GERECHTSHOF TE AMSTERDAM Douanekamer Uitspraak in de zaak nr. P10/00484 DK - na verwijzing door de Hoge Raad der Nederlanden - de dato 24 maart 2011 1. De procedure 1.1. Op 4 januari 2000 is bij de Tariefcommissie te Amsterdam een beroepschrift ingekomen van mr. N.P.J. Ooyevaar van KPMG Meijburg & Co, Internationale Douane Praktijk, te Amstelveen, gemachtigde, ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Xerox Manufacturing (Nederland) B.V. te Venray, belanghebbende. Het beroep is gericht tegen de uitspraak van het hoofd van het Douanedistrict Roermond, de inspecteur, van 26 november 1999, kenmerk 99/426/188/143, waarbij het bezwaar van belanghebbende tegen het in de uitnodiging tot betaling van 22 juni 1999, vervatte - hierna onder 4.1 te vermelden - bedrag aan douanerechten werd afgewezen. 1.2. Van belanghebbende is door de secretaris van de Tariefcommissie een griffierecht van f 450 geheven. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Op 17 augustus 2000 heeft belanghebbende een conclusie van repliek ingediend. De inspecteur heeft op 30 oktober 2000 een conclusie van dupliek ingediend. 1.3. Op grond van artikel XI van de Wet van 14 september 2001 (Stb. 419) is met ingang van 1 januari 2002 de Douanekamer van het Gerechtshof te Amsterdam (hierna: de Douanekamer) in de plaats getreden van de Tariefcommissie. 1.4. Op 9 oktober 2002 heeft de Douanekamer een onderzoek ter plaatse naar het hierna te omschrijven goed verricht op het adres van de gemachtigde aan de […]. 1.5. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van de Douanekamer van 9 oktober 2002. De Douanekamer heeft bij uitspraak van 31 mei 2005, nr. 00/90003 DK, het beroep gegrond verklaard, de uitspraak waarvan beroep vernietigd, de uitnodiging tot betaling verminderd met een bedrag aan douanerechten van € 1.383,58, de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en de Staat aangewezen deze kosten, groot € 966, aan belanghebbende te voldoen en tot slot de Staat aangewezen het griffierecht ad € 204,20 aan belanghebbende te vergoeden. 1.6. Op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën heeft de Hoge Raad bij arrest van 11 januari 2008, nr. 42.298, de uitspraak van de Douanekamer van 31 mei 2005 vernietigd, behoudens de beslissing inzake het griffierecht, en het geding verwezen naar de Douanekamer ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest. 1.7. Partijen hebben op uitnodiging van de griffier schriftelijk gereageerd op het arrest van de Hoge Raad. De mondelinge behandeling van de zaak na verwijzing heeft plaatsgevonden tijdens de zitting van de Douanekamer van 10 april 2008. De Douanekamer heeft bij uitspraak van 3 juni 2008, nr. 08/00109 DK, het beroep ongegrond verklaard. 1.8. Op het beroep in cassatie van belanghebbende heeft de Hoge Raad bij arrest van 9 juli 2010, nr. 08/02903, de uitspraak van de Douanekamer van 3 juni 2008 vernietigd en het geding teruggewezen naar het Gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest. 1.9. Belanghebbende en de inspecteur hebben, daartoe door de griffier in de gelegenheid gesteld, gereageerd op het arrest van de Hoge Raad bij brieven van respectievelijk 24 september 2010 en 20 augustus 2010. Belanghebbende heeft op 15 december 2010 een rapport van de Dispute Settlement Body van de WTO toegezonden. De inspecteur heeft de Douanekamer bij brief van 24 december 2010 een nader stuk doen toekomen. Belanghebbende heeft op dit stuk gereageerd bij brief van 31 december 2010. Belanghebbende heeft op 10 januari 2011 een uitspraak van het UK Tax Tribunal van 22 oktober 2010 aan de Douanekamer en de inspecteur gefaxt. De inspecteur heeft van alle ingezonden stukken van belanghebbende kennisgenomen. 1.10. De mondelinge behandeling van de zaak na de terugwijzing heeft plaatsgevonden ter zitting van de Douanekamer van 13 januari 2011. Met deze zaak is ter zitting gelijktijdig behandeld de zaak met het nummer 10/00483 DK. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden. 1.11. Belanghebbende heeft per brief van 15 februari 2011 verklaard geen bezwaar te hebben tegen ongeanonimiseerde publicatie van de uitspraak. 2. Geding na cassatie De Hoge Raad heeft het cassatieberoep gegrond verklaard waarbij de Hoge Raad, voor zover voor het geding na terugwijzing van belang, het volgende heeft overwogen: “4.3.1. Voor zover de middelen 3, 4 en 6 erover klagen dat het Hof de verwijzingsopdracht te beperkt heeft opgevat, slagen zij. Het Hof heeft vastgesteld dat met het oog op de kopieerfunctie het apparaat is voorzien van enige specifieke software, doch hieruit volgt nog niet dat met deze voorziening en met de multifunctionele mechanismen van het apparaat de functie van dit apparaat als kopieerapparaat niet ondergeschikt is aan de functies afdrukken, scannen of faxen. 4.3.2. In het arrest Kip e.a. heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat het van het belang van de kopieerfunctie afhangt of multifunctionele apparaten waarmee kan worden afgedrukt, gescand en gekopieerd, al dan niet als eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine onder post 8471 kunnen worden ingedeeld. De enkele mogelijkheid om, dankzij de toegevoegde software, met de 230 ST kopieën te maken is derhalve, zoals volgt uit dit arrest, niet voldoende voor een indeling van het apparaat onder post 9009. Blijkens het arrest Kip e.a. (punt 46) moet, rekening houdend met de objectieve kenmerken van het apparaat, zoals met name de afdruk- en de kopieersnelheid, de aanwezigheid van een sheetfeeder of het aantal papierladen, worden beoordeeld of de kopieerfunctie ondergeschikt is aan de andere functies dan wel of zij integendeel even belangrijk is. Nu het Hof de geschiktheid van de 230 ST voor het maken van kopieën niet in een dergelijke zin heeft gewogen, zijn 's Hofs hiervoor vermelde oordelen onvoldoende gemotiveerd. 4.4. Gelet op het hiervoor in 4.3.1 en 4.3.2 overwogene kan 's Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen. De middelen behoeven voor het overige geen behandeling.” 3. Vaststaande feiten 3.1. Belanghebbende heeft over de periode juni 1996 een periodieke aangifte achteraf voor het vrije verkeer gedaan voor een multifunctioneel apparaat met de handelsnaam “Xerox Document Centre 230 ST” (hierna: 230 ST). Aangegeven werd post 9009 12 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (hierna: GN). 3.2. Naar aanleiding van de bovengenoemde periodieke aangifte heeft de inspecteur de onder 1.1 vermelde uitnodiging tot betaling aan belanghebbende uitgereikt. Belanghebbende is tegen deze uitnodiging tot betaling in bezwaar gekomen en heeft daarbij verzocht de goederen in te delen in post 8471 60 van de GN. 3.3. De 230 ST bevat de functies afdrukken, scannen, faxen en kopiëren. Alle functies worden uitgevoerd met dezelfde snelheid: 30 pagina’s per minuut. Afdrukken en kopieën kunnen door het apparaat, naar keuze van de gebruiker, dubbelzijdig worden uitgevoerd, gesorteerd en geniet. Afdrukken is ook mogelijk vanaf een diskette die rechtstreeks in het apparaat kan worden geplaatst. 3.4. Het apparaat heeft vijf papierladen en een bypass tray waarmee ook papier kan worden ingevoerd. Al deze papierbronnen kunnen zowel voor het printen als voor het kopiëren worden aangewend. 3.5. De scanmodule van de 230 ST is standaard uitgerust met een automatische originelendoorvoer (sheetfeeder) waarin maximaal 50 originelen kunnen worden geplaatst ten behoeve van het scannen (scan-to-file), het printen (scan-to-print) en het faxen. 3.6. De scanmodule van de 230 ST scant met een resolutie van 400 dots per inch (hierna: dpi). De printmodule drukt af met een resolutie van 600 dpi. Bij het maken van een kopie wordt eerst gescand (400 dpi) en daarna meteen afgedrukt (600 dpi), zonder tussenkomst van een automatische gegevensverwerkende machine. 3.7. De 230 ST kan hetzij zelfstandig worden gebruikt als kopieerapparaat en printer (printen vanaf diskette), hetzij in een computer(netwerk)omgeving worden opgesteld. Het apparaat kan gelijktijdig afdrukken en scannen. Ook kan het apparaat via een ingebouwd modem faxberichten verzenden en ontvangen. 4. Geschil 4.1. Tussen partijen is in geschil het antwoord op de vraag onder welke post van de GN de ST 230 moet worden ingedeeld. Belanghebbende bepleit dat het apparaat, gelet op aantekening 5B op hoofdstuk 84 van de GN, met toepassing van indelingsregel 1 moet worden ingedeeld onder post 8471 van de GN (postonderverdeling 8471 60 40, dan wel 8471 60 90). Subsidiair is belanghebbende van mening dat indeling onder voormelde post dient te geschieden op grond van indelingsregel 3b. De inspecteur stelt dat niet aan alle voorwaarden genoemd in aantekening 5B op hoofdstuk 84 van de GN is voldaan, zodat indeling onder post 8471 met toepassing van indelingsregel 1 niet mogelijk is. Daarnaast stelt de inspecteur zich op het standpunt dat indelingsregel 3 evenmin tot indeling onder post 8471 van de GN kan leiden. De inspecteur concludeert tot indeling van het goed onder post 9009 van de GN (postonderverdeling 9009 12 00). Niet in geschil is dat, ingeval het gelijk aan belanghebbende is, de uitnodiging tot betaling dient te worden verminderd met een bedrag van € 1.383,58. 4.2. Voormelde posten luiden als volgt: Post 8471 “8471 Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische lezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen: (…) 8471 60 - invoereenheden en uitvoereenheden, ook indien zij in dezelfde behuizing geheugeneenheden bevatten: (…) - - andere: 8471 60 40 - - - afdrukeenheden (…) 8471 60 90 - - - andere”. Post 9009 “9009 Fotokopieerapparaten werkend met een optisch systeem of voor contactdruk, alsmede thermokopieerapparaten: - elektrostatische fotokopieerapparaten: (…) 9009 12 00 - - waarbij de kopie via een tussenliggende drager wordt verkregen (indirecte methode)”. 4.3. Aantekening 5B op hoofdstuk 84 luidt: “Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen in de vorm van systemen bestaande uit een variabel aantal afzonderlijke eenheden. Met inachtneming van het bepaalde in letter E hierna, wordt een eenheid als een deel van een compleet systeem aangemerkt, indien zij aan alle hiervoor omschreven voorwaarden voldoet, te weten: a. zij moet van de soort zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem; b. zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van een of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten, en c. zij moet in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm – codes of signalen – die bruikbaar is voor het systeem.”. 4.4. Aantekening 5C op hoofdstuk 84 luidt: “Afzonderlijk aangeboden eenheden van een automatische gegevensverwerkende machine worden onder post 8471 ingedeeld.”. 5. Het standpunt van belanghebbende Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken. Voor het verhandelde ter zitting wordt verwezen naar het proces-verbaal van de zitting. 6. Overwegingen 6.1. De Douanekamer stelt voorop dat ingevolge indelingsregel 1 de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken wettelijk bepalend zijn voor de indeling. In zijn arrest van 11 december 2008, in de gevoegde zaken C-362/07 en C-363/07 (Kip Europe SA e.a. en Hewlett Packard International SARL, hierna: arrest Kip e.a.), heeft het Hof van Justitie vastgesteld dat het mogelijk is dat een multifunctioneel apparaat als het onderhavige tegelijkertijd voldoet aan alle in aantekening 5B, sub a tot en met c, gestelde voorwaarden om te worden beschouwd als een eenheid die deel uitmaakt van een automatisch gegevensverwerkend systeem. Het apparaat dient daartoe van de soort te zijn die (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.