ECLI:NL:CRVB:2024:878
24/710 PW-VV, 24/711 PW-VV, 24/724 PW-VV en 24/725 PW-VV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Beslissing op het verzoek om toepassing van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht in het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) het college van burgemeester en wethouders van De Fryske Marren (college) Datum uitspraak: 24 april 2024 PROCESVERLOOP Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland van 6 juli 2021, 20/1534 en 20/2042 (aangevallen uitspraak 1), van 30 mei 2022, 20/3585 (aangevallen uitspraak 2) en van 2 augustus 2023, 21/1055 (aangevallen uitspraak 3). De hoger beroepen zijn bij de Raad geregistreerd onder de nummers 21/2579 PW, 21/2580 PW, 22/1948 PW en 23/2484 PW.
De hoger beroepen tegen aangevallen uitspraak 1 en 2 zijn behandeld op de zitting van 16 mei 2023, waarna het onderzoek is gesloten om uitspraak te doen. Het hoger beroep tegen aangevallen uitspraak 3 bevindt zich nog in de (administratieve) voorfase en is (nog) niet op zitting behandeld.
Met een brief van 28 februari 2024 heeft de Raad partijen meegedeeld dat het onderzoek in de zaken 21/2579 PW, 21/2580 PW en 22/1948 PW is heropend in verband met de conclusie van advocaat-generaal De Bock in een zaak die gaat over een Wajong-uitkering. In deze brief heeft de Raad partijen geïnformeerd dat de Raad heeft besloten om over de onderwerpen waarover de conclusie gaat geen uitspraak te doen, in afwachting van de uitspraak op het hoger beroep over de Wajong-uitkering. Als gevolg hiervan zal de behandeling van de zaken van verzoeker vertraging oplopen.
Op 26 maart 2024 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Het verzoek ziet – kort gezegd – op het onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaken.
Met een brief van 9 april 2024 heeft de Raad aan verzoeker gevraagd het spoedeisende belang te onderbouwen.
Ter onderbouwing van het spoedeisend belang heeft verzoeker op 17 april 2024 in een gesloten enveloppe een medisch stuk ingezonden met het verzoek dit niet aan het college bekend te maken.
OVERWEGINGEN 1. Met de brief van 9 april 2024 heeft de voorzieningenrechter van de Raad aan verzoeker gevraagd het spoedeisende belang te onderbouwen. Zoals verzoeker in zijn verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening heeft toegelicht, levert zijn gezondheidssituatie een zwaarwegend belang op waardoor de behandeling van de bodemprocedure(s) niet kan worden afgewacht. Om het verzoek goed te kunnen beoordelen is meer informatie nodig. Daarbij is verzoeker gewezen op artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
BESLISSING De Centrale Raad van Beroep beslist dat de gevraagde beperkte kennisneming van het stuk gerechtvaardigd is.
Deze uitspraak is gedaan door K.M.P. Jacobs, in tegenwoordigheid van M.V. Kamphuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2024. (getekend) K.M.P. Jacobs (getekend) M.V. Kamphuis