parketnummer: 23-000807-09 datum uitspraak: 10 september 2010 TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman) (promis) ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 6 februari 2009 in de strafzaak onder parketnummer 15-810373-08 tegen [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], adres: [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 23 januari 2009 en op de terechtzitting in hoger beroep van 27 augustus 2010. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 20 oktober 2008, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag van 389.740 euro, althans enig geldbedrag, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt. Bewezen verklaarde Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 20 oktober 2008, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, een geldbedrag van 389.740 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Bewijsoverweging De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de verdachte voor het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu onvoldoende wettig en overtuigend kan worden bewezen dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Hij voert daartoe aan dat voor de typologieën die het openbaar ministerie gebruikt om aan te tonen dat het geld van enig misdrijf afkomstig is, door de verdachte een aannemelijke verklaring wordt gegeven en dat de ingebrachte bescheiden ondersteuning bieden aan het verhaal van de verdachte dat sprake is van een legale herkomst van het geld. Het hof overweegt als volgt. Het hof stelt vast dat er twee geldstromen te onderscheiden zijn, te weten: 1) het geld dat door de verdachte vanuit China contant naar Hong Kong is gebracht en aldaar op 22 en 30 september 2008 op zijn bankrekening bij de [bank X] (rekeningnummer [x]) is gestort om vervolgens naar drie rekeningen bij [bank Y] te Ecuador van verschillende personen,(te weten: [getuige A], [getuige B] en [getuige C]) giraal te worden overgemaakt bij wijze van kapitaalinjectie voor aldaar gevestigde (Chinese) bedrijven, alsmede 2) het geld (dollars) dat in Ecuador door verschillende personen wordt omgewisseld in de periode van 30 september tot en met 15 oktober 2008 in 20 transacties van telkens 15.000, 20.000 of 25.000 euro, welk totaalbedrag vervolgens in carbonpapier verpakt in de dubbele bodem van een koffer door de verdachte wordt vervoerd en op Schiphol is onderschept. Hoewel de verdachte een verband tracht aan te brengen tussen het giraal storten in Hong Kong, het niet doorgaan van de aankoop van onroerende zaken in Ecuador en het vervolgens chartaal terugbrengen van geld naar Hong Kong, acht het hof deze koppeling niet aannemelijk. De verdachte heeft verklaard dat de eerste geldstroom bedoeld was voor de aankoop van winkelpanden, opslagplaatsen en woningen in Ecuador en als kapitaalinjectie voor in Ecuador gevestigde (Chinese) bedrijven, en niet per se bedoeld was voor de voorgenomen aankoop van een magazijn die uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden . Deze laatste transactie zou niet zijn doorgegaan omdat de euro minder waard werd, terwijl de verkoper had bedongen dat de afrekening in euro’s zou plaatsvinden. Hoewel de verdachte aanvankelijk beweerde dat het zijn privégeld betrof , zou later het geld in China zijn geleend van banken en particuliere personen, en wel alleen in euro’s . Inmiddels zijn echter alleen op naam van natuurlijke personen gestelde bescheiden ingebracht, waarbij ook leningen in dollars voorkomen, terwijl leenovereenkomsten ontbreken zowel met betrekking tot deze personen – van wie overigens niemand voorkomt op de lijst die de verdachte heeft opgegeven bij de KMAR, in welke verklaring hij ook aangeeft dat hij geleend heeft in yuan en dus niet in euro’s of dollars – als met name die welke met banken zijn aangegaan. Het hof stelt vast dat de verdachte (giraal) geld naar Ecuador heeft overgeschreven, dat aldaar geld is omgewisseld op een manier die de bedoeling lijkt te hebben om onder de grens te blijven van het ter plekke geldende equivalent van MOT-meldingen ter voorkoming van meldingen van ongebruikelijke transacties, en dat de verdachte vervolgens een grote hoeveelheid geld in contanten vanuit Ecuador naar Hong Kong heeft willen vervoeren. De verklaring van de verdachte dat hij dat zo deed omdat hij het geld niet giraal kon terugboeken naar Hong Kong (volgens verklaring van [getuige D] en [getuige E] d.d. 29 oktober 2008 zouden de rekeningen van bovengenoemde personen te kort bestaan voor dergelijke transacties ) en omdat hij het bankwezen in Ecuador niet vertrouwde , is ongeloofwaardig, nu hijzelf ook over een rekening in Ecuador beschikte en hijzelf nota bene $700.000 naar de [bank Y] heeft overgemaakt . De door en namens de verdachte geschetste gang van zaken acht het hof onaannemelijk gezien de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de tweede geldstroom heeft plaatsgevonden. Uit de transactiebonnen van Intereuro concludeert het hof dat de verdachte samen met [getuige D] en [getuige E] telkens kleine porties geld heeft omgewisseld voor euro’s. In totaal betreft het 20 transacties. De verdachte heeft aanvankelijk verklaard dat een vriend van hem de wisseltransacties heeft verricht; volgens de overgelegde transactiebonnen van Intereuro is hij daarbij echter zelf actief betrokken geweest. Op de terechtzitting van de rechtbank op 23 januari 2009 zegt hij niet precies te kunnen verklaren waar en op welke wijze in Ecuador dollars voor euro’s zijn omgewisseld (pagina 3). Het hof concludeert dat de verdachte het smurfen (= in zodanige porties omwisselen van geld dat geen melding ongebruikelijke transactie plaatsvindt) tracht te verbloemen. Daarbij komt dat dit geld verpakt was in carbonpapier en dat de
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.