GERECHTSHOF TE AMSTERDAM TWEEDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER Beslissing van 17 mei 2011 in de zaak onder nummer 200.074.473/01 GDW van: KONINKLIJKE BEROEPSORGANISATIE VAN GERECHTSDEURWAARDERS, gevestigd en kantoorhoudend te Den Haag, APPELLANTE, gemachtigde: mr. J.M. Wisseborn, t e g e n [de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder], toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, wonende te [ ], GEÏNTIMEERDE. 1. Het geding in hoger beroep 1.1. Van de zijde van appellante, verder de KBvG, is bij een op 30 september 2010 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift, met bijlage, tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 31 augustus 2010, waarbij de kamer de klacht van de KBvG, tegen geïntimeerde, verder de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, gegrond heeft verklaard en aan hem de maatregel van berisping alsmede de maatregel tot betaling van een geldboete van € 500,= is opgelegd. 1.2. Van de zijde van de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder is op 16 november 2010 een verweerschrift, met bijlagen, ter griffie van het hof ingekomen. 1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 7 april 2011. Namens de KBvG is verschenen K. Weisfelt, die het woord heeft gevoerd aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota. De toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder is niet verschenen. 2. De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3. De feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat. 4. Het standpunt van de KBvG 4.1. De KBvG verwijt de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder dat hij in de periode 2007-2008 te weinig opleidingspunten heeft behaald. Op grond van artikel 1 van de Verordening Vakbekwaamheid is ieder lid van de beroepsorganisatie verplicht zich te scholen en bij te scholen, zodat de (kandidaat-)gerechtsdeurwaarder beschikt over de kennis die noodzakelijk is voor een goede beroepsuitoefening. Aan deze in artikel 1 neergelegde verplichting is voldaan als een lid binnen een aansluitende periode van twee kalenderjaren een door het bestuur van de KBvG vast te stellen minimum aantal opleidingspunten heeft behaald. Het in de periode 2007-2008 te behalen aantal punten bedroeg dertig. Hiervan heeft de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder er slechts vier behaald. 4.2. Door onvoldoende opleidingspunten te behalen heeft de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder niet alleen de Verordening overtreden, maar zich ook in financiële zin bevoordeeld; het volgen van opleidingen kost immers tijd en geld. Om die reden verzoekt de KBvG een geldboete op te leggen die vergelijkbaar is met de boetes die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, zijnde € 200,= per niet behaald punt. 4.3. Hetgeen de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd omtrent zijn financiële situatie geeft geen aanleiding tot het opleggen van een lagere boete. Indien de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder zijn verplichting tot (bij)scholing, al dan niet tijdelijk, niet kon nakomen, lag het op zijn weg om af te zien van toevoeging als kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Ook andere leden van de KBvG wier financiële positie te wensen overlaat, houden zich aan de Verordening. 5 Het standpunt van de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder 5.1. Door een samenloop van omstandigheden is de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder in staat van faillissement geraakt. Om zijn schulden te kunnen voldoen heeft hij zijn woonhuis verkocht. Het woonhuis zou worden geleverd op 15 november 2007. Doordat de koper is overleden, moest een andere koper worden gezocht aan wie eerst op 15 maart 2008 kon worden geleverd. Hierdoor heeft de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder in de periode tussen 1 oktober 2007 en 15 maart 2008 dubbele woonlasten gehad. Zijn vele financiële verplichtingen maakten het voor hem onmogelijk de kosten voor cursussen te dragen. 5.2. Ondanks het faillissement heeft de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder in de jaren 2005 en 2006 wel het vereiste aantal opleidingspunten behaald. Als hij had afgezien van zijn toevoeging als kandidaat-gerechtsdeurwaarder had hij zijn schuldeisers benadeeld. Ook wilde hij tijdens het faillissement geen nieuwe schulden laten ontstaan. Het faillissement is beëindigd per 5 september 2009. Daarna heeft de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder weer aan zijn bijscholingsverplichting voldaan. 6. De beoordeling 6.1. Om de kwaliteit van de gehele beroepsgroep te verzekeren zijn alle gerechtsdeurwaarders verplicht per twee jaar een minimum aantal opleidingspunten te behalen. Wanneer een gerechtsdeurwaarder niet aan deze verplichting voldoet brengt hij niet alleen de kwaliteit van zijn eigen beroepsuitoefening in gevaar, maar bevoordeelt hij zich ook ten opzichte van andere gerechtsdeurwaarders die zich wel aan de Verordening houden en aan de op hen rustende opleidingsverplichting tijd en geld moeten besteden. 6.2. Met zijn betoog dat hij zijn schuldeisers zou hebben benadeeld als hij van de toevoeging als kandidaat-gerechtsdeurwaarder had afgezien, omdat hij het cursusgeld niet kon betalen, miskent de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder het dwingende karakter van het hiervoor bedoelde voorschrift Als hij het zich financieel niet kon veroorloven op een reglementaire wijze het ambt van toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder uit te oefenen, diende hij van de toevoeging af te zien. 6.3. De toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld. De maatregel van berisping is passend en geboden. De door de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder aangevoerde omstandigheden, alle van financiële aard, geven het hof geen aanleiding in deze zaak naast de berisping een lagere boete op te leggen dan een van € 200,= per niet behaald opleidingspunt (in totaal dus € 5.200,=). De hoogte van deze boete komt overeen met andere vergelijkbare gevallen. De boete dient ertoe het behaalde financiële voordeel af te romen en toekomstige soortgelijke overtredingen, van de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder of anderen, te ontmoedigen. 6.4. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven. 6.5. Het hiervoor overwogene leidt mitsdien tot de volgende beslissing. 7. De beslissing Het hof: - vernietigt de bestreden beslissing van de kamer voor zover betrekking hebbende op onderdeel 4.5. en de opgelegde maatregel en, in zoverre opnieuw rechtdoende: - legt aan de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op; - legt aan de toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder een geldboete op van €5.200,= en bepaalt dat dit bedrag binnen 30 dagen na kennisgeving van deze beslissing dient te zijn overgemaakt op: Bankrekening: [ ] - bekrachtigt de bestreden beslissing van de kamer voor het overige, onder verbetering van gronden. Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J.C.W. Rang en M.W.E. Koopmann en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 17 mei 2011 door de rolraadsheer. KAMER VOOR GERECHTSDEURWAARDERS TE AMSTERDAM Beslissing van 31 augustus 2010 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met zaaknummer 132.2010 ingediend door: HET BESTUUR VAN DE KONINKLIJKE BEROEPSORGANISATIE VAN GERECHTSDEURWAARDERS (KBVG), gevestigd te Den Haag, klaagster, gemachtigde mr. J.M. Wisseborn, tegen: [gerechtsdeurwaarder], wonende te [woonplaats], toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Verloop van de procedure Bij brief van 17 februari 2010 heeft klaagster (hierna: het bestuur) een klacht ingediend tegen beklaagde, hierna de gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft bij brief van 20 maart 2010 een verweerschrift ingediend. Bij brief van 10 mei 2010 heeft de gerechtsdeurwaarder medegedeeld niet ter zitting te zullen verschijnen. De klacht is behandeld ter openbare terechtzitting van 11 mei 2010, alwaar de gemachtigde van klaagster is verschenen. Van de behandeling ter zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De uitspraak is nader bepaald op 31 augustus 2010. 1. De Feiten Uitgegaan wordt van de volgende feiten en omstandigheden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.