Datum uitspraak: 8 juli 2025 25/471 PW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 januari 2025, 24/1430 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van De Wolden (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. E. Schriemer, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. OVERWEGINGEN Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende. De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt. Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 23 januari 2025 in afschrift aan partijen toegezonden, zodat de laatste dag van de beroepstermijn 6 maart 2025 was. Het beroepschrift is op 11 maart 2025 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 10 maart 2025 ter post bezorgd. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Met een brief van 19 maart 2025 is aan mr. Schriemer gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding. Mr. Schriemer heeft daarop met een brief van 25 maart 2025 geantwoord dat het hoger beroepschrift op 5 maart 2025 is verzonden en dat uit de ontvangstbevestiging van de Raad van 12 maart 2025 blijkt dat het hoger beroepschrift binnen een week na die verzending is ontvangen. Het hoger beroepschrift zou daarom tijdig zijn ingediend. Daarbij verwijst hij ook naar de uitspraak van de Raad van 9 juli 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1500, waaruit hij opmaakt dat de termijnen van bezwaar en beroep dwingend van aard zijn, maar dat deze niet van openbare orde zijn. In reactie daarop heeft de Raad met een brief van 9 april 2025 mr. Schriemer erop gewezen dat op de enveloppe van het hoger beroepschrift een poststempel staat met de datum 10 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.