arrestnummer rolnummer 23-003970-04 datum uitspraak 15 juni 2005 tegenspraak VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Haarlem van 6 september 2004 in de strafzaak onder parketnummer 15-000722-04 van het openbaar ministerie tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende op het adres [adres] , thans gedetineerd in [P.I.] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg van 19 augustus en 23 augustus 2004 en in hoger beroep van 4 april, 23 mei, 30 mei en 1 juni
- Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzitting in eerste aanleg van 19 augustus 2004 op vordering van de officier van justitie toegestane wijziging tenlastelegging. Van die dagvaarding en vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd. Bewezengeachte Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 13 maart 2004 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 9994,8 gram en een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezengeachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Strafbaarheid van het bewezengeachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezengeachte uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het bewezengeachte levert op: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is. Oplegging van straffen De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar met aftrek van voorarrest. Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld. De officier van justitie heeft bij akte van 1 maart 2005 voormeld hoger beroep ingetrokken. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als de rechter in eerste aanleg heeft opgelegd. Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft zich op 13 mei 2004 te Schiphol samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer van een aanzienlijke voor verdere verspreiding en handel geschikte hoeveelheid cocaïne. Door aldus te handelen heeft verdachte bijgedragen aan de instandhouding van de markt van verdovende middelen. Cocaïne is een stof waarvan niet alleen het gebruik schadelijk is voor de volksgezondheid, maar welke ook direct en indirect oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Op dit ernstige feit dient in beginsel dan ook te worden gereageerd met een vrijheidbenemende sanctie van aanzienlijke duur. Bij het bepalen van de duur van de vrijheidsstraf heeft het hof mee laten wegen dat op grond van de stukken van het dossier en de behandeling van de zaak in hoger beroep aannemelijk is geworden dat de verdachte een belangrijke schakel was in de keten van personen die zich samen met verdachte bezighielden met de invoer van verdovende middelen in Nederland. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van zijn positie als werknemer op Schiphol door met zijn werknemerspas douaneposten te omzeilen. Verdachte heeft verklaard dat hem voor het meewerken aan het transport een beloning was toegezegd. Verdachte heeft derhalve gehandeld om er financieel beter op te worden. Bij de strafoplegging heeft het hof eveneens acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister van de Justitiële Documentatiedienst van 11 mei 2005, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder door de strafrechter is veroordeeld. Tevens houdt het hof rekening met de nog betrekkelijk jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde feit en de verantwoordelijkheid die hij –blijkens zijn proceshouding- voor zijn eigen handelen heeft genomen. Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten twee telefoontoestellen, die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurdverklaard en zijn daarvoor vatbaar aangezien het bewezengeachte met behulp van deze voorwerpen is begaan of voorbereid. Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Beslissing Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezengeachte omschreven. Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (ACHTENVEERTIG) MAANDEN. Beveelt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht. Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 1 STK Telefoontoestel, LG, kleur grijs; 1 STK Telefoontoestel, NOKIA mobiel, kleur grijs. Gelast de teruggave aan de rechthebbende, zijnde de uitgevende instantie, van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK pas; Schipholpas [pasnummer] , kleur: groen. Dit arrest is gewezen door de negende meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. Verheul, Dun en Van Breukelen-van Aarnhem, in tegenwoordigheid van mr. Laatsch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 15 juni
- Mr. Van Breukelen-van Aarnhem is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.