← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2025:1392

Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Proces-verbaal van de beslissing op het verzoek om wraking gedaan door [verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker) Datum beslissing: 23 mei 2025 Zitting hebben: E. Dijt als voorzitter en T. Dompeling en E.W. Akkerman als leden. Griffier: C.M. Snellenberg. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep neemt het herhaalde verzoek om wraking van de wrakingskamer van 23 mei 2025 niet in behandeling; wijst het verzoek om wraking van de behandelend rechters af; bepaalt dat een volgend verzoek om wraking in dit hoger beroep niet in behandeling zal worden genomen. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 mei

  1. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. 1.
  2. Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 augustus 2021, 20/5170, in gedingen tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college). 1.
  3. Verzoeker heeft in de loop van de procedure herhaaldelijk verzocht om langdurig uitstel van de zitting. Deze verzoeken zijn afgewezen, onder meer bij brieven van 23 februari 2024 en 8 april
  4. 1.
  5. Verzoeker heeft op 25 maart 2025 verzocht om uitstel van de behandeling van zijn zaken tot ten minste eind 2026/
  6. Bij e-mailbericht van 31 maart 2025 heeft de Raad aan verzoeker meegedeeld dat dit verzoek om uitstel wordt afgewezen. Daarbij is aan verzoeker meegedeeld dat verzoeken om uitstel van zijn kant, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, zullen worden afgewezen. 1.
  7. De Raad heeft aan partijen meegedeeld dat het hoger beroep zal worden behandeld tijdens een digitale zitting op 27 mei 2025 door W.F. Claessens, E.J.M. Heijs en C. Karman (behandelend rechters). Bij aangetekende brief van 11 april 2025 is verzoeker voor die zitting opgeroepen. 1.
  8. Verzoeker heeft opnieuw verzocht om uitstel van de behandeling van zijn zaken. Bij brief van 18 april 2025 heeft de Raad dat verzoek afgewezen. Verzoeker heeft bij e-mailberichten van 18 april 2025 en 24 april 2025 zijn verzoek herhaald, welke verzoeken door de Raad bij brieven van 24 april 2025 en 25 april 2025 zijn afgewezen. Daarbij heeft de Raad opgemerkt dat wat verzoeker heeft aangevoerd geen gewichtige reden is die noodzaakt tot uitstel van de behandeling van de zaken. 1.
  9. Bij e-mailbericht van 11 mei 2025, aangevuld bij e-mailbericht van 12 mei 2025, heeft verzoeker verzocht om wraking van de behandelend rechters. 1.
  10. Bij aangetekende brief en e-mailbericht van 15 april 2025 is aan verzoeker en de behandelend rechters meegedeeld dat het verzoek op 23 mei 2025 om 13.00 uur ter zitting zal worden behandeld. 1.
  11. De behandelend rechters hebben bij brief van 16 mei 2025 op het verzoek gereageerd en te kennen gegeven niet in de wraking te berusten. 1.
  12. Bij e-mailbericht van 22 mei 2025, 23.34, heeft verzoeker verzocht om wraking van de wrakingskamer. De wrakingskamer heeft in raadkamer beslist om dit verzoek met toepassing van artikel 3, vijfde en vierde lid, onder g, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechtelijke colleges 2022 (Regeling) niet in behandeling te nemen. Dit is aan verzoeker, met toepassing van artikel 3, zesde lid, van de Regeling bij e-mailbericht van 23 mei 2025, 11.02, meegedeeld, met de volgende motivering: “Met het verzoek van 22 mei 2025 geeft u evident blijk van misbruik van het wrakingsmiddel, aangezien u op geen enkele wijze feiten of omstandigheden aan de orde stelt waardoor de onpartijdigheid van de wrakingskamer, die slechts op het verzoek om wraking van de behandelend rechters moet beslissen, schade zou kunnen lijden. Bovendien heeft u het verzoek minder dan een dag voor de wrakingszitting gedaan terwijl u op 15 mei 2025 een kennisgeving van de zitting heeft ontvangen. De wrakingskamer neemt daarom uw verzoek zonder daartoe een zitting te houden niet in behandeling. Gelet hierop beslist de wrakingskamer tevens, met toepassing van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb, dat een volgend verzoek om wraking van de wrakingskamer niet in behandeling zal worden genomen”. 1.
  13. De behandeling van het verzoek om wraking heeft plaatsgevonden op 23 mei
  14. Verzoeker is digitaal verschenen. De behandelend rechters hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord. 1.
  15. Direct na aanvang van de zitting heeft verzoeker de wrakingskamer opnieuw gewraakt. Verzoeker heeft tevens de gronden van wraking van de behandelend rechters toegelicht. 1.
  16. Na schorsing van de behandeling ter zitting is de zitting gesloten en heeft de Raad mondeling uitspraak gedaan. 2.
  17. Uit de in 1.9 genoemde beslissing volgt dat het in 1.11 genoemde herhaalde verzoek om wraking van de wrakingskamer niet in behandeling wordt genomen. 2.
  18. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om wraking in essentie ten grondslag gelegd dat de behandelend rechters zijn verzoeken om

(1)uitstel van de behandeling van de zaken,
(2)schoning van het dossier en
(3)toevoeging van een rechtsbijstandverlener, ongemotiveerd hebben afgewezen. Hij heeft benadrukt dat de rechters geen EU-ervaring hebben. 2.
  1. De behandelend rechters hebben in hun reactie opgemerkt dat in de afwijzende beslissingen van de kamer op de herhaalde uitstelverzoeken is vermeld dat verzoeker geen gewichtige redenen heeft aangevoerd die noodzaken tot uitstel van de behandeling van de zaken, waarbij de kamer de verzoeken zo heeft begrepen dat verzoeker pas in 2026/2027 een zitting wil. De behandelend rechters hebben verklaard niet bekend te zijn met een verzoek tot schoning van het dossier en dat verzoeker een verzoek om toevoeging van een rechtsbijstandverlener pas op 10 mei 2025 heeft gedaan, zodat de kamer daarop niet heeft kunnen reageren en het overigens niet aan de behandelend kamer is om voor rechtsbijstand te zorgen.
  2. Het verzoek mist elke onderbouwing waaruit zou kunnen worden afgeleid waarom er op grond van de afwijzende beslissingen van de kamer op de uitstelverzoeken van verzoeker twijfel zou zijn over de onpartijdigheid van de behandelend rechters. Ook overigens biedt het verzoek daartoe geen enkel aanknopingspunt. Verzoeker uit in zijn wrakingsverzoek, en in verschillende e-mailberichten die daaraan vooraf gaan, in algemene bewoordingen zijn ongenoegen over de Raad en diverse andere instanties en uit ongefundeerde beschuldigingen aan de behandelend rechters, onder meer dat zij racistisch, fascistisch, xenofoob en antisemitisch zijn.
  3. Gelet op wat onder 3 is overwogen wordt het verzoek om wraking van de behandelend rechters afgewezen.
  4. Gelet wat onder 3 is overwogen geeft het verzoek blijk van misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom wordt met toepassing van artikel 8:18, vierde lid, van de Awb bepaald dat een volgend verzoek van verzoeker om wraking van de behandelend rechters niet in behandeling wordt genomen.
  5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal Utrecht, 23 mei 2025 De griffier. De voorzitter. (getekend) C.M. Snellenberg (getekend) E. Dijt Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.