GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 29 juni 2010 in de zaak onder nummer 200.037.508/01 GDW van: [de gerechtsdeurwaarder], gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam], APPELLANT, t e g e n [klaagster], wonende te [plaatsnaam], GEÏNTIMEERDE, gemachtigde: mr. D.M.H.R. Garé. 1. Het geding in hoger beroep 1.1. Ter griffie van het hof alhier is op 6 juli 2009 ingekomen een verzoekschrift - met bijlagen - van de zijde van appellant, verder te noemen de gerechtsdeurwaarder, waarbij hij tijdig hoger beroep heeft ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder te noemen de kamer, van 2 juni 2009, verzonden op 9 juni 2009, waarbij de klacht van geïntimeerde, verder klaagster, gegrond is verklaard onder oplegging van de maatregel van berisping met aanzegging dat indien andermaal door hem een van de in artikel 34, eerste lid van de Gerechtsdeurwaarderwet, bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, een geldboete, schorsing of ontzetting uit het ambt zal worden overwogen. 1.2. Van de zijde van klaagster is op 22 september 2009 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen. 1.3. Op 21 januari 2010 is namens klaagster nog een tweetal producties ter griffie van het hof ingekomen. 1.4. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 januari 2010. Klaagster en haar gemachtigde, alsmede de gerechtsdeurwaarder zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd, de gerechtsdeurwaarder aan de hand van een pleitnotitie. 1.5. Na sluiting van de behandeling van de zaak ter terechtzitting is bij brief van de griffier van 4 februari 2010 namens het hof aan de gerechtsdeurwaarder verzocht om toezending van: - stukken waaruit blijkt dat voor vier andere schuldeisers eveneens beslag is gelegd op de auto van het merk Volkswagen, type Charan CL 85 kw, kleur groen, benzine uitvoering, met kenteken [X] en de processen-verbaal daarvan; - een overzicht waaruit blijkt welke betalingen door de debiteur zijn verricht. In antwoord daarop is op 12 maart 2010 een email (met bijlagen) van de zijde van de gerechtsdeurwaarder ingekomen met nadere informatie. 1.6. Bij brief, ingekomen op 24 maart 2010 ter griffie van het hof, is van de zijde van klaagster op bovengenoemde email en de bijlagen gereageerd. 2. De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie alsmede van de hiervoor genoemde stukken. 3. De feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. 4. Het standpunt van klaagster Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij de vordering niet voortvarend genoeg heeft getracht te incasseren. Klaagster stelt zich op het standpunt dat de debiteur destijds wel degelijk verhaal bood, omdat hij een nieuwe auto had gekocht en een nieuwe werkgever had. Klaagster heeft de gerechtsdeurwaarder hiervan op de hoogte gesteld. Dit heeft echter niet geleid tot verdere afdrachten dan de € 200,= die zij sinds 2007 heeft ontvangen. 5. Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder 5.1. De gerechtsdeurwaarder betwist de stellingen van klaagster en verweert zich in hoger beroep als volgt. 5.2. De gerechtsdeurwaarder heeft om te beginnen aangevoerd dat de klachtbrief van klaagster d.d. 30 november 2008 geen duidelijke en inhoudelijke klacht bevat en dat de kamer om die reden “een en ander had moeten afwijzen”. 5.3. De gerechtsdeurwaarder heeft voorts betoogd dat de vordering niet kon worden geïncasseerd omdat de debiteur geen verhaal bood. Dit kan hem niet worden tegengeworpen. Bovendien heeft volgens hem klaagster de kosten van afslepen en opslaan van de in beslag genomen auto niet voldaan en ook nimmer aangeboden die te voldoen. 6. De beoordeling 6.1. Aan de gerechtsdeurwaarder kan worden toegegeven dat de brief van klaagster d.d. 30 november 2008 niet uitblinkt door duidelijkheid. Niettemin heeft de kamer door die brief te lezen in samenhang met de eerdere (ingetrokken klacht-) brief van 8 oktober 2007, waarnaar klaagster verwijst, daaruit de klachten kunnen afleiden zoals onder 2 van de bestreden beslissing weergegeven. Ook de gerechtsdeurwaarder kon uit deze twee brieven – in onderlinge samenhang – duidelijk zijn dat de kamer de essentie van de klacht met juistheid heeft weergegeven. 6.2. Met de kamer is het hof is van oordeel dat de klachtonderdelen terecht zijn voorgesteld en dat de gerechtsdeurwaarder het dossier niet op correcte wijze heeft afgehandeld. Tijdens het verhandelde ter terechtzitting heeft de gerechtsdeurwaarder - daarnaar gevraagd – gesteld dat hij ten behoeve van alle schuldeisers [in totaal vijf], namens wie hij optrad beslag heeft gelegd op de litigieuze auto van de debiteur. Uit de bijlagen bij het emailbericht van 12 maart 2010, afkomstig van de gerechtsdeurwaarder blijkt echter niet anders dan dat op 20 november 2007 blijkens het proces-verbaal beslag is gelegd op eerder genoemde auto ten behoeve van één crediteur met dossiernummer 14650. De gemachtigde van klaagster heeft in haar reactie van 24 maart 2010 terecht naar voren gebracht dat het dossiernummer niet spoort met het tweede blad van het proces-verbaal, dat het dossiernummer 4768 vermeldt, zijnde het dossiernummer van klaagster. Hieruit volgt dat niet is gebleken dat er een ander beslag ligt op de auto dan het beslag dat is gelegd namens klaagster. Het verweer van de gerechtsdeurwaarder om niet over te gaan tot beslaglegging in verband met de afsleepkosten van de auto treft geen doel, nu klaagster heeft aangegeven - reeds bij emailbericht van 3 december 2007 - deze kosten voor haar rekening te willen nemen. Het is de gerechtsdeurwaarder zelf geweest, die in een antwoord-emailbericht van 4 december aangaf (zakelijk weergegeven) dat vooralsnog niet nodig te achten. 6.3. Op het verzoek van het hof om een overzicht waaruit de betalingen blijken die door de debiteur zijn verricht in dit dossier, is de gerechtsdeurwaarder niet ingegaan. Het bovenstaande in aanmerking genomen en gelet op de twee producties die namens klaagster in het geding zijn gebracht bevattende de bevestiging van de opdracht tot incassering van de vordering door een andere gerechtsdeurwaarder van 19 mei 2009 en de brief van 14 oktober 2009 van die andere gerechtsdeurwaarder waarin het dossier wordt gesloten omdat de vordering inclusief rente en kosten is voldaan, is het hof van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder niet voortvarend heeft gehandeld. De klacht is gegrond. 6.4. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht kan, als in het bovenstaande reeds behandeld dan wel als in deze procedure niet ter zake dienend, buiten beschouwing blijven. 6.5. Het hof is van oordeel dat niet kan worden volstaan met de door de kamer oplegde maatregel nu dit de achtste gegronde klacht is, de gerechtsdeurwaarder reeds driemaal is berispt en aan hem al eerder een geldboete van € 1.500,= is opgelegd. Daarom acht het hof thans een schorsing op zijn plaats. 6.6. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 7. De beslissing Het hof: - vernietigt de bestreden beslissing voor zover het de door de kamer opgelegde maatregel betreft, en opnieuw rechtdoende: - legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van schorsing gedurende een week op, ingaande op dinsdag 6 juli 2010, om 0.00 uur;• - bevestigt de bestreden beslissing voor het overige. Deze beslissing is gegeven door mrs. L. Verheij, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 29 juni 2010 door de rolraadsheer. KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM Beslissing van 2 juni 2009 zoals bedoeld in artikel 43, van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met nummer 569.2008 ingesteld door: [ ], wonende te [ ], klaagster, tegen: [ ], gerechtsdeurwaarder te [ ], beklaagde. Verloop van de procedure Bij brief met bijlagen ingekomen op 3 december 2008 heeft klaagster een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna: de gerechtsdeurwaarder. Op 6 januari 2009 is het aangehechte verweerschrift met bijlagen, van de gerechtsdeurwaarder ontvangen. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van 21 april 2009. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is bepaald op 2 juni 2009. 1. De feiten
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.