GERECHTSHOF TE AMSTERDAM DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER ARREST in de zaak van: [Appellant], wonende te [A], APPELLANT IN HET PRINCIPAAL APPEL, GEÏNTIMEERDE IN HET INCIDENTEEL APPEL, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam, t e g e n de naamloze vennootschap naar Belgisch recht N.V. SARCCO, gevestigd te Brussel, België, GEÏNTIMEERDE IN HET PRINCIPAAL APPEL, APPELLANTE IN HET INCIDENTEEL APPEL, advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam. Partijen worden hierna aangeduid als achtereenvolgens [Appellant] en Sarcco. 1. Het procesverloop 1.1. Bij dagvaarding van 7 december 2007 is [Appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 14 november 2007, hersteld bij vonnis van 2 januari 2008, gewezen onder nummers 361812/HA ZA 07.0306 en 362333/HA ZA 07.0392 tussen hem als eiser in de procedure met het eerstgenoemde nummer en gedaagde in de procedure met het laatstgenoemde nummer, en Sarcco als gedaagde in de procedure met het eerstgenoemde nummer en eiseres in de procedure met het laatstgenoemde nummer. 1.2. [Appellant] heeft van grieven gediend en daarbij zijn eis gewijzigd, bescheiden in het geding gebracht en bewijs aangeboden, met conclusie, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog zijn vordering zal toewijzen en de vordering van Sarcco zal afwijzen, met veroordeling van Sarcco in de kosten van het geding in beide instanties. 1.3. Sarcco heeft in het principaal appel geantwoord en bewijs aangeboden met conclusie, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen en [Appellant] zal veroordelen in de kosten van het hoger beroep. Voorts heeft Sarcco incidenteel appel ingesteld, met conclusie, kort gezegd, dat het hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, zo nodig onder verbetering van gronden, met veroordeling van [Appellant] in de kosten van het hoger beroep. 1.4 Partijen hebben ter zitting van het hof op 23 maart 2010 hun zaak mondeling doen bepleiten, [Appellant] door mr. R. Joosten te Waalre en mr K. Krol te Hasselt, België, en Sarcco door mr. Th.R.M. Welling te Zutphen, mr. S.A.N. Verbeke te Brussel en mr. A. Limmen te Leuven, beide partijen onder overlegging van pleitnotities. 1.5 Tenslotte hebben partijen om arrest gevraagd. 2. De grieven [Appellant] heeft in het principaal appel negen grieven aangevoerd. In het incidenteel appel heeft Sarcco één grief aangevoerd. Voor de inhoud van de grieven wordt verwezen naar de processtukken. 3. De feiten 3.1 Geen geschil bestaat over de door de rechtbank in het vonnis van 14 november 2007 in r.o. 1, onder a tot en met j als vaststaand aangemerkte feiten, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan. Het gaat in deze zaak om het volgende. 3.2 Sarcco – professioneel verhuurder van exclusieve voertuigen - heeft op of omstreeks 26 oktober 2001 van de officiële Ferrari-dealer in België een nieuwe Ferrari Barchetta F133 gekocht (met chassisnummer [Chassisnummer] en motornummer [Motornummer]), voor een prijs van € 227.662,94 (hierna: de Ferrari). 3.3 Sarcco heeft de Ferrari in het kader van haar bedrijfsuitoefening verhuurd aan CRC te Etterbeek, België. CRC is op 26 augustus 2002 in staat van faillissement verklaard. Sarcco heeft de curator in het faillissement verzocht om teruggave van de Ferrari, maar deze bleek spoorloos te zijn. Sarcco heeft op 27 augustus 2002 aangifte van diefstal en/ verduistering van de Ferrari gedaan. 3.4 In een op 25 januari 2002 gedateerde brief heeft Cars of Excellence N.V., autobedrijf te Maaseik, België (hierna: Cars of Excellence) het volgende geschreven aan [Appellant]: “In bijlage stuur ik u alvast de gegevens van de Ferrari 550 Barchetta, de factuur volgt.” 3.5 Cars of Excellence heeft een ongedateerde bestelbon opgemaakt, waarin [Appellant] is genoemd als koper van een Ferrari 550 Barchetta, kleur rood, interieur zwart, voor een koopprijs van € 264.600,--. Als voorschot is vermeld een bedrag van € 25.000,--. Verdere gegevens van de auto zijn niet ingevuld. 3.6 Op 26 januari 2002 heeft [Appellant] per bank een bedrag van € 214.555,-- betaald aan Cars of Excellence. 3.7 De Ferrari is op 22 januari 2002 in Luxemburg technisch gekeurd, waarna op 24 januari 2002 een Luxemburgs kenteken is afgegeven, met vermelding van het kenteken [Kenteken] en een kilometerstand van 372. 3.8 De Ferrari heeft zich tot medio maart 2004 in de showroom van Cars of Excellence bevonden. Omstreeks die tijd heeft [Appellant] de Ferrari naar Nederland gehaald, waarna hij deze omstreeks medio 2004 heeft gestald bij autodealer [Autodealer] te [B]. 3.9 Op 2 maart 2006 is de zich bij [Autodealer] bevindende Ferrari op verzoek van de Belgische overheid in strafrechtelijk beslag genomen door de officier van justitie te Utrecht. Later is dit beslag weer opgeheven. 3.10 In België is een strafrechtelijk onderzoek naar de diefstal van de Ferrari ingesteld. In dat kader is [Appellant] op 21 april 2006 verhoord. Blijkens het in het geding gebrachte proces-verbaal heeft [Appellant] verklaard dat hij de Ferrari in de loop van januari 2002 heeft besteld bij Cars of Excellence; dat de kooprijs € 264.600,-- bedroeg en dat hij bij bestelling een voorschot heeft betaald van € 50.045,--, welke betaling is uitgevoerd per bancaire overschrijving. 3.11 In een faxbericht van 28 december 2001 van [Werknemer] van Cars of Excellence aan ene [Betrokkene] is het volgende vermeld: “Gelieve volgende betaling uit te voeren naar Sparkasse Aachen (…) For: [Autodealer Duitsland] [Adres] (D) Bedrag € 400000,00 Met vermelding voorschot Ferrari Barchetta [Appellant]”. 3.12 Bij brief van 24 september 2004 heeft de toenmalige raadsman van [Appellant] het volgende geschreven aan [Betrokkene 2] te Luxemburg: “Mijn cliënt heeft medio 2002 een Ferrari Barchetta F133 ADM/550 met het Luxemburgse kenteken [Kenteken] (chassisnummer [Chassisnummer]) van [Autodealer Duitsland] gekocht. [Autodealer Duitsland] was destijds gevestigd te [C] (…) De koopprijs van voornoemde Ferrari is door mijn cliënt aan [Autodealer Duitsland] betaald door middel van overboeking van de koopprijs op de bankrekening van [Autodealer Duitsland]. De auto is reeds in het bezit van mijn cliënt. De officiële papieren en de reservesleutel ontbreken nog. Voornoemde auto staat voor zover wij weten op naam van [Betrokkene 2]. Een kopie van het kentekenbewijs sluit ik bij. Ik verzoek u vriendelijk kenbaar te maken of u bereid bent de autopapieren met betrekking tot voornoemde Ferrari over te dragen aan mijn cliënt, eventueel onder welke voorwaarden.” 3.13 Zowel [Appellant] als Sarcco heeft conservatoir beslag gelegd op de zich onder [Autodealer] bevindende Ferrari. 3.14 Na het vonnis van de rechtbank d.d. 14 november 2007 heeft Sarcco de auto in bezit genomen. 4. De beoordeling 4.1 In de onderhavige procedure stellen zowel [Appellant] als Sarcco zich op het standpunt dat zij eigenaar zijn van de Ferrari. De rechtbank heeft geoordeeld dat Sarcco als eigenaar moet worden aangemerkt. Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen richten zich de grieven van [Appellant]. De grieven lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. 4.2 Tussen partijen is niet in geschil dat de Nederlandse rechter in de onderhavige procedure rechtsmacht toekomt. Evenmin is in geschil dat de onderhavige zaak beoordeeld moet worden naar Belgisch recht. 4.3 Naar Belgisch recht geldt het bezit van onroerende goederen als titel (art. 2279 BW). Niettemin, zo vervolgt het artikel, “kan hij die een zaak verloren heeft of aan wie een zaak ontstolen is, gedurende drie jaren, te rekenen van de dag waarop het verlies of de diefstal heeft plaats gehad, de zaak terugvorderen van degene in wiens handen hij ze vindt (…)” Voorts geldt naar Belgisch recht dat indien de bezitter van een roerende zaak aanspraak maakt op eigendomsverkrijging door verjaring (omdat meer dan drie jaren na het verlies of de diefstal zijn verstreken), hij te goeder trouw moet zijn. Het gaat derhalve om de vraag – zoals ook de rechtbank voorop heeft gesteld – of [Appellant] wel of niet te goeder was bij de aankoop van de Ferrari. 4.4 Bij de beantwoording van de vraag of [Appellant] te goeder trouw was bij de aankoop van de Ferrari, neemt het hof de volgende omstandigheden in aanmerking: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.