van € 3.401,31 wordt van betrokkene teruggevorderd. 1.3. Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening van het AOW-pensioen in een gehuwdenpensioen. Met een besluit van 14 december 2022 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. Uitspraak van de rechtbank 2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de Svb opdracht gegeven om een nieuw besluit te nemen. Ook is de Svb veroordeeld tot vergoeding van griffierecht. Volgens de rechtbank is er sprake van duurzaam gescheiden leven. Er is een gewilde verbreking van de huwelijkse samenleving die blijvend is bedoeld. De financiën van betrokkene en zijn echtgenote zijn niet dermate verstrengeld dat zij niet duurzaam gescheiden leven. Betrokkene en zijn echtgenote zijn weliswaar samen eigenaar van twee woningen, maar dat kwalificeert de rechtbank als een situatie waarbij exsamenwonenden goede afspraken hebben gemaakt om in overleg hun zaken te regelen. Ook het betalen van de helft van het pensioen van betrokkene aan zijn echtgenote wijst niet op een andere richting, nu zij hun financiën verder gescheiden houden. De rechtbank heeft meegewogen dat betrokkene en zijn echtgenote ieder op een eigen adres wonen in afzonderlijke landen, ongeveer twee keer per jaar in Frankrijk fysiek contact hebben, ieder voor hun eigen woonlasten zorgen en geen zorg dragen voor elkaar, anders dan noodzakelijke medische zorg. Betrokkene en zijn echtgenote slapen niet samen en ondernemen samen geen activiteiten, anders dan een gezamenlijk bezoek aan gemeenschappelijke kennissen als de echtgenote in Frankrijk is. De contacten gaan niet uit boven het niveau van een normaal sociaal contact als vrienden. Het standpunt van partijen 3.1. De Svb is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. De financiële verstrengeling tussen betrokkene en zijn echtgenote en de mate van onderling contact is volgens de Svb zodanig, dat van een situatie van duurzaam gescheiden leven niet kan worden gesproken. 3.2. Betrokkene heeft aangevoerd dat een echtscheiding wel is overwogen, maar dat zijn echtgenote niet de financiële middelen heeft om hem uit te kopen. Er zijn goede afspraken gemaakt, waardoor een echtscheiding niet nodig is. Het oordeel van de Raad 4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit heeft vernietigd aan de hand van wat de Svb in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep slaagt. De wettelijke regels die voor de beoordeling van het hoger beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Geen sprake van duurzaam gescheiden leven 4.1. In geschil is of betrokkene vanaf 1 februari 2022 als duurzaam gescheiden levend moet worden aangemerkt. 4.2. Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW, wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is. 4.3. Voor gevallen waarin sprake is van een gewilde verbreking van de huwelijkse samenleving legt de Raad het begrip duurzaam gescheiden leven als volgt uit. Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.