Datum uitspraak: 17 september 2025 25/490 WMO15 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 28 januari 2025, 24/1866 Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. OVERWEGINGEN In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Bij brief van 15 maart 2025 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 143,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven. Bij aangetekende brief van 15 april 2025 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellante er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld kan worden. De termijn is verstreken en het griffierecht is niet betaald. Verder is in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden. Bij brief van 26 maart 2025 is appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. Naar aanleiding van een e-mailbericht van appellante van 15 april 2025, waarin zij de Raad verzoekt om uitstel te verlenen voor het indienen van de gronden, heeft de Raad bij brief van 2 mei 2025 de termijn voor het indienen van de gronden verlengd tot en met 9 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.