Datum uitspraak: 2 april 2024 21/3924 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 september 2021, 21/2028 Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. B.J.P. Toonen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 29 juni 2023 heeft mr. Toonen namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft bij brief van 24 juli 2023 laten weten akkoord te gaan met dit verzoek. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Vastgesteld wordt dat mr. Toonen namens appellant het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van de herziene beslissing op bezwaar van het college van 28 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.