ECLI:NL:GHAMS:2010:BN5956
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 31 augustus 2010 in de zaak 200.023.548/01 van: [de gerechtsdeurwaarder], gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam], APPELLANTE, gemachtigde: mr. [X], tegen [klager], wonende te [plaatsnaam], GEÏNTIMEERDE en in de zaak 200.023.537/01 van [klager], wonende te [plaatsnaam], APPELLANT, tegen [de gerechtsdeurwaarder], gerechtsdeurwaarder te [plaatsnaam], GEÏNTIMEERDE, gemachtigde: mr. [X].
1.2. Van de zijde van appellant in de zaak met zaaknummer 200.023.537/01 GDW, verder te noemen klager, is bij een op 26 januari 2009 ter griffie ingekomen verzoekschrift – met één bijlage – eveneens tijdig hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beslissing. Van de zijde van de gerechtsdeurwaarder is op 23 februari 2009 een verweerschrift in deze zaak ingekomen.
1.3. Beide zaken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van 10 juni 2010, alwaar klager, de gerechtsdeurwaarder en haar gemachtigde zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd, klager en de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder aan de hand van pleitnotities.
3.2. Artikel 39 lid 4 van de Gerechtsdeurwaarderswet bepaalt dat tegen de beslissing dat het verzet ongegrond is, geen rechtsmiddel open staat. Partijen kunnen daartegen dus geen hoger beroep instellen en zullen in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.
3.3. Voor zover het hoger beroep ziet op het berekenen van de explootkosten als vermeld in 4.3 van de bestreden beslissing zijn partijen wel ontvankelijk.
6.2. Wat betreft de klacht verweert de gerechtsdeurwaarder zich als volgt. Op 21 februari 2008 zijn twee verschillende exploten betekend aan twee hypotheekhouders. Het betreft twee exploten uitgebracht op grond van het bepaalde in artikel 508 Rv voor twee verschillende hypotheken. Aan klager is enkel het schuldenaarstarief in rekening gebracht, zoals opgenomen in het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarder.
7.2. Bij de beoordeling van de vraag of de kosten voor de twee exploten van betekening door de gerechtsdeurwaarder al dan niet terecht in rekening zijn gebracht, stelt het hof het volgende voorop. Als een ambtshandeling bij één exploot kán worden gedaan, dan behoort deze in beginsel ook bij één exploot te wórden gedaan. Alleen al de voor de gerechtsdeurwaarder geldende gedragsregel dat hij geen onnodige kosten maakt, leidt tot dat uitgangspunt. Als de gerechtsdeurwaarder er desondanks voor kiest om meer exploten te maken en te betekenen, dan is dat op zichzelf tuchtrechtelijk niet verwijtbaar, indien hij de kosten ervan niet aan de schuldenaar doorberekent.
7.3. In het onderhavige geval heeft de gerechtsdeurwaarder twee exploten betekend en in rekening gebracht. De gerechtsdeurwaarder heeft evenals in eerste aanleg de exploten waar het om gaat in het geding gebracht. Uit het eerste exploot blijkt dat het gaat om een betekening aan twee hypotheekhouders, die ten behoeve van klager in 1996 twee geldleningen hebben verstrekt. Deze hypotheekhouders hebben woonplaats gekozen bij notaris [B] in [plaatsnaam A]. Aan die gekozen woonplaats is het exploot ook betekend.
Het andere exploot betreft een exploot aan twee hypotheekhouders, die ten behoeve van klager in 2005 een geldlening hebben verstrekt. Deze hypotheekhouders hebben woonplaats gekozen bij notaris [A] in [plaatsnaam A]. Het exploot is aan die gekozen woonplaats betekend. De kamer heeft hierover ten onrechte overwogen dat het om twee afschriften van hetzelfde exploot gaat. Uit de hiervoor gegeven omschrijving volgt immers dat het gaat om twee verschillende exploten. Onder die omstandigheden was de gerechtsdeurwaarder gerechtigd om twee exploten in rekening te brengen. In zoverre is het beroep van de gerechtsdeurwaarder gegrond en zal de beslissing van de kamer worden vernietigd.
7.4. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.
7.5. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, M.W.E. Koopmann en L.J. Saarloos en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 31 augustus 2010 door de rolraadsheer.
Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beschikking van 23 december 2008 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake het verzet in de zaak met nummer 355.2008 ingesteld door: [ ], wonende te [ ], klager, tegen: [ ], gerechtsdeurwaarder te [ ], beklaagde, gemachtigde: [ ].
4.2 Ingevolge artikel 34 van de Gerechtsdeurwaarderswet zijn gerechtsdeurwaarders en kandidaat-gerechtsdeurwaarders onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met die wet of in strijd met hetgeen een behoorlijk gerechtsdeurwaarder betaamt. Ter beoordeling staat of de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder een tuchtrechtelijk verwijtbare gedraging in de zin van dit artikel oplevert.
4.3 Daarvan is in zoverre sprake dat het de Kamer is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder op 22 februari 2008 ten onrechte twee afschriften van hetzelfde exploot als twee exploten heeft berekend, terwijl bij één exploot is betekend aan de twee hypotheekhouders, die woonplaats gekozen hadden op hetzelfde adres bij notaris [ ] te [ ]. Dit deel van de klacht is gegrond, omdat het een gerechtsdeurwaarder niet is toegestaan nodeloos kosten in rekening te brengen.
4.4 De door klager in verzet voor het overige aangevoerde gronden werpen naar het oordeel van de Kamer geen nieuw licht op de beslissing van de voorzitter. De Kamer acht de beslissing van de voorzitter verder juist en de door klager nog aangevoerde gronden, die neerkomen op een herhaling van zijn inleidende klacht, geven evenmin aanleiding de motivering van de beslissing aan te passen. Klager heeft pas in verzet geklaagd over de wijze waarop de rente zou zijn berekend. Op grond van rechtspraak van het Gerechtshof te Amsterdam kan een nieuwe klacht niet voor het eerst in verzet aan der orde worden gesteld. Klager had dat in zijn inleidende klacht aan de orde moeten stellen. Dit onderdeel wordt daarom buiten beoordeling gelaten.
4.5 De Kamer acht het verzet gegrond en acht de klacht gedeeltelijk gegrond. De Kamer ziet aanleiding om voor het gegronde deel van de klacht gelet op de ernst van de verweten gedraging en de omstandigheden waaronder deze is begaan na te noemen maatregel op te leggen. Het deel van de klacht dat gegrond is, heeft betrekking op gedragingen van de gerechtsdeurwaarder. Zij is het immers die de exploten van 22 februari 2008 waarop het gegronde deel van de klacht ziet, heeft uitgebracht. Dit is niet de heer [ ] die zichzelf als verantwoordelijke naar voren heeft geschoven en als zodanig in de beschikking van de voorzitter is vermeld. In de aanhef van deze beschikking is daarmee reeds rekening gehouden.
4.6 Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.
BESLISSING:
De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders: verklaart het verzet gegrond; vernietigt de beslissing van de voorzitter voor zover die ziet op het berekenen van explootkosten als vermeld in 4.3 van deze beslissing; verklaart de klacht op dat onderdeel gegrond; ?legt aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op; bekrachtigt de beslissing van de voorzitter voor het overige.
Aldus gegeven door mr. H.C. Hoogeveen, plaatsvervangend-voorzitter, mr. G.H.I.J. Hage, en M.J.-M.L. Baudoin (plaatsvervangend) leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 december 2008 in tegenwoordigheid van de secretaris.