GERECHTSHOF AMSTERDAM MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER BESCHIKKING van 2 augustus 2011 in de zaak met zaaknummer 200.086.192/01 van:
(75). [de minderjarige] volgt Voortgezet Speciaal Onderwijs voor zeer moeilijk lerende kinderen. Hij laat in toenemende mate gedragsproblemen zien. [de minderjarige] is een zeer gesloten jongen die kampt met sociale en emotionele problemen. De school heeft melding gemaakt van ernstige gedragproblemen, zoals stelen, het intimideren van andere kinderen, schelden, schoppen en slaan. [de minderjarige] weet voorts niet hoe hij contact moet maken met andere kinderen en moet constant onder toezicht staan. Bovendien zijn tegen [de minderjarige] in 2010 en begin 2011 diverse aangiftes gedaan bij de politie waaronder van stalking, bedreiging en mishandeling. In 2008 is Zodiak bij het gezin betrokken geraakt. Hiernaast zijn ook het AMK, MEE en Lijn 5 bij het gezin betrokken geweest. De ouders hebben aangegeven open te staan voor hulp, maar enkel in de thuissituatie. Zij hebben de aanvankelijk verleende toestemming voor verblijf in De Hondsberg ingetrokken, om welke reden WSS ook om vervangende toestemming verzoekt. Zodiak heeft getracht een instantie te vinden die hulp kan bieden in de thuissituatie maar zonder succes. Zowel De Bascule als Triversum hebben aangegeven geen hulp in de thuissituatie te kunnen en willen geven omdat zij daar geen haalbare meerwaarde in zien. Voorts heeft Lijn 5 aangegeven dat De Hondsberg de aangewezen instantie is voor [de minderjarige] en zijn ouders. Voldoende aannemelijk is geworden dat de ouders [de minderjarige]’ problematiek bagatelliseren en onvoldoende onderkennen. Naar eigen zeggen ervaren zij geen problemen met [de minderjarige]. Verder is gebleken dat de ouders geen inzicht in de problematiek hebben en dat zij en ook [de minderjarige] de gemelde zorgen niet begrijpen. Hierdoor kunnen zij geen verandering aanbrengen in de situatie of in het belang van [de minderjarige] handelen en overvragen zij [de minderjarige]. Voorts leggen de ouders de zorgen rond de ontwikkeling van de gedragsproblemen van [de minderjarige] buiten zichzelf en [de minderjarige] neer en zij zien [de minderjarige] als slachtoffer. De ouders spreken bovendien geen Nederlands en hebben geen netwerk om op terug te vallen. Er bestaat onduidelijkheid met betrekking tot de oorzaak van de gedragsproblemen van [de minderjarige]. Het is noodzakelijk dat het gedrag van [de minderjarige] wordt onderzocht en geobserveerd ten einde een advies te kunnen geven omtrent eventuele verdere behandeling. Onderzoek in de thuissituatie is naar het oordeel van het hof niet mogelijk, gezien de forse gedragsproblemen van [de minderjarige] en het niet herkennen dan wel het ontkennen van deze problemen door de ouders en [de minderjarige] zelf. Het hof is derhalve van oordeel dat de gronden voor een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] ten tijde van de bestreden beschikking aanwezig waren en ook thans nog aanwezig zijn. Het hof zal de bestreden beslissing op dit punt bekrachtigen. De ouders hebben ter zitting in hoger beroep nog verzocht [de minderjarige] naar een andere instelling over te plaatsen, dichter bij de ouders. Dit verzoek moet worden afgewezen, reeds omdat de rechter niet bevoegd is te beslissen over de wijze waarop de machtiging uithuisplaatsing ten uitvoer wordt gelegd. Vervangende toestemming 4.
- Ingevolge artikel 1:264 BW kan de kinderrechter vervangende toestemming verlenen, indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaren noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid te voorkomen en de ouder die het gezag heeft zijn toestemming daarvoor weigert. In het belang van de minderjarige moet worden aangenomen dat deze bepaling van overeenkomstige toepassing is in het geval dat de minderjarige de leeftijd van twaalf jaar, maar nog niet die van zestien jaar heeft bereikt, en niet in staat is tot een weloverwogen waardering van zijn belangen, nu op grond van artikel 7:450 lid 2 BW ook in dat geval toestemming van de ouder met gezag een vereiste voor behandeling is. Ter gelegenheid van zijn verhoor heeft [de minderjarige], vijftien jaar oud, te kennen gegeven zich niet te kunnen vinden in de plaatsing op De Hondsberg en – naar het hof aanneemt – evenmin met zijn observatie aldaar. Gezien zijn verstandelijke handicap, zoals omschreven in het rapport van de Raad, acht het hof hem echter niet in staat tot een weloverwogen waardering van zijn belangen ter zake. Zijn ouders hebben hun eerdere instemming met plaatsing van [de minderjarige] in De Hondsberg ingetrokken, omdat zij het niet eens zijn met de uithuisplaatsing, maar ook omdat zij de afstand tussen Purmerend en Oisterwijk te groot vinden. Gelet op het hiervoor overwogene acht het hof observatie binnen een orthopedagogische observatiegroep van [de minderjarige] echter noodzakelijk om vast te stellen welke verdere behandeling hij nodig heeft en aldus ernstig gevaar voor diens geestelijke gezondheid te voorkomen. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is gebleken dat De Hondsberg daartoe het meest geëigend is. Het hof is dan ook van oordeel dat de kinderrechter, wat er zij van diens motivering, terecht vervangende toestemming heeft verleend voor observatie van [de minderjarige] in De Hondsberg. Blijkens de bestreden beschikking heeft de kinderrechter evenwel, naast toestemming voor observatie, ook toestemming verleend voor “medische behandeling” van [de minderjarige], zonder te specificeren wat dat inhoudt. Noch uit het verzoek van WSS, noch uit de overige stukken van het dossier blijkt van een noodzaak om [de minderjarige] thans ook een andere medische behandeling dan observatie te laten ondergaan. Denkbaar is dat het resultaat van die observatie daartoe zal nopen, maar het voert te ver om daarop nu al met een ongeclausuleerde toestemming vooruit te lopen. De bestreden beschikking kan in zoverre dus niet in stand blijven. 4.
- Dit leidt tot de volgende beslissing.
- Beslissing Het hof: vernietigt de bestreden beschikking voor zover daarbij vervangende toestemming is verleend voor observatie en medische behandeling van [de minderjarige] in De Hondsberg in Oisterwijk, en opnieuw rechtdoende: verleent vervangende toestemming voor medische behandeling bestaande in observatie van [de minderjarige] in De Hondsberg te Oisterwijk; bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige; wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mrs. C.E. Buitendijk, A.V.T. de Bie en P.J.W.M. Sliepenbeek in tegenwoordigheid van mr. M.L. Vries als griffier, en in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer op 2 augustus 2011.