← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2025:1752

24/1166 WIA Datum uitspraak: 20 november 2025 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a en artikel 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 10 april 2024, 23/2896 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante B.V.] te [vestigingsplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C.L. Schuren, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het Uwv heeft op 5 juni 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig is aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Het Uwv heeft op dit verzoek gereageerd en heeft geen verweer gevoerd. Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 5 juni 2025 volledig aan de bezwaren is tegemoetgekomen. Het Uwv heeft de kosten van bezwaar, te weten de kosten van rechtsbijstand, reeds vergoed met de beslissing op bezwaar van 22 mei

  1. De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten voor verleende rechtsbijstand worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.814,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 907,-) en € 907,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 907,-), in totaal € 2.721,-. Met betrekking tot de op het formulier proceskosten opgevoerde kosten voor verschotten overweegt de Raad dat de kosten niet nader zijn onderbouwd zodat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ook dient het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep - veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.721,-; - bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 924,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van A.M. Korver als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 november
  2. (getekend) E.J.J.M. Weyers De griffier is verhinderd te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.