GERECHTSHOF TE AMSTERDAM, ZEVENDE ENKELVOUDIGE STRAFKAMER Beschikking in raadkamer op het hoger beroep in de zaak van [appellant], tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 17 juni 2005, houdende afwijzing van het verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte. De feiten en de rechtsgang Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 17 juni 2005, waarbij namens verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank. Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman mr. Doesburg. De raadsman heeft aangevoerd dat na verwijzing van de zaak door het hof naar de rechtbank geen wettelijke grondslag meer bestond voor voortduring van de voorlopige hechtenis, nu de wet daarin niet voorziet. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de behandeling bij de rechtbank na verwijzing een aanvang had dienen te nemen door een dagvaarding, terwijl in casu in plaats daarvan een oproeping is uitgegaan, zodat de berechting bij de rechtbank strikt genomen niet is aangevangen, ook al heeft op 17 juni 2005 een terechtzitting plaats gehad. De beoordeling Het hof heeft bij arrest van 27 mei 2005 het vonnis van de rechtbank te Amsterdam in de onderhavige zaak vernietigd en de zaak verwezen naar die rechtbank ten einde opnieuw te worden berecht en afgedaan. Verdachte bevond zich ten tijde van voormeld arrest op een rechtsgeldige titel in voorlopige hechtenis, te weten op basis van een door het hof gegeven bevel tot verlenging van de gevangenhouding. Artikel 75 van het Wetboek van Strafvordering ziet op bevelen tot voorlopige hechtenis door het hof indien tegen de einduitspraak in eerste aanleg hoger beroep is ingesteld. Ingevolge het eerste lid van die bepaling is op dergelijke bevelen artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing. Dit brengt mee dat indien het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep is aangevangen een bevel tot verlenging van de gevangenhouding van kracht blijft zolang geen einduitspraak is gewezen. De tussentijdse controle op de (voortduring van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.