ECLI:NL:CRVB:2026:761
23/1616 WLZ Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 4 april 2023, 22/4671 (aangevallen uitspraak) Partijen:
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. (zorgkantoor) [betrokkene] te [plaats] (betrokkene) Datum uitspraak: 10 juni 2026 PROCESVERLOOP Namens het zorgkantoor heeft mr. B. Megens, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank.
Namens betrokkene heeft mr. M.F. Vermaat, advocaat, een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 12 januari 2026 heeft het zorgkantoor het hoger beroep ingetrokken.
Namens betrokkene heeft mr. M.F. Vermaat verzocht het zorgkantoor te veroordelen in de proceskosten.
Bij aangetekende brief van 30 januari 2026 heeft de Raad het zorgkantoor in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen tegen het verzoek om vergoeding van proceskosten. Op deze brief heeft de Raad geen reactie ontvangen.
De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.
De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.
OVERWEGINGEN Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat het zorgkantoor het hoger beroep heeft ingetrokken en dat betrokkene in verband met de behandeling van dit hoger beroep redelijkerwijs proceskosten heeft moeten maken.
De Raad ziet aanleiding om het zorgkantoor te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 934,- voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van een verweerschrift, met wegingsfactor 1).
BESLISSING De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het zorgkantoor in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 juni 2026. (getekend) D. Hardonk-Prins (getekend) A. Giesen