GERECHTSHOF TE AMSTERDAM VIERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: [Appellant], wonend te [plaats], APPELLANT, vertegenwoordigd door: mr. B.G. Meijer, advocaat te Amsterdam, tegen de vennootschap onder firma [geïntimeerde], gevestigd te [plaats], GEÏNTIMEERDE, vertegenwoordigd door: mr. D. Bode, advocaat te Amsterdam. 1. Het geding in hoger beroep 1.1 Bij spoedappeldagvaarding van 20 juli 2009 is appellant, […], in hoger beroep gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank te Amsterdam van 16 juli 2009 in deze zaak onder zaak- en rolnummer 430402/KG ZA 09-1275 gewezen tussen geïntimeerde, […], als eiseres en – onder meer – [appellant] als gedaagde. De dagvaarding in hoger beroep bevat twee grieven. 1.2 Ter terechtzitting van het hof van 22 juli 2009 heeft [appellant], overeenkomstig de dagvaarding in hoger beroep, twee grieven voorgesteld, enkele producties in het geding gebracht en geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en – kort gezegd – de vorderingen van [geïntimeerde] zal afwijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties. 1.3 Partijen hebben bij die gelegenheid de zaak doen bepleiten door hun advocaten, onder overlegging van pleitnota’s. [geïntimeerde] heeft geconcludeerd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bekrachtigen, met veroordeling van [appellant] in de kosten van - naar het hof begrijpt - het hoger beroep. 1.4 Ten slotte is arrest gevraagd. 2. Beoordeling 2.1 De voorzieningenrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.3, een aantal feiten als in deze zaak vaststaand aangemerkt. Daaromtrent bestaat tussen partijen geen geschil zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan. 2.2 Het gaat – kort gezegd - in deze zaak om het volgende. Begin april 2009 heeft [appellant] de zogeheten bonenloods op het aan [geïntimeerde] in eigendom toebehorende fabrieksterrein van de voormalige cacaofabriek, gelegen aan de [straat] te [plaats], zonder toestemming van [geïntimeerde] in gebruik genomen als woon- en werkruimte. [Geïntimeerde] is bezig met herontwikkeling van het voormalige fabrieksterrein en op de plaats van de bonenloods zal een appartementencomplex worden gerealiseerd. 2.3 [Geïntimeerde] heeft in kort geding gevorderd dat [appellant] en de personen, wier naam en woonplaats in redelijkheid kunnen worden achterhaald, die verblijven aan de [straat] te [plaats] worden veroordeeld om binnen vijf dagen na betekening van het te wijzen vonnis de bonenloods leeg en ontruimd aan [geïntimeerde] op te leveren, met machtiging aan [geïntimeerde] om deze ontruiming zo nodig zelf met behulp van de sterke arm te bewerkstelligen en met bepaling dat [geïntimeerde] dit vonnis gedurende één jaar na ontruiming opnieuw ten uitvoer kan leggen in geval van hernieuwde kraak. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen toegewezen met uitzondering van de gevraagde machtiging, gelet op het bepaalde in de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv. 2.4 [Appellant] betwist niet dat hij de bonenloods zonder recht of titel in gebruik heeft genomen. Grief 1 keert zich tegen het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter dat de bonenloods ten tijde van de ingebruikneming door [appellant] bij [geïntimeerde] in gebruik was. Bij de beoordeling van deze grief neemt het hof in aanmerking: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.