GERECHTSHOF TE AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER BESCHIKKING van 9 maart 2010 in de zaken met landelijk zaaknummers 200.042.985/01 en 200.042.989/01van: […], wonende te […], APPELLANT, advocaat: mr. W. den Harder te Alkmaar, tegen
- […], wonende te […],
- […], wonende te […], GEÏNTIMEERDEN.
- Het geding in hoger beroep 1.
- Appellant wordt hierna [de man] genoemd. Geïntimeerde sub 1 en geïntimeerde sub 2 worden hierna respectievelijk […] en […] (gezamenlijk: geïntimeerden) genoemd. 1.
- [de man] is op 16 september 2009 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 18 juni 2009 van de kantonrechter in de rechtbank te Haarlem, met kenmerken 419504 en
- 1.
- Op 8 december 2009 heeft het hof een brief van geïntimeerden ontvangen. 1.
- De zaken zijn op 21 januari 2010 ter zitting behandeld. 1.
- Ter zitting zijn verschenen: - [de man], bijgestaan door zijn advocaat; - mevrouw C. van der Poel, vertegenwoordiger van Zorg en Budget Beheer; - mevrouw [X], partner van [de man]. Geïntimeerden en de advocaat-generaal bij dit gerechtshof zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
- De feiten 2.
- [de man] is geboren [in]
- Hij is gedurende 49 jaar in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met mevrouw [Y], geboren [in]
- Geïntimeerden zijn de enige zoon en dochter van [de man], die uit voornoemd huwelijk zijn geboren. 2.
- Op 19 december 2003 is mevrouw [Y] overleden. In haar testament heeft zij [de man] tot haar enige erfgenaam benoemd. 2.
- Sinds medio 2006 heeft [de man] een relatie met mevrouw [X], geboren [in]
- [de man] is per 1 oktober 2008 met mevrouw [X] in haar huurwoning gaan wonen en zij hebben in juni 2009 een samenlevingscontract gesloten. De voormalig echtelijke woning heeft [de man] op 20 februari 2009 verkocht en geleverd aan een derde. 2.
- Bij de stukken bevinden zich: - een conclusie na intake en bespreking van Stichting Geriant van 14 januari 2009; - een verslag en conclusie van het neuropsychologisch onderzoek uitgevoerd door DOC-team Noord-Kennemerland op 25 mei
- Het geschil in hoger beroep 3.
- Bij de bestreden beschikking is, op verzoek van geïntimeerden, bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan [de man] en is tevens mentorschap ten behoeve van [de man] ingesteld. Mevrouw C. van der Poel van Zorg en Budget beheer is tot bewindvoerder en [geïntimeerde sub 1] tot mentor benoemd. 3.
- [de man] verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en het inleidend verzoek van geïntimeerden alsnog af te wijzen.
- Beoordeling van het hoger beroep 4.
- Aan de orde is de vraag of de gronden voor onderbewindstelling en mentorschap aanwezig zijn. [de man] stelt – kort samengevat – dat deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord, omdat hij voldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke en niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. 4.
- Het hof overweegt als volgt. Uit de conclusie van het neuropsychologisch onderzoek volgt dat er bij [de man] sprake is van een licht vertraagde informatieverwerking, mogelijke werkgeheugenproblemen en een licht verhoogde interferentiegevoeligheid, doch dat er geen aanwijzingen zijn voor een dementieel beeld. Gesteld noch gebleken is voorts dat [de man] voorafgaand aan de onderbewindstelling schulden heeft gemaakt, dan wel zijn vermogensrechtelijke belangen anderszins onbehoorlijk heeft waargenomen. Gelet hierop heeft het hof de overtuiging gekregen dat [de man] geen belemmeringen met betrekking tot zijn geestestoestand ondervindt, die grond opleveren voor onderbewindstelling. De enkele omstandigheid dat [de man] zo nu en dan vergeetachtig is, kan niet tot een ander oordeel leiden. Het hof zal de bestreden beschikking derhalve op dit punt vernietigen. Ten aanzien van het mentorschap overweegt het hof dat [de man] sinds 2006 een affectieve relatie heeft met mevrouw [X], dat zij inmiddels ruim twee jaar samenwonen en dat zij een samenlevingscontract hebben gesloten. Blijkens de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting ondersteunt mevrouw [X] [de man] bij zijn dagelijkse activiteiten en behartigt zij zijn overige niet-vermogensrechtelijke belangen naar tevredenheid. Ter zitting heeft [de man] verklaard dat hij kort geleden ernstig ziek is geweest en dat mevrouw [X] in staat en bereid was hem de benodigde intensieve zorg te bieden. Gezien het vorenstaande komt het hof tot de conclusie dat [de man], met behulp van mevrouw [X], voldoende in staat moet worden geacht zijn niet-vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen, zodat geen noodzaak bestaat tot het instellen van mentorschap. De bestreden beschikking kan ook op dit punt niet in stand blijven. 4.
- Dit leidt tot de volgende beslissing.
- Beslissing Het hof: In de zaken met landelijk zaaknummers 200.042.985/01 en 200.042.989/01 vernietigt de beschikking waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende; wijst het inleidend verzoek alsnog af. Deze beschikking is gegeven door mrs. H.L.L. Neervoort-Briët, G.J. Driessen-Poortvliet en W.K. van Duren in tegenwoordigheid van mr. R.M. van Diepen als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2010.