arrestnummer rolnummer 23-004511-02 datum uitspraak 11 juni 2003 tegenspraak VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Alkmaar van 6 november 2002 in de strafzaak onder parketnummers 14-010184-02 (zaak A) en 14-015101-02 (zaak B) van het openbaar ministerie tegen [verdachte] geboren te [plaats] (Marokko) op […] 1970, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], en aldaar feitelijk verblijvende. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 23 oktober 2002 en in hoger beroep van 28 mei 2003. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaardingen, in zaak A en B overeenkomstig de op de terechtzitting in eerste aanleg van 23 oktober 2002 op vordering van de officier van justitie toegestane wijziging tenlastelegging. Van die dagvaardingen en vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlasteleggingen worden hier overgenomen. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, verbetert het hof deze. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de eerste rechter. Bewijs Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat -ten aanzien van zaak A onder 1- hij op 22 april 2002 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portefeuille en creditcards en bankpasjes en een paspoort en een rijbewijs en een geldbedrag en een horloge en een gouden halsketting toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of één van zijn mededaders op dreigende wijze een mes en een vuurwapen op die [slachtoffer 1] heeft gericht en met een vuurwapen twee schoten heeft afgevuurd en die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft/hebben gewerkt en in het gezicht en tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en geschopt en die [slachtoffer 1] een kopstoot heeft gegeven en het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en vervolgens meermalen het hoofd van die [slachtoffer 1] tegen de grond heeft geslagen en met kracht een ceintuur om de nek van die [slachtoffer 1] hebben aangetrokken en die [slachtoffer 2] tegen de grond hebben gewerkt en die [slachtoffer 2] hard in het gezicht en tegen het hoofd heeft geslagen, terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 1] dreigend toevoegde de woorden: "...heb je geld leef je, als je geen geld hebt, vermoord ik je."; -ten aanzien van zaak A onder 2- hij op 22 april 2002 in de gemeente Heiloo tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden, immers heeft/hebben verdachte en/of één van zijn mededaders die [slachtoffer 1] (terwijl hij naar buiten trachtte te vluchten) een kopstoot gegeven en die [slachtoffer 1] vervolgens verhinderd naar buiten te gaan en vervolgens die [slachtoffer 1] in een toilet geduwd en vervolgens die [slachtoffer 1] verhinderd dat toilet uit te gaan en vervolgens getracht de polsen van die [slachtoffer 1] met tape vast te binden en vervolgens een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 1] gericht en vervolgens meermalen de trekker van dat vuurwapen overgehaald en schoten afgevuurd en heeft/hebben zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] tegen de grond gewerkt en vervolgens de polsen van die [slachtoffer 2] met tape vastgebonden; -ten aanzien van zaak B- hij op 9 april 2002 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 450 euro, toebehorende aan [slachtoffer 3] en een mobiele telefoon, merk Nokia, type 3210, kleur grijs, toebehorende aan [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd met geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad voor zichzelf en zijn mededader de vlucht mogelijk te maken en met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon, toebehorende aan genoemde [slachtoffer 5], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte of zijn mededader een wapen heeft doorgeladen en verdachte of zijn mededader een wapen op die [slachtoffer 4] en op die [slachtoffer 5] heeft gericht en tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] heeft gedrukt en verdachte of zijn mededader die [slachtoffer 4] onder bedreiging van dat wapen heeft gedwongen de kassa te openen en op de grond te gaan zitten en verdachte of zijn mededader die [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft toegevoegd dat zij zich rustig moesten houden en verdachte of zijn mededader die [slachtoffer 5] met een mes heeft bedreigd en verdachte of zijn mededader die [slachtoffer 5] in diens neus heeft gebeten. Hetgeen in zaak A onder 1 en 2 en in zaak B meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezengeachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Strafbaarheid van het bewezengeachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezengeachte uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezengeachte levert op -ten aanzien van zaak A onder 1 en 2- De voortgezette handeling van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.