20/1736 WAJONG Datum uitspraak: 20 augustus 2025 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 30 maart 2020, 18/3146 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) SAMENVATTING Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht heeft geweigerd om een Wajonguitkering aan appellante toe te kennen op de grond dat zij beschikt over arbeidsvermogen. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C. Steijgerwalt hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, door middel van videobellen, plaatsgevonden op 12 januari 2022. Appellante is verschenen, vergezeld door haar moeder en bijgestaan door mr. Steijgerwalt. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.H.H. Fuchs. Het onderzoek ter zitting is heropend na zitting om een deskundige te benoemen. De Raad heeft verzekeringsarts I.A.K. Snels van Ergatis benoemd als onafhankelijke deskundige. De deskundige heeft bij rapport van 15 maart 2023 gerapporteerd. Partijen hebben hun zienswijzen ingezonden. Appellante heeft bij brief van 15 mei 2023 gereageerd. Het Uwv heeft bij rapporten van 21 juni 2023 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en van 11 juli 2023 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep gereageerd. Daarop heeft appellante bij brief van 15 augustus 2023 gereageerd. Het Uwv heeft vervolgens rapporten van 2 oktober 2023 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingezonden. Bij schrijven van 1 februari 2024 heeft mr. I.M.J.J. Dewarrimont medegedeeld de zaak van appellante te hebben overgenomen van haar collega, mr. Steijgerwalt. Deskundige verzekeringsarts en bedrijfsarts R. Ouwens heeft, vanwege het vertrek van deskundidge Snels bij Ergatis, bij aanvullende rapport gereageerd op de reacties van partijen. Vervolgens hebben het Uwv en appellante op 19 november 2024 respectievelijk 27 november 2024 schriftelijk gereageerd op het aanvullende rapport van Ouwens. Met toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gelaten, waarna het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid van de Awb is gesloten. OVERWEGINGEN Inleiding 1.1. Appellante, geboren op [geboortedatum] 1999, heeft op 18 september 2017 bij het Uwv een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Zij heeft daarbij informatie van de neuroloog prof. dr. C.G. Faber van 14 september 2017 overgelegd. Het Uwv heeft vervolgens een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek verricht. Bij besluit van 19 april 2018 heeft het Uwv geweigerd om aan appellante een Wajonguitkering toe te kennen omdat zij arbeidsvermogen heeft. 1.2. Bij besluit van 16 november 2018 (bestreden besluit) heeft het Uwv de door appellante tegen het besluit van 19 april 2018 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. Uitspraak van de rechtbank 2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de rapporten van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen blijk hebben gegeven van een zorgvuldig onderzoek. De rechtbank heeft geoordeeld dat de motivering van het Uwv over het kunnen uitoefenen van een taak in een arbeidsorganisatie toereikend is. Appellante heeft geen medische informatie overgelegd waaruit volgt dat zij wel degelijk beperkt is in de taakspecifieke activiteit van het typen op een toetsenbord en het gebruiken van de muis. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat het Uwv toereikend heeft gemotiveerd dat appellante basale werknemersvaardigheden heeft. De rechtbank gaat uit van de juistheid van het standpunt van het Uwv dat appellante aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur. De rechtbank is voorts van oordeel dat het Uwv toereikend heeft beoordeeld dat appellante gedurende vier uur per dag kan weken. 2.2. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante op haar achttiende verjaardag arbeidsvermogen had. Gelet daarop wordt niet toegekomen aan de vraag of voldaan is aan het duurzaamheidscriterium. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om een medisch deskundige te benoemen. Het standpunt van appellante 3.1. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken. Het standpunt van het Uwv 3.2. Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen. Deskundige benoemd 4. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting van 12 januari 2022 is bij de Raad twijfel ontstaan over de juistheid van de medische beoordeling. De Raad heeft daarom verzekeringsarts dr. Snels als deskundige benoemd. 4.1. De deskundige heeft op 15 maart 2023 een rapport uitgebracht en op basis van haar bevindingen bij het onderzoek het volgende overwogen. Zij heeft gelet op de aandoening van appellante en de daarbij passende klachten, de gegeven beperkingen zoals verwoord in het medisch onderzoeksverslag van de verzekeringsarts van 21 februari 2018 zeker van toepassing geacht, maar zij heeft op de datum in geding beperkingen gemist voor de handfunctie: de knijp/grijpkracht was toen (licht) beperkt en appellante was beperkt ten aanzien van activiteiten waarbij zij met haar handen frequent en/of snel dingen moet loslaten. 4.2. Het Uwv heeft bij rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 21 juni 2023 gereageerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in de bevindingen van deskundige Snels aanleiding gevonden om diverse mentale en fysieke beperkingen voor appellante uitgebreider te beschrijven. Ten aanzien van de handen heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep vermeld: “weinig kracht in de handen: moeite met opendraaien van potjes, kan moeilijk voorwerpen langdurig vasthouden, bij langdurige inspanning gaan de vingers verkrampen. Gebruik van toetsenbord en muis, van telefoon en tablet is mogelijk, maar cliënte kan niet de gehele dag aaneengesloten typen, moet het werk geregeld kunnen onderbreken om spierkrampen te voorkomen”. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geoordeeld dat appellante hiermee vier uur per dag/twintig uren per week kan werken. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft bij rapport van 11 juli 2023 geoordeeld dat gelet op de hiervoor genoemde beperkingen de taak scannen passend is voor appellante. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft toegelicht dat er geen zware energetische belasting is (het is zittend werk en de te hanteren documenten zijn niet zwaar. Van een zware dynamische belasting op andere aspecten is geen sprake). Er is nauwelijks kracht in de handen noodzakelijk voor het vasthouden en manoeuvreren van documenten. Langdurig typen komt niet voor. Het werk vereist alleen af en toe een muisklik. 4.3. Appellante heeft – kort samengevat – aangevoerd dat zij niet beschikt over arbeidsvermogen, omdat zij lijdt aan de progressieve ziekte myotone dystrofie. Appellante is het eens met de door de deskundige aangegeven beperkingen ten aanzien van de handfunctie, maar ziet verder onvoldoende in het rapport van de deskundige terugkomen dat er bij haar sprake is van ernstige buikklachten, vermoeidheid en pijn in haar lichaam. Appellante beschikt niet over arbeidsvermogen omdat zij niet aaneengesloten kan werken gedurende tenminste een periode van één uur en zij kan niet vier uur per dag belastbaar zijn. Ter ondersteuning van haar standpunt wijst zij op de informatie van neuroloog Faber en neuroloog G. Horlings. Daarnaast kan appellante de taak van scannen niet uitvoeren en beschikt zij niet over basale werknemersvaardigheden. Appellante heeft verzocht om inschakeling van een onafhankelijke arbeidsdeskundige. 4.4. In reactie op de zienswijzen van partijen heeft de deskundige Ouwens bij aanvullend rapport gereageerd. Het oordeel van de Raad 5. De Raad beoordeelt aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden, of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de weigering van de Wajong-uitkering in stand heeft gelaten. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. 5.1. In geschil is of het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellante arbeidsvermogen had. Op grond van artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten heeft de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) als hij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.