GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 23 november 2006 in de zaak onder rekestnummer 1020/2006 NOT van: MR. [X], notaris te [plaats], APPELLANT, gemachtigde: mr. P.J.H. [Y], t e g e n 1. MR. W. LOUWMAN, optredend als Bewaarder van het Kadaster en de openbare registers, kantoorhoudend te Apeldoorn, 2. DE DIENST VOOR HET KADASTER EN DE OPENBARE REGSITERS, gevestigd te Apeldoorn, GEÏNTIMEERDEN, gemachtigde: mr. I.S.T.A. van Riet. 1. Het geding in hoger beroep 1.1. Van de zijde van appellant, verder te noemen de notaris, is bij een op 3 juli 2006 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Almelo, verder te noemen de kamer, van 1 juni 2006, waarbij de klacht van geïntimeerden verder te noemen, klagers, gegrond is verklaard zonder oplegging van een maatregel aan de notaris. 1.2. Van de zijde van klagers is op 4 augustus 2006 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen. 1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 12 oktober 2006. Klager sub 1 en zijn gemachtigde, alsmede de notaris en zijn gemachtigde zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd, de gemachtigden aan de hand van een pleitnotitie. 2. De ontvankelijkheid van het beroep Van de zijde van klagers is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zonder uitdrukkelijk beroep te doen op de overschrijding van de termijn zoals weergegeven in artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt, verder te noemen Wna, dit punt toch naar voren gebracht. Artikel 107 lid 1 Wna luidt – voor zover hier van belang- : “Tegen een beslissing van de kamer van toezicht kan binnen dertig dagen na de dag van verzending van de in artikel 104 bedoelde brief beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.” De aanbiedingsbrief is gedateerd 1 juni 2006, de termijn van dertig dagen vangt aan op 2 juni 2006 en eindigt op 2 juli 2006, zijnde een zondag. Aangezien de Algemene Termijnenwet van toepassing is kan het beroepschrift tot uiterlijk maandag 3 juli 2006 in ontvangst worden genomen. In het onderhavige geval is het beroepschrift op 3 juli 2006 – derhalve binnen de wettelijke termijn - ter griffie van het hof ingekomen. De notaris is ontvankelijk in zijn beroep. 3. De ontvankelijkheid van klager sub 1 Klager sub 1, in zijn hoedanigheid van bewaarder van het Kadaster en de openbare registers, heeft op grond van zijn wettelijke bevoegdheid tot rectificatie van onjuistheden van de kadastrale gegevens zoals vermeld in artikel 59 lid 3 in verbinding met lid 1 van de Kadasterwet reeds een rechtens zelfstandig te respecteren belang, zodat hij ontvangen kan worden in zijn klacht. 4. De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 5. Beoordeling van de bestreden beslissing Het hof kan zich niet verenigen met de beslissing van de kamer, behoudens de daarin vervatte vaststelling van de feiten, en zal deze beslissing derhalve vernietigen. 6. De feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt zodat het hof zal uitgaan van de door de kamer in eerste aanleg vastgestelde feiten. 7. Het standpunt van klagers Klagers verwijten de notaris dat hij verwijtbaar handelt in de zin van artikel 98 Wna. Klagers hebben geconstateerd dat in een akte, verleden op 30 oktober 1997 voor notaris H. [Z] te [plaats], onjuiste kadastrale gegevens zijn vermeld. Klagers hebben de notaris verzocht de mogelijkheid te onderzoeken om deze akte te verbeteren. De notaris heeft echter aangegeven dat hij daartoe eerst bereid is nadat er een opdrachtgever bereid is gevonden de terzake te maken notariskosten te voldoen, temeer daar de desbetreffende akte is verleden voor de toenmalige notaris [Z], die deze kosten niet voor zijn rekening wenst te nemen. Bij herstel van een fout als de onderhavige is het Kadaster, aldus klagers, afhankelijk van de notaris. Het belang van de rechtszekerheid gebiedt de notaris zijn medewerking te verlenen aan het onderhavige verzoek zonder dat de kosten aan het kadaster in rekening worden gebracht. Daarnaast behoort de inhoud van een akte tot de verantwoordelijkheid en zorgplicht van de (opvolgend) notaris. Een rectificatieverzoek dient dan ook niet als een nieuwe opdracht te worden bezien, maar als een verzoek om te onderzoeken of een reeds verleden, onder zijn verantwoordelijkheid vallende akte wellicht aanvulling behoeft. 8. Het standpunt van de notaris 8.1. De notaris betwist de stellingen van klagers en verweert zich als volgt. 8.2. De notaris stelt zich op het standpunt dat hij juist heeft gehandeld. In dat verband verwijst hij naar de brieven gedateerd 7 mei 2004 die hij heeft verstuurd naar zijn ambtsvoorganger mr. H. [Z], en de overige betrokkenen. Deze brieven gaan over het onderzoek en de kosten daarvan. Niemand heeft zich bereid verklaard de kosten op zich te nemen. Naar de mening van de notaris is er geen sprake van klachtwaardig handelen, maar is er eigenlijk sprake van een tariefsgeschil. Het gaat daarbij om de principiële vraag of de notaris werkzaamheden mag declareren die mogelijk leiden tot verbeteringen van akten uit het protocol van zijn ambtsvoorganger. 8.3. Ten slotte verzoekt de notaris het hof om klagers te veroordelen in de kosten van de onderhavige tuchtzaak en - wellicht ten overvloede - te bepalen dat klagers deze kosten zonodig verhalen op diegenen die noopten tot het onderzoek. 9. De beoordeling 9.1. Aan het oordeel van het hof is onderworpen de vraag of de notaris juist heeft gehandeld door eerst de betaling van zijn te verlenen diensten zeker te stellen alvorens over te gaan tot het rectificeren van de akte, dan wel dat de notaris de rectificatiewerkzaamheden om niet zou dienen te verrichten ten behoeve van de rechtszekerheid. 9.2. In onderhavige zaak staat vast dat het initiatief tot rectificeren van de akte is uitgegaan van klagers. De oorspronkelijk belanghebbenden: De Gemeentekring Almelo en D. en J.M. Eshuis, hebben, na te zijn aangeschreven door de notaris inzake het verzoek tot rectificatie van klagers, niet gereageerd. Dit leidt er toe dat van die zijde geen wens tot rectificatie bestaat, laat staan dat daartoe een opdracht dan wel volmacht is verstrekt of dat de kosten van de notaris door hen worden voldaan. Mr. [Z] heeft zich –na telefonisch contact – evenmin bereid verklaard de kosten voor zijn rekening te willen nemen. 9.3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris verklaard dat, indien er sprake zou zijn van een door hem zelf gemaakte fout, hij bereid zou zijn de akte kosteloos te rectificeren. Niet is gesteld noch gebleken dat mr. [Z] of de notaris aangesproken kunnen worden op de fout in de akte. 9.4. Het hof is van oordeel dat van de notaris in het onderhavige geval niet gevergd kan worden dat hij tot rectificatie overgaat, nu onweersproken is vast komen te staan dat de partijen bij de te rectificeren akte niet bereid zijn om mee te werken aan de rectificatie van de akte. De klacht is ongegrond. Nu het hof tot een ander oordeel is gekomen dan de kamer, kan de beslissing van de kamer niet in stand blijven Het hof zal de beslissing zoals reeds aangegeven in rubriek 5. dan ook vernietigen. 9.5. Het hof wijst af de door de notaris verzochte veroordeling van klagers in de kosten van dit geding, reeds omdat daarvoor in de onderhavige tuchtprocedure geen plaats is. 9.6. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven. 9.5. Het vorenoverwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing. 10. De beslissing Het hof: - vernietigt de beslissing van de kamer van 1 juni 2006, behoudens de daarin vervatte vaststelling van de feiten, en opnieuw rechtdoende: - verklaart klager sub 1 ontvankelijk in de klacht; - verklaart de klacht ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mrs. N.A.M. Schipper, A.D.R.M Boumans en P.J.N. van Os en uitgesproken ter openbare terechtzitting van donderdag 23 november 2006 door de rolraadsheer. KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE ALMELO Klachtzaak: 16 05 Wna UITSPRAAK inzake: 1. Mr. W. Louwman, ten deze optredende als Bewaarder van het Kadaster en de openbare registers, en 2. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers, beiden kantoorhoudende respectievelijk gevestigd te Apeldoorn, klagers, gemachtige: mr. I.S.T.A. van Riet, advocaat te Apeldoorn. tegen: mr. A. [X], notaris te [plaats], hierna te noemen de notaris, gemachtigde: mr. P.J.H. [Y], notaris te [plaats]. 1 Verloop van de procedure Op 23 november 2005 heeft klager sub 1 een klacht (met bijlagen) ingediend bij de Kamer van Toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen in het arrondissement Almelo, hierna te noemen de Kamer. De notaris heeft zich verweerd bij schrijven van 5 december 2005. Vervolgens heeft klager sub 1 bij brief van 25 januari 2006 gerepliceerd en is door de notaris op 13 februari 2006 gedupliceerd. De klachtzaak is ter zitting van 22 mei 2006 behandeld. Klager sub 2 heeft zich met instemming van de notaris ter zitting aan de zijde van klager sub 1 gevoegd en diens stellingen en verzoeken overgenomen. Klager sub 1 is in persoon verschenen, klagers hebben zich doen vertegenwoordigen door mr. Van Riet. De notaris is niet in persoon verschenen, doch in de persoon van zijn gemachtigde mr. [Y]. 2 Toetsingskader In deze klachtzaak dient te worden beoordeeld of de notaris heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in de Wet op het notarisambt (Wna). 3 Feiten Gelet op hetgeen klager(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.