Gerechtshof TE Amsterdam Meervoudige Familiekamer Beschikking – ECLI:NL:GHAMS:2009:BL3456
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER BESCHIKKING van 22 december 2009 in de zaak met landelijk zaaknummer 200.030.975/01 van: […], wonende te […], APPELLANTE, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens te Den Haag, t e g e n HET OPENBAAR MINISTERIE, GEÏNTIMEERDE.
1.2. De vrouw is op 16 april 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 21 januari 2009 van de rechtbank te Alkmaar, met kenmerk 106669 / FA RK 08-1054.
1.3. Van de zijde van de gemeente Alkmaar heeft het hof op 8 september 2009 nadere stukken ontvangen.
1.4. De zaak is op 10 september 2009 ter terechtzitting behandeld.
1.5. Ter terechtzitting zijn verschenen:
De gemeente Alkmaar is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2.2. In het kader van de echtscheidingsprocedure van de ouders van de vrouw heeft de rechtbank Den Haag in haar beschikking van 25 augustus 2006 beslist: ‘verklaart voor recht dat niet is komen vast te staan dat tussen partijen sprake is van een rechtgeldig huwelijk”.
3.2. De vrouw verzoekt de beschikking waarvan beroep nietig te verklaren, althans te vernietigen en alsnog het verzoek af te wijzen.
4.2. Aan het hof ligt de vraag voor of de rechtbank op goede gronden heeft beslist dat de geboorteakte van de vrouw wordt verbeterd waardoor haar geslachtsnaam wordt gewijzigd.
4.3. De vrouw heeft in hoger beroep aangevoerd dat uit de beschikking van de rechtbank Den Haag niet kan worden afgeleid dat het huwelijk van haar ouders niet rechtsgeldig is verklaard. Daarnaast stelt zij dat zij door wijziging van haar geslachtsnaam een identiteitsverlies beleeft waardoor een niet gerechtvaardigde inbreuk wordt gemaakt op haar privéleven als bedoeld in artikel 8 EVRM.
4.4. Het hof stelt vast dat in de geboorteakte van de vrouw is vermeld dat zij de dochter is van de echtgenoten [voornaam x] [X] en [voornaam y] [Y] en dat haar geslachtsnaam [X] is. Ingevolge artikel 1:6 Burgerlijk Wetboek geldt dat de geslachtsnaam ten aanzien van een ieder dwingend wordt bewezen door de akte van geboorte. Dat niet is komen vast te staan dat tussen de ouders sprake is van een rechtsgeldig huwelijk, zoals door de rechtbank Den Haag in haar beschikking van 25 augustus 2006 beslist, kan evenwel niet tot de conclusie leiden dat het huwelijk van de ouders nietig was dan wel dat er geen huwelijk tussen hen was. Nu van de zijde van het OM geen feiten of omstandigheden zijn gesteld ter ondersteuning van zijn stelling dat tussen de ouders geen (rechtsgeldig) huwelijk was, wordt het bewijsaanbod van het OM gepasseerd.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.G. Kemmers, C.G. Kleene-Eijk en J.J.M. Bruinsma in tegenwoordigheid van mr. B.J. Schutte als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2009.