GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Douanekamer Uitspraak in de zaak nr. 05/495 DK de dato 10 april 2008
(1)- - - andere: 8414 59 30 - - - - axiale” Post 8473 30 90 “8473 Delen en toebehoren (andere dan koffers, hoezen en dergelijke) waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor machines en toestellen bedoeld bij de posten 8469 tot en met 8472: (…) 8473 30 - delen en toebehoren van de machines bedoeld bij post 8471: 8473 30 10 - - elektronische assemblages 8473 30 90 - - andere” 3.3. De Douanekamer heeft de volgende aantekening en toelichting in de beschouwingen betrokken: Aantekening 2 op Afdeling XVI “2. Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:
- a)delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8485, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;
- b)delen, andere dan die bedoeld onder
- a)hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder een zelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;
- c)andere delen worden ingedeeld onder post 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval, of, indien dit niet mogelijk is, onder post 8485 of 8548.” GS-Toelichting op post 8414 “B. Ventilatoren Deze toestellen, al dan niet voorzien van een ingebouwde motor, dienen hetzij om een regelmatige lucht- of gasstroom onder betrekkelijk geringe overdruk op te wekken, hetzij voor het in beweging brengen van de lucht in lokalen. De ventilatoren van de eerste groep bestaan uit een waaier (met schoepen of schroeven), die in een huis (carter) rond zijn as wentelt. Zij werken op dezelfde wijze als bepaalde roterende compressoren of centrifugaal compressoren, doch zij kunnen zowel blazen (bijvoorbeeld industriële blazers voor de uitrusting van windtunnels) als aanzuigen. De toestellen van de tweede groep zijn eenvoudiger gebouwd en bestaan slechts uit een door een motor aangedreven schroef. Ventilatoren worden onder meer gebruikt voor de luchtverversing in mijnen, het ventileren van lokalen, schepen en silo’s, het wegzuigen van stof, stoom, rook, warme gassen, enzovoort, het drogen van verschillende stoffen (leder, papier, weefsels, verf, enzovoort), van vuurhaarden met geforceerde trek (door aanzuigen of door blazen). Deze groep omvat eveneens kamerventilatoren, al dan niet voorzien van een zwenk- of tuimelmechanisme. Hieronder zijn begrepen plafond-, tafel- en muurventilatoren op voetstuk, ventilatoren voor inbouw in muren, ruiten. Van deze post zijn uitgezonderd, ventilatoren die van andere organen dan de motor en het huis zijn voorzien (zoals keerdeuren, filters, koel- of verwarmingselementen, warmtewisselaars, enzovoort), en die aan de toestellen het karakter verlenen van tot andere posten behorende, meer complexe machines, bijvoorbeeld luchtverhitters met andere dan elektrische warmtebron (post 7322), aggregaten voor de regeling van het klimaat in besloten ruimten (post 8415), toestellen voor het afzuigen van stof (post 8421), luchtkoelingsapparatuur voor de industriële behandeling van stoffen (post 8419), of voor het koelen van ruimten (post 8479), elektrische toestellen voor het verwarmen van woonruimten, met ingebouwde ventilator (post 8516).” 3.4. In casu is ook van belang Verordening (EG) nr. 384/2004 van de Commissie van 1 maart 2004, PB L 64 van 2 maart 2004, blz. 21. Punt 2 van de bijlage bij deze verordening luidt als volgt: Omschrijving