GERECHTSHOF AMSTERDAM Kenmerk P 07/901 DK en 07/904 DK 14 mei 2009 uitspraak van de Douanekamer op het hoger beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C B.V. te R, belanghebbende, en op het hoger beroep van de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur, tegen de uitspraak in de zaak nr. AWB 06/4620 van de rechtbank Haarlem (verder: de rechtbank) van 4 oktober 2007 in het geding tussen belanghebbende en de inspecteur. 1. Uitnodiging tot betaling, bezwaar en geding voor de rechtbank 1.1. De inspecteur heeft met dagtekening 5 oktober 2005 aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (hierna: UTB) uitgereikt, kenmerk 8050.90.733/00.7.0254, ter zake van “douanerechten op industriële producten”, ten bedrage van € 9.216,20. 1.2. Belanghebbende heeft tegen deze UTB tijdig bezwaar gemaakt. Op 22 maart 2006 heeft de inspecteur het bezwaar ongegrond verklaard. Belanghebbende is tegen dit besluit op 6 april 2006 in beroep gekomen bij de rechtbank. 1.3. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 4 oktober 2007, verzonden op 5 oktober 2007, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de inspecteur vernietigd, de UTB verminderd tot een bedrag van € 6.687,32, de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 805 waarbij de Staat der Nederlanden dit bedrag dient te voldoen en de Staat der Nederlanden veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 281. De rechtbank heeft bij het gegrond verklaren van het beroep als volgt geoordeeld: “5.2. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder (Hof: de inspecteur), op wie de bewijslast rust van de feiten en omstandigheden om van de aangifte ten invoer af te wijken, met hetgeen hij daartoe heeft aangevoerd met betrekking tot een aantal ingevoerde artikelen voldoende aannemelijk gemaakt dat het glas, met name gezien de hoeveelheid daarvan in verhouding tot de andere materialen die deel uitmaken van het meubel, het wezenlijke karakter aan de meubels verleent. Met behulp van indelingsregel 3b dienen deze meubelen te worden ingedeeld in post 9403 8000 90. Het betreft de meubels uit de handelscatalogus met de nummers: KL 4000 en KL 4019. (…) 5.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eveneens met betrekking tot een aantal ingevoerde artikelen voldoende aannemelijk gemaakt dat desbetreffende meubels geen kenmerkend materiaal - noch van glas noch van staal- bezitten, dat het wezenlijke karakter aan het meubel verleent. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat desbetreffende producten op grond van indelingsregel 3c ingedeeld dienen te worden in post 9403 8000 90, aangezien deze post in nummering het laatste is geplaatst. Het betreft de meubels uit de handelscatalogus met de nummers: KL 4003, KL 4015, KL 4016, KL 4017, KL 4018, KL 4022, KL 4030, KL 4031, KL 4032. (…) 5.4. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, tegenover de betwisting door eiseres (Hof: belanghebbende) , met betrekking tot een aanta1 ingevoerde artike1en onvoldoende aanneme1ijk gemaakt dat het metaal, met name gezien de hoevee1heid daarvan in verhouding tot de andere materialen die dee1 uitmaken van het meubel en de wezenlijke functie ervan, niet het wezen1ijke karakter aan de meubels zou verlenen. Deze meube1s waren door eiseres naar het oordee1 van de rechtbank dan ook terecht ingedee1d in post 9403 2099 00, zodat de boeking achteraf in zoverre niet in stand kan blijven. Het betreft de meube1s uit de handelscatalogus met de nummers: KL 4012, KL 4013 en KL 4075. (…) 5.5. Voorts is voor zover de UTB ziet op de (…) aangifte (…), met dagtekening 11 maart 2004, de vraag aan de orde of verweerder in strijd met artikel 220 van het CDW heeft gehandeld. (…) Eiseres heeft gesteld dat door de douaneautoriteiten met het fysiek opnemen en we1bevinden van de indeling van de meubels als vermeld op deze aangifte een actieve handeling als bedoeld in artike1 220, lid 2, onderdee1 b, van het CDW is verricht en aldus het vertrouwen is gewekt dat de aangegeven goederencode juist is. (…) Verweerders stelling dat eiseres had kunnen weten dat de resultaten , van de opneming onjuist waren, aangezien al eerder terzake van vergelijkbare meubels proces-verbaal wegens het doen van onjuiste aangifte was opgemaakt, treft geen doel. Reeds uit hetgeen hiervoor onder 5.4 is geoordeeld, was de indeling van de in geding zijnde meubelen geenszins duidelijk en had eiseres de meubelen, zo bijkt thans, deels onder de juiste goederencode aangegeven. Hierdoor is de rechtbank van oordee1 dat eiseres de vergissing redelijkerwijze niet kon ontdekken als bedoeld in artikel 220, lid 2, onderdeel b, CDW. De UTB is, voorzover zij ziet op douanerechten terzake van aangifte (…) , ten onrechte opgelegd. 5.6. Wat betreft het artikel met het nummer KL 4079 is niet duidelijk welk meube1 het betreft. Het meubel komt niet voor in de overgelegde handelscatalogus en is evenmin terug te vinden in de door midde1 van het intemet te raadplegen catalogus. Verweerder heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de aangegeven goederencode onjuist was.” 2. De procedure voor de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam 2.1. Tegen de sub 1.3. vermelde uitspraak van de rechtbank heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij beroepschrift van 12 november 2007, ingekomen bij de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: Douanekamer) op 13 november 2007. 2.2. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 2.3. Tegen de sub 1.3. vermelde uitspraak van de rechtbank heeft ook de inspecteur hoger beroep ingesteld bij beroepschrift van 12 november 2007, ingekomen bij de Douanekamer op 14 november 2007. De inspecteur heeft het beroepschrift aangevuld bij brief van 12 december 2007. 2.4. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. 2.5. De mondelinge behandeling van de zaken heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 maart 2009. De zaken zijn, op verzoek van partijen behandeld tezamen met die met kenmerken P 07/902 DK en 07/903 DK . Namens belanghebbende is verschenen en gehoord mr. T, en namens de inspecteur drs. H. De inspecteur heeft een pleitnota voorgelezen en overgelegd. Van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard is proces-verbaal opgemaakt, welke aan deze uitspraak is gehecht. Na de zitting heeft belanghebbende, met instemming van de inspecteur, een nader stuk ingediend welk stuk zij tevens aan de inspecteur heeft gezonden. 3. De feiten Met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank, de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting stelt de Douanekamer de volgende feiten vast. 3.1. Belanghebbende heeft in opdracht van de vennootschap onder firma K te U (hierna K) de in het hierna opgenomen schema vermelde aangiften (hierna: de aangiften A tot en met F) voor het vrije verkeer gedaan: Datum Aangifte ten invoer nr Aantal cartons Aangegeven tariefpost Douanewaarde A 19-09-2003 IM4 0000 3502600 03 0000 3646 370 9403 10 99 € 15.783 B 15-12-2003 IM4 0000 3502600 03 0000 5017 616 9403 20 99 € 14.864 C 19-01-2004 IM4 0000 3502600 04 0000 0201 1578 9403 20 99 € 35.840 D 29-01-2004 IM4 0000 3502600 04 0000 0401 1386 9403 20 99 € 30.360 E 11-03-2004 IM4 0000 3502600 04 0000 1046 1136 9403 20 99 € 33.183 F 27-04-2004 IM4 0000 3502600 04 0000 1882 1383 9403 20 99 € 34.545 De goederen komen van oorsprong uit China. Belanghebbende heeft de goederen aangegeven onder tariefpost 9403 10 99 en 9403 20 99. Voor deze beide aangegeven posten gold een tarief van 0% aan douanerechten. 3.2. De verificatie van de aangiften, met uitzondering van aangifte E van 11 maart 2004, is aan de hand van bescheiden uitgevoerd. Bij de aangifte van 11 maart 2004 zijn de goederen aan een fysieke controle onderworpen. 3.3. Naar aanleiding van een in 2005 ingestelde controle, heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat de goederen moeten worden ingedeeld onder tariefpost 9403 80 00 van het Gemeenschappelijk douanetarief (hierna: GDT). Voor goederen van deze post gold een tarief van douanerechten van 5,6%. Dit heeft geleid tot een uitnodiging tot betaling, gedagtekend 5 oktober 2005, van € 9.216,20, die als volgt is samengesteld: Aangifte Datum Douanewaarde UTB A 19-09-2003 € 15.783 € 883,85 B 15-12-2003 € 14.864 € 832,38 C 19-01-2004 € 35.840 € 2.007,04 D 29-01-2004 € 30.360 € 1.700,16 E 11-03-2004 € 33.183 € 1.858,25 F 27-04-2004 € 34.545 € 1.934,52 UTB 5-10-2005 Totaal € 9.216,20 3.4. Tot de stukken van het geding behoren afschriften uit een handelscatalogus van K waarin van de ingevoerde producten een omschrijving en een foto is opgenomen. De goederen betreffen diversen typen tafels die gemeen hebben dat het onderstel van metaal is en het blad c.q. de bladen van glas. Voorts behoort tot de stukken een brief van 27 maart 2007 van de inspecteur waarin is opgenomen welke typen tafels zijn ingevoerd, gespecificeerd per aangifte. Voor zover van typen tafels geen informatie in de handelscatalogus aanwezig is heeft de inspecteur in deze brief aangegeven met welke typen tafels, die wél in de catalogus voorkomen, deze tafels overeenkomen. Van de tafels met typenummer 4002 en 4079 ontbreekt echter iedere omschrijving. Hierna is opgenomen een overzicht: Tafeltype Omschrijving Kenmerken volgens foto Komt voor in aangifte 4000 4002 4003 4012 4013 4015 4016 4017 4018 4019 4022 4030 4031 4032 4075 4079 ID03B ECA017B 9 ECA201B E K15 J313 Salontafel geen Eetkamer/schuiftafel Computermeubel Computermeubel Bijzettafel Bijzettafel Bijzettafel Salontafel Salontafel TV-Audiomeubel Komt overeen met 4031 Eetkamertafel Komt overeen met 4031 Salontafel geen Komt overeen met 4003 Komt overeen met 4012 Komt overeen met 4000 Komt overeen met 4013 Komt overeen met 4022 Komt overeen met 4015 Komt overeen met 4015 Tafel met twee bladen geen Tafel met uitschuifbaar blad Meubel met drie bladen en wielen en plankje Meubel met drie bladen en plankje Ronde bijzettafel Ronde bijzettafel Ronde bijzettafel met twee bladen Lage tafel met twee bladen Lage tafel twee bladen en wielen Meubel met vier bladen Tafel met één blad Lage tafel met twee bladen geen C D E F F A C D E F A D E D E B C D E F C D E B C D F C D B C D F F C F C C D D F F A A B B B F F 3.5. Tot de stukken behoren in Frankrijk en Duitsland aan derden afgegeven bindende tariefinlichtingen (hierna: BTI’s). Deze BTI’s betreffen tafels met een onderstel van metaal en een glazen blad en deze tafels worden ingedeeld in post 9403 20 80. Tot de stukken behoren voorts twee BTI’s in België afgegeven aan K (de importeur van de goederen) gedagtekend 8 februari 2006. Deze BTI’s luiden voor zover hier van belang als volgt: “BE D.T. 245.958 6. Indeling van het goed in de douanenomenclatuur 9403208090 7. Omschrijving van het goed Eetkamertafel met een glazen blad en een onderstel van metaal. Het artikel bestaat in diverse kleuren en maakt deel uit van een reeks. De afmetingen (lengte/breedte/hoogte) bedragen 180cm x 90cm x 75 cm. Het artikel is per stuk verpakt voor verkoop in het klein. ” (…) 9. Motivering voor de indeling van het goed De bewoordingen van de codes 9403, 940320 en 94032080 De algemene regel 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur . Toelichtingen op het Geharmoniseerd Systeem, hoofdstuk 94, Algemene Opmerkingen” “BE D.T. 245.959 6. Indeling van het goed in de douanenomenclatuur 9403208090 7. Omschrijving van het goed Salontafel met een onderstel van metaal en een bovenblad van glas. Het artikel bestaat in diverse kleuren en maakt deel uit van een reeks. De afmetingen (lengte/breedte/hoogte) bedragen 130cm x 60cm x 41 cm. Het artikel is per stuk verpakt voor verkoop in het klein. ” (…) 9. Motivering voor de indeling van het goed De bewoordingen van de codes 9403, 940320 en 94032080 De algemene regel 1 en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur . Toelichtingen op het Geharmoniseerd Systeem, hoofdstuk 94, Algemene Opmerkingen” 4. Het geschil en de relevante wetsbepalingen 4.1. In hoger beroep is nog in geschil of de goederen vermeld in het overzicht onder 3.4. moeten worden ingedeeld onder tariefpost 9403 80 00 van het GDT, zoals de inspecteur voorstaat, dan wel onder tariefpost 9403 20 99 hetgeen belanghebbende bepleit. Ingeval het gelijk met betrekking tot dit punt aan de inspecteur is, is in geschil of de BTI’s vermeld onder 3.5. tot een andere indeling nopen. Tussen partijen is niet meer in geschil dat de UTB voor zover deze betrekking heeft op de goederen met productnummers 4002 en 4079 dient te worden vernietigd. Dit betekent dat de UTB dient te worden verminderd met een bedrag van € 123,98 + € 71,63 = € 195,61. Tussen partijen is evenmin meer in geschil dat de UTB voor zover deze betrekking heeft op aangifte E, gedagtekend 11 maart 2004, dient te worden verminderd naar nihil. Dat betekent dat de UTB dient te worden verminderd met een bedrag van € 1.858,25. De proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase vormt geen afzonderlijk geschilpunt meer, dat wil zeggen dat deze, ingeval de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd tot het juiste bedrag is toegekend door de rechtbank. 4.2. Voorvermelde posten luiden als volgt: Post 9403 20 99 “9403 Andere meubelen en delen daarvan: (…) 9403 20 - andere meubelen van metaal: (…) - - andere: (…) 9403 20 99 - - - andere”. Post 9403 80 00 “9403 Andere meubelen en delen daarvan: (…) 9403 80 00 - meubelen van andere stoffen, teen, rotting, en bamboe daaronder begrepen”. 4.3. De relevante Aantekeningen en Toelichting luiden als volgt: Aantekening 2 op Hoofdstuk 94 “De artikelen (andere dan delen) bedoeld bij de posten 9401 tot en met 9403 worden slechts onder deze posten ingedeeld indien zij gemaakt zijn om op de grond te worden geplaatst. Onder vorenbedoelde posten blijven evenwel ingedeeld, ook al zijn zij gemaakt om te worden opgehangen, aan de wand te worden bevestigd of op elkaar te worden gezet:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.