Datum uitspraak: 19 maart 2024 21/2466 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 2 juni 2021, 20/2500 Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Maashorst (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. H.M.A. van den Boogaard, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 10 augustus 2023 heeft mr. Van den Boogaard namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Vastgesteld wordt dat appellante het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van een beslissing op bezwaar van het college van 25 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.