← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2024:575

Datum uitspraak: 27 maart 2024 23/1458 ZVW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 21 maart 2023, 20/1867 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het Centraal Administratiekantoor (CAK) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft [gemachtigde] als gemachtigde van appellant hoger beroep ingesteld. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 28 maart 2023 in afschrift aan partijen toegezonden. Het beroepschrift is op 10 mei 2023 per e-mail ontvangen. Daarnaast is het beroepschrift per post ontvangen op 12 mei 2023 en gezien de poststempel op de enveloppe, op 11 mei 2023 ter post bezorgd. De termijn voor het instellen van hoger beroep liep af op 9 mei

  1. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Bij brief van 23 mei 2023 is aan de gemachtigde van appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Gemachtigde van appellant heeft daarop bij brief van 23 mei 2023 geantwoord dat het hoger beroepschrift ook per normale post is verstuurd op 8 mei
  2. Wat namens appellant is aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. In dat verband wordt overwogen dat uit de stukken blijkt dat het beroepschrift op 8 mei 2023 ter post is bezorgd. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart
  3. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) E. Blijleven-de Vries Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.