GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Tweede Meervoudige Belastingkamer UITSPRAAK op het beroep van X te Z, belanghebbende, tegen een uitspraak van de inspecteur te P. 1. Loop van het geding Van belanghebbende is ter griffie een beroepschrift ontvangen op 30 december 2002. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van de inspecteur, gedagtekend 5 december 2002, betreffende een naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 15 mei 1997 tot en met 31 december 1997, met dagtekening 12 september 2001. De naheffingsaanslag is vastgesteld op een bedrag van ƒ 17.412 aan enkelvoudige belasting. Tevens is heffingsrente in rekening gebracht. Na bezwaar tegen de naheffingsaanslag is deze bij de bestreden uitspraak gehandhaafd. Het beroep strekt tot vernietiging van de uitspraak van de inspecteur en, zo begrijpt het Hof, primair tot vernietiging van de naheffingsaanslag en subsidiair tot vermindering van de naheffingsaanslag tot op ¦ 108,13. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend en concludeert uiteindelijk tot vernietiging van de uitspraak en tot vermindering van de naheffingsaanslag tot op ¦ 17.336,80. Ter zitting van 23 juni 2003 is de inspecteur verschenen. Belanghebbende is met bericht van afwezigheid niet verschenen. Belanghebbende heeft een nader stuk ingezonden dat bij het Hof is binnengekomen op 6 juni 2003. De griffier heeft een kopie van dit stuk naar de inspecteur gezonden. De inspecteur heeft ter zitting kennis genomen van dit stuk en zich erover uit kunnen laten. 2. Tussen partijen vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende was in de onderhavige periode in de administratie van de Belastingdienst niet opgenomen als ondernemer voor de omzetbelasting. 2.2. Blijkens een op 1 februari 1997 door belanghebbende in persoon als koper en als directeur van A B.V. namens verkoper ondertekende akte van verkoop en koop, heeft belanghebbende op 1 juni 1997 van A B.V. de eigendom verkregen van het recreatiepark "De A", hetwelk gedreven wordt aan a-park n te P. Belanghebbende was ten tijde van deze transactie directeur-groot-aandeelhouder van A B.V. Evenbedoelde akte luidt voor zover hier van belang als volgt: "De verkoper ter ene zijde verklaart te hebben verkocht en per 1 juni 1997 in eigendom te zullen overdragen aan de koper ter andere zijde, die verklaart te hebben gekocht en per 1 juni 1997 in eigendom te zullen aanvaarden: 1. Het aan verkoper in eigendom toebehorend bedrijf, zijnde een recreatie-onderneming (…) waaronder ten deze is te verstaan : 2. Bedrijfs-huisvesting, kiosk, terras, bootjes, minicars, pony's, stallen, kiddyrids, inventaris kiosk, schuren, accu's en -laders, een tractor, aanhangwagens, alsmede verdere inventaris als vermeld op de aan deze akte aangehechte inventarislijst, welke roerende- en onroerende goederen per 1 juni 1997 ter uitoefening van voormeld bedrijf - gelegen en gevestigd a-park n (…) - aanwezig is en moet zijn. 3. Het recht van koper om met ingang van 1 juni 1997 op voormeld adres onder voormelde handelsnaam - of een zodanige andere naam als hij zal wensen - en alle zakelijke rechten voor eigen rekening en risico een recreatie-onderneming uit te oefenen of te doen uitoefenen, terwijl verkoper per genoemde datum de exploitatie beeindigt. (…) 8. Koper is door verkoper in kennis gesteld van de opzegging door de Gemeente P van het huurcontract van de grond per 1 augustus 1996 aan verkoper, zodat koper uitsluitend de opstallen en roerende goederen koopt. 9. Koper dient zelf zorg te dragen voor een nieuw huurcontract voor de grond met de Gemeente P . Op de datum van ondertekening van deze akte is door de Gemeente nog geen enkele toezegging gedaan. " 2.3 Blijkens een op 11 februari 1997 door belanghebbende en de gemeente P, ondertekende huurovereenkomst verhuurt de gemeente aan belanghebbende met ingang van 1 januari 1997 het terrein in het Noordelijke gedeelte van het a-park, als bedoeld in 2.2., plaatselijk bekend als AA voor een periode van 10 jaar. Het gehuurde is bestemd om te worden ingericht en gebruikt ten behoeve van de exploitatie van recreatieve activiteiten. Verhuurster is gelet op artikel 3.2. van evenbedoelde overeenkomst "gerechtigd om mede namens huurder - die daartoe onherroepelijk volmacht verleent - te opteren voor de belaste verhuur in de zin van artikel 11, lid b-5, van de Wet Omzetbelasting 1968." Huurder dient in verband hiermee blijkens artikel 3.4. van evenbedoelde overeenkomst bij het begin van elk jaar een opgave te doen "waarin hij verklaart de gehuurde onroerende zaak voor 90% of meer voor belaste prestaties" te gebruiken. Op het gehuurde bevinden zich blijkens artikel 6.3. van evenbedoelde overeenkomst de volgende opstallen: "bedrijfswoning met schuur circa 147 m2; stallen circa 206 m2; consumptie-kiosk circa 54 m2; scooterhok circa 15 m2; sanitair circa 10 m2." 2.4. Bij brief van 17 juni 1997 de gemeente P aan belanghebbende mee dat het verzoek van belanghebbende het onder 2.2. genoemde perceel grond alsmede zijn bedrijf onder te verhuren aan B voor een periode van vijf jaar is goedgekeurd. 2.5. In een niet-ondertekende huurovereenkomst inzake de verhuur van het object, plaatselijk bekend als a-park n, door belanghebbende aan B, is onder meer het volgende opgenomen: "1.2 'Het gehuurde' bestaat o.a. uit: 1. Woonhuis plus garage, zijnde bedrijfswoning 2. Winkelpand met opslag, zijnde snackbar/pannenkoekhuis 3. Toiletgroep van beton 4. Stallen plus opslag 5. Schuren 6. Botenvijver 7. Gebruik van grond, totaal groot 6.000 m2." 1.3 Huurder zal het gehuurde uitsluitend gebruiken als recreatie-bedrijf, zoals thans in gebruik zijnde, t.w. exploitatie snackbar ( verkoop snacks, pannenkoeken, ijs, alcoholvrije consumpties ), terras, minicars, bootjes, molen, pony-rijden en diverse kinderattrakties. Uitbreiding is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van verhuurder aan huurder. (…) 2.1 De onderhavige overeenkomst geldt voor vijf jaar, ingaande 1 juni 1997 en eindigende 31 mei 2002. (…) 3.1 De betalingsverplichting van huurder bestaat uit - de huurprijs - de vergoeding voor eventueel bijkomende leveringen en diensten - de eventueel over deze huurprijs en deze vergoeding wettelijk verschuldigde omzetbelasting. 3.2 De huurprijs bedraagt voor de eerste vijf jaar - 1 juni 1997 t/m 31 december 1997 f. 29.167,= excl. BTW, (…)." 2.6. Tot de stukken behoort voorts een handgeschreven, niet ondertekende, brief gericht aan B, gedateerd 15 mei 1997, welke brief door de Belastingdienst is aangetroffen in de administratie van B. In deze brief is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen: "Geachte Hr. B Heb hedenmiddag mondelinge toestemming gehad van de deelraad om te verhuren. Dus ondertekening van kontrakt zou plaats kunnen vinden morgen. Te betalen bij ondertekening: Overname inventaris ¦ 85.000 ex (…) Huur 15 mei tot 30 mei ¦ 2.000 ex Kwartaal huur 1 juni tot 30 aug ¦ 12.500 ex Samen ¦ 99.500 ex BTW 17 ½ % = 17.412,50 Samen ¦ 116.912,50 Zie boven ¦ 15.000 Waarborg ¦ 12.000 Kosten Kontrakt 500 Totaal ¦ 144.912,50 Gaarne antwoord via fax (…) Vriendelijke groeten Hr X" 2.7. Tot de stukken behoort voorts een, door de Belastingdienst in de administratie van B aangetroffen, factuur, van X aan B, gedateerd 15 mei 1997, op welke factuur het volgende staat vermeld: "Overname inventaris recreatiepark f. 85.000,-- Huur 15 tot en met 31 mei 1997 " 2.000,-- Huur kwartaal juni t/m augustus 1997 " 12.500,-- f. 99.500,-- B.T.W. 17,5% " 17.412,50 f. 116.912,50 Waarborgsom huur " 12.500,-- f. 129.412,50 Betaling direct per bank" 2.8. Op een dagafschrift van de ING Bank van de rekening-courant verhouding van C te Q, welk afschrift de Belastingdienst heeft aangetroffen in de administratie van B, staat vermeld een afschrijving op 15 mei 1997 van ¦ 129.912,50 ten gunste van belanghebbende. 2.9. In de beroepsfase heeft belanghebbende overgelegd een aanhangsel bij de akte van koop en verkoop genoemd onder 2.2. waarin voor zover hier van belang het volgende is opgenomen: "Betreft de ontvangen gelden van X betaald aan A B.V aangaande de overname inventaris en exploitatie recht a-park n met bij gevoegde inventaris lijst X zijnde Dir. Van A B V Thans nog gevestigd a-park n verklaart bij deze te hebben ontvangen van X overeenkomstig het eerder genoemde contract de volgende somma Inventaris FL. 30500,00 Vrachtwagen Iveco Fl. 2000,00 Bedrijf auto met schade opel FL 6604,25 ___________ FL. 39104,25 B.T.W. FL. 6843,25 ---------------- FL 45947,50 . Welke bij ondertekening deze is voldaan door X op 1 Februari !997 te a-park te P" 2.10. De inspecteur heeft een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd van ¦ 17.412 zijnde het bedrag aan omzetbelasting dat is vermeld in de brief en de factuur van 15 mei 1997, genoemd respectievelijk onder 2.6. en 2.7.. 3. Geschil In geschil is of de naheffingsaanslag terecht aan belanghebbende is opgelegd. Het geschil spitst zich met name toe op de vraag of de inspecteur terecht het bedrag vermeld op de bescheiden genoemd onder 2.6. en 2.7. op grond van artikel 37 van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) heeft nageheven. 4. Standpunten van partijen Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de stukken van het geding. Ter zitting heeft de inspecteur, zakelijk weergegeven, hieraan nog het volgende toegevoegd: Bij nader inzien ben ik van mening dat in casu sprake is van de overdracht van een onderneming, eerst door A B.V. aan belanghebbende en vervolgens door belanghebbende aan B. De gesloten overeenkomsten, te weten de overdracht van de inventaris aan B en de gesloten (huur)overeenkomst met B strekken ertoe de onderneming over te dragen. Voorts ben ik van mening dat, ook ingeval het gelijk aan mijn zijde is, op het bedrag van de naheffing een bedrag van ¦ 75,20 in mindering dient te worden gebracht. De naheffingsaanslag dient derhalve te worden verminderd tot op ¦ 17.336,80. Het geschil spitst zich derhalve met name toe op de vraag of belanghebbende de op de factuur van 15 mei 1997 vermelde omzetbelasting op de voet van artikel 37 van de Wet verschuldigd is. De Belastingdienst heeft tijdens een onderzoek bij A B.V. kennis genomen van de transactie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.