GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 1 juni 2006 in de zaak onder rekestnummer 40/06 GDW van: [X], gerechtsdeurwaarder te [...], APPELLANT, gemachtigde: mr. M.J. Folkeringa t e g e n [Y] wonende te [...], GEÏNTIMEERDE.
(521)o.v.v. ... (040-06 GDW) Postbus 1312 te 1000 BH Amsterdam - wijst erop dat indien binnen de gestelde termijn niet tot betaling is overgegaan het bepaalde in artikel 43 lid 5 Gerechtsdeurwaarderswet geldt, welk artikel, voor zover van belang, als volgt luidt: “Wordt de boete niet binnen de gestelde termijn voldaan, dan kan de kamer voor gerechtsdeurwaarders ambtshalve beslissen de gerechtsdeurwaarder, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord, te ontzetten uit het ambt.” Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, L.J. Saarloos en P.J.N. van Os en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 1 juni 2006 door de rolraadsheer. Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beslissing van 13 december 2005 als bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet in de klacht met zaaknummer 82.2005 van: [ ], wonende te [ ], klager, tegen: [ ], gerechtsdeurwaarder te [ ], beklaagde, gemachtigde [ ]. Verloop van de procedure Bij brief met bijlagen 18 februari 2005 heeft klager een klacht ingediend tegen [ ], gerechtsdeurwaarders te[ ]. Bij brief van 8 maart 2005 heeft gerechtsdeurwaarder [ ], hierna de gerechtsdeurwaarder, op de klacht gereageerd. Bij ongedateerde brief heeft klager een nader stuk ingediend. De klacht is behandeld ter zitting van 1 november 2005, alwaar klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Van de behandeling is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 13 december 2005. Gronden van de beslissing 1. De feiten Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
- a)Klager heeft van [ ] Gerechtsdeurwaarderskantoor Incasso een mailing ontvangen naar aanleiding waarvan hij op 12 juli 2004 met een medewerker van dit kantoor heeft gesproken over de incasso van een vordering.
- b)Bij brief van 9 december 2004 is door [ ] Incasso B.V. aan klager medegdeeld dat een factuur ad € 202,30 -welke door klager wordt betwist- nog open staat.
- c)Bij brief van 29 december heeft deze B.V. op papier met als briefhoofd "[ ] Gerechtsdeurwaarderskantoor Incasso" klager onder meer geschreven:"Graag wil ik mijn kant van het verhaal kenbaar maken inzake bovengenoemd dossier. Conform ons gesprek, welke is opgenomen in bijgevoegde relatiekaart, hebben wij alle handelingen verricht zoals mondeling overeengekomen. Helaas is er wel een fout gemaakt. Er werd verzocht door [ ] om alle correspondentie uitsluitend te laten verlopen via e-mail. In beginsel is er gecorrespondeerd per gewone post. tevens hebben wij na uw accoord afgeweken van de procedure. Wij hebben tijdens dat gesprek afgesproken dat we een verhaalsonderzoek zouden uitvoeren ad € 40,00. [ ] heeft per brief voorgesteld om hiervan af te zien en een uitgebreid onderzoek te doen ad. € 170,00. [ ] heeft dit voorstel gefiatteerd. Dit zijn vanzelfsprekend geen redenen, om gemaakte kosten niet te voldoen. Het is vervelend om te moeten constateren dat na, mondeling gemaakte, afspraken u zich daar niet aan houdt. Wij zijn een gerechtsdeurwaarderskantoor met bepaalde bevoegdheden en een wettelijke status....”
- d)Bij brieven van 28 januari en 15 februari 2005 is klager door [ ] Incasso B.V. aangemaand tot betaling van de factuur.
- e)Bij brief van 30 maart 2005 heeft de B.V. medegedeeld het dossier te sluiten. Tevens is een gecorrigeerde factuur verzonden ad € 23,81. In deze factuur is onder meer een post Bevolkingsinfo/GBA opgenomen ad € 12,50. 2. De klacht Klager verwijt de gerechtsdeurwaarder: ? dat hij op een misleidende wijze klanten werft door middel van een mailing; ? dat hij de titel gerechtsdeurwaarder op ongepaste wijze gebruikt; ? dat hij niet werkt volgens overeengekomen voorwaarden; ? dat hij geen offerte heeft gedaan; ? dat hij niet zoals afgesproken per e-mail communiceert maar per brief; ? dat hij de incasso van klager heeft vertraagd; ? dat hij intimiderend optreedt en daardoor emotionele schade heeft veroorzaakt. 3. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder De gerechtsdeurwaarder heeft medegedeeld dat er noch door hem noch door zijn gerechtsdeurwaarderskantoor ambtelijke werkzaamheden zijn verricht 4. De beoordeling van de klacht 4.1 Klager heeft als beklaagde vermeld "[ ] gerechtsdeurwaarderskantoor". Nu [ ] als enige gerechtsdeurwaarder aan dat kantoor is verbonden, zal het ervoor worden gehouden dat de klacht tegen hem is gericht. In de aanhef van deze uitspraak is daarmee al rekening gehouden.. 4.2 Samengevat komt de klacht erop neer dat klager de gerechtsdeurwaarder verwijt dat de wijze waarop deze zich presenteert onduidelijkheid doet ontstaan over zijn positie en dat de gerechtsdeurwaarder de opdracht niet op de juiste wijze heeft behandeld. 4.3 De gerechtsdeurwaarder bedient zich in de coorespondentie met klager van briefpapier met het briefhoofd: "[ ] Gerechtsdeurwaarderskantoor Incasso". Links onderaan het briefpapier is vermeld "[ ] Ambtelijk BV" en "[ ] Incasso BV". Naar het oordeel van de Kamer is het voor een justitiabele in het geheel niet duidelijk wie in welke hoedanigheid hier optreedt. Gegeven het feit dat een gerechtsdeurwaarder over bevoegdheden beschikt die een medewerker van een incassobureau niet heeft, is het van groot belang dat het voor iemand die te maken krijgt met één van de twee bovengenoemde B.V.’s duidelijk is of hij wel of niet met een gerechtsdeurwaarder van doen heeft. Als op 2 september 2004 een factuur wordt verzonden voor verrichte werkzaamheden, en vervolgens op 30 maart 2005 een aangepaste factuur, kan moeilijk worden volgehouden dat geen werkzaamheden zijn verricht door of op gezag van de gerechtsdeurwaarder. Dit kan overigens ook al worden afgeleid uit het feit dat in de door de gerechtsdeurwaarder aan klager verzonden nota d.d. 30 maart 2005 een post is opgenomen ad € 12,50 wegens bevolkingsinformatie bij de gemeentelijke basisadministratie. Dergelijke informatie kan immers slechts door een gerechtsdeurwaarder worden ingewonnen. 4.4 Uit het vorenstaande volgt dat de gerechtsdeurwaarder zich ten opzichte van klager ten onrechte van de verrichte werkzaamheden heeft gedistancieerd. Of de werkzaamheden al dan niet als ambtelijk zijn aan te merken is voor de beoordeling van het handelen van de gerechtsdeurwaarder niet van belang. Het onderdeel van de klacht betreffende de wijze van presentatie is dan ook terecht voorgesteld. 4.5 Het is de Kamer overigens op geen enkele wijze gebleken dat de zaak van klager in enig stadium van de opdracht is gekomen dat er een dagvaarding zou worden uitgebracht. Indien derhalve al informatie bij de gemeentelijke basisadministratie is ingewonnen, was dat niet geoorloofd. In geen geval konden aan klager daarvoor kosten in rekening worden gebracht. 4.6 De klacht dat niet per e-mail is gecommuniceerd, is door de gerechtsdeurwaarder erkend en daarom terecht voorgesteld. 4.7 Blijkens de brief van de gerechtsdeurwaarder van 30 maart 2005 betrof het een incasso van een vordering met een hoofdsom van € 35.000,00. Van een redelijk handelend gerechtsdeurwaarder mag dan worden verlangd dat er adequate voorlichting wordt gegeven onder meer op het punt dat een dergelijke vordering na de incassofase in een gerechtelijke fase terecht kan komen en gelet op de hoogte daarvan niet zonder procureursbijstand in rechte zou kunnen worden afgehandeld zodat klager in elk geval op enig moment een advocaat /procureur diende in te schakelen. Niet gebleken is terzake juiste voorlichting aan klager is gegeven. 4.8 Ook de klacht dat de gerechtsdeurwaarder de opdracht niet goed heeft behandeld is derhalve terecht voorgesteld. 5. De Kamer is van oordeel dat na te melden maatregel op zijn plaats is. De Kamer neemt daarbij mede in aanmerking dat de gerechtsdeurwaarder reeds drie maal eerder een maatregel als bedoeld in artikel 43 lid 2 onder a van de Gerechtsdeurwaarderswet is opgelegd en eenmaal de maatregel als bedoeld in artikel 43 lid 2 onder d. Een en ander is de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder ter zitting voorgehouden. Op grond hiervan wordt beslist als volgt BESLISSING: De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders: ? verklaart de klacht gegrond; ? legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van schorsing op voor de duur van één maand, welke maatregel van kracht wordt op een na onherroepelijk worden van de beslissing per aangetekende brief aan de gerechtsdeurwaarder door de Kamer medegedeelde datum. Aldus gegeven door mr. S.G. Ellerbroek, voorzitter, mr. R.G. Kemmers en N.J.M. Tijhuis, (plaatsvervangende) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2005 in tegenwoordigheid van de secretaris. Coll.: Tegen deze beslissing kan binnen dertig dagen na dagtekening van verzending van het afschrift van de beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.