GERECHTSHOF TE AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.094.858/01 OK van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid M.L. INVESTMENTS B.V., gevestigd te Zevenaar, VERZOEKSTER, advocaat: mr. C.W. Reintjes, kantoorhoudende te Duiven, t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BODY CONTROL CONCEPTS HOLDING B.V. , gevestigd te Opijnen, VERWEERSTER, advocaat: mr. H.G. Pomper, kantoorhoudende te Assen, e n t e g e n de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HAGEBOSCH BEHEER B.V., gevestigd te Opijnen, BELANGHEBBENDE, advocaat: mr. W.Th.A. Schermer, kantoorhoudende te Utrecht. 1. Het verloop van het geding 1.1 In het vervolg zal verzoekster (ook) worden aangeduid met ML Investments, verweerster met BCCH of de vennootschap en belanghebbende met Hagebosch. 1.2 ML Investments heeft bij op 3 oktober 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van BCCH over de periode 29 april 2008 tot en met 25 juli 2011. Daarbij heeft zij tevens verzocht - zakelijk weergegeven - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding: - primair te gelasten dat Hagebosch haar bevoegdheid als aandeelhouder niet mag aanwenden ter verkrijging van ontslag van het huidige bestuur en het benoemen van een bestuurder ten aanzien van wie geen overeenstemming bestaat met ML Investments; - subsidiair te bepalen dat besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders van BCCH tot ontslag van het bestuur slechts kunnen worden genomen met algemene stemmen; - meer subsidiair te bepalen dat de hiervoor bedoelde besluiten slechts kunnen worden genomen met instemming van een door de Ondernemingskamer te benoemen commissaris; - althans zodanige voorzieningen te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht, met veroordeling van BCCH in de kosten van het geding. 1.3 BCCH heeft bij op 5 oktober 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken toe te wijzen. 1.4 Hagebosch heeft bij op 5 oktober 2011 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven - : a. primair het verzoek tot het gelasten van een onderzoek en het verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen af te wijzen en daarbij tevens te bepalen dat het verzoek tot het gelasten van een onderzoek niet op redelijke grond is gedaan; b. subsidiair, voor het geval de Ondernemingskamer een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van BCCH mocht bevelen, bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding de huidige bestuurder H.A.W. Verlind (hierna: Verlind) te schorsen als bestuurder van BCCH en een derde persoon te benoemen tot bestuurder, althans een zodanige voorziening te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht; met veroordeling van ML Investments in de kosten van het geding. 1.5 De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 6 oktober 2011. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen. Partijen hebben vragen van de Ondernemings-kamer beantwoord. 2. De feiten De Ondernemingskamer gaat uit van de volgende feiten: 2.1 BCCH, opgericht door Hagebosch op 29 april 2008, drijft een onderneming die zich bezig houdt, via een daartoe opgezette franchiseorganisatie, met het bestrijden van overgewicht met behulp van (onder meer) een spierverstevigingsapparaat en het geven van adviezen en trainingen op het gebied van gewichtsverlies en gewichtsbehoud. Op 11 juni 2008 heeft ML Investments 15% van de aandelen in BCCH, voor een bedrag van € 225.000, van Hagebosch gekocht en geleverd gekregen. Hagebosch en ML Investments vormden sindsdien gezamenlijk het bestuur van BCCH. 2.2 De echtelieden M.C.P. Lubberhuizen en B.I. Dekens houden de aandelen in ML Investments en vormen van deze vennootschap het bestuur. Gevabos International Holding B.V. (hierna: Gevabos) en Vanoos International Holding B.V. (hierna Vanoos) houden de aandelen in Hagebosch en vormen daarvan het bestuur. Enig bestuurder en aandeelhouder van Gevabos is G.G. van den Bosch (hierna: Van den Bosch); enig aandeelhouder en bestuurder van Vanoos is J.S.M. van Oosterbosch (hierna: Van Oosterbosch). Van den Bosch en Van Oosterbosch zijn gehuwd. 2.3 BCCH houdt drie 100% dochtervennootschappen, waarvan zij ook enig bestuurder is, te weten Body Control International Development B.V., Body Control Nutrition B.V. en Body Control Franchise B.V. (hierna: Franchise). 2.4 Hagebosch en ML Investments hebben op 20 januari 2009 Hama Rent B.V. (Hierna: Hama) opgericht, in welke vennootschap zij elk voor 50% deelnamen. Hama houdt zich bezig met de aankoop van de spierverstevingsapparaten die bij de franchisenemers in gebruik zijn. Hama betrekt die apparaten van Franchise, en Franchise op haar beurt koopt deze van een maatschap van Van Oosterbosch en Van den Bosch (welke maatschap aanvankelijk de thans door BCCH gedreven onderneming exploiteerde; hierna: de Maatschap). Bestuurder van Hama werd ML Investments. Hagebosch en ML Investments hebben voorts op 20 maart 2009 Body Control Deutschland B.V. (hierna: BCD) opgericht, waarin beide eveneens voor 50% deelnamen en waarvan ML Investments eveneens de enige bestuurder werd. BCD houdt zich bezig met het opzetten van de franchiseorganisatie in Duitsland. 2.5 Op 30 juni 2011 zijn de aandelen in Hama en de aandelen in BCD alle door Hagebosch en ML Investments aan BCCH overgedragen, voor een koopprijs van respectievelijk € 400.000 en € 18.000. BCCH is vervolgens enig bestuurder geworden van Hama en van BCD. ML Investments heeft van haar vordering op de koopsom ten bedrage van € 218.000 afstand gedaan. Dit bedrag heeft zij bij overeenkomst van geldlening, eveneens van 30 juni 2011, geleend aan BCCH onder de verplichting van BCCH om dit bedrag inclusief rente volgens een aflossingsschema uiterlijk in 2016 te hebben afgelost. Hagebosch heeft zich borg gesteld voor de nakoming van alle verplichtingen uit de overeenkomst van geldlening, evenals Van Oosterbosch en Van den Bosch, ieder tot een bedrag van € 50.000, in privé. Voorts zijn tot zekerheid van de terugbetaling de aandelen in BCCH, Hama en BCD aan ML Investments verpand. 2.6 Op 25 juli 2011 heeft een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van BCCH plaatsgevonden. In die vergadering is met unanieme stemmen besloten om Hagebosch te ontslaan als bestuurder van BCCH en Verlind tot bestuurder te benoemen. Verlind was, tezamen met E.J. Lutgert (hierna: Lutgert), eind 2010 bij BCCH betrokken geraakt als adviseur. Vanaf omstreeks medio 2011 zijn Verlind en Lutgert fulltime voor BCCH werkzaam. 2.7 Bij brieven van 3 en 5 augustus 2011 die als opschrift dragen: “ingebrekestelling”, heeft ML Investments BCCH respectievelijk Hagebosch gewezen op artikel 4g van de overeenkomst van geldlening, welke bepaalt, zakelijk weergegeven, dat de hoofdsom met rente en kosten onmiddellijk opeisbaar is als de schuldenaar tekort schiet in de nakoming van de verplichtingen uit die overeenkomst en na ingebrekestelling in verzuim is geraakt. 2.8 Op 9 augustus 2011 heeft een algemene vergadering van aandeelhouders van BCCH plaatsgevonden, alwaar namens het bestuur van BCCH naast Verlind als bestuurder tevens Lutgert aanwezig was, blijkens de concept-notulen van die vergadering als non-executive director van BCCH. In de concept-notulen staat onder punt 2 van de gevolgde agenda vermeld de “[s]chriftelijke vastlegging van de nieuwe directie t.a.v. hun bevindingen van het functioneren van de gewezen directie”. De hier bedoelde rapportage van Verlind en Lutgert is ter vergadering voorgelezen en “maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de onderhavige notulen”. Blijkens de concept-notulen is vervolgens, “[o]p grond van de inhoud van [die rapportage] en de hierboven (…) geconstateerde onjuistheden, onwaarheden dan wel halve waarheden van de zijde van de gewezen directie, maar bovenal op grond van het feit, dat er een volledig gebrek aan vertrouwen en het voordurend beschamen van vertrouwen ten aanzien van c.q. door de gewezen directie heeft plaatsgehad, (door) de nieuwe directie, daarin gesteund door de heer en mevrouw Lubberhuizen, besloten, dat er voor de heer en mevrouw Van Oosterbosch geen enkele rol meer is weggelegd binnen [BCCH] dan wel de onder haar ressorterende vennootschappen, anders dan het zijn van aandeelhouder. Medegedeeld wordt, dat de sloten op het pand (…) inmiddels zijn vervangen en dat de gewezen directie per direct van de toegang tot het computersysteem van het bedrijf wordt afgesloten. (…) Indien de gewezen directie als aandeelhouder nog contact wil opnemen met de huidige directie, dan zal hiertoe slechts via e-mail contact worden opgenomen.” 2.9 Bij brief van 17 augustus 2011 hebben Verlind en Lutgert aan de advocaat van Hagebosch, Van Oosterbosch en Van den Bosch onder meer medegedeeld dat de financiële situatie van BCCH betaling aan ML Investments van hetgeen uit hoofde van de leningovereenkomst verschuldigd is, niet toelaat en dat BCCH niet aan haar verplichtingen kan en zal voldoen. Het ligt voor de hand, zo staat in de brief, dat Van Oosterbosch en Van den Bosch de verschuldigde betaling aan ML Investments zullen doen, teneinde te voorkomen “dat zij ineens voor het bedrag van de borgstelling kunnen worden aangesproken”. 2.10 Bij brief van 25 augustus 2011 is Hagebosch, en bij brief van 26 augustus 2011 zijn Van Oosterbosch en Van den Bosch, door ML Investments aangesproken als borg tot betaling van het verschuldigde bedrag uit de overeenkomst van geldlening. 2.11 Bij brief van 26 augustus 2011 heeft Hagebosch aan BCCH, Verlind en Lutgert, geschreven dat het onjuist is dat BCCH het aan ML Investments verschuldigde bedrag niet kan voldoen omdat BCCH beschikt over “diverse, bestendige, bronnen van inkomsten, te weten franchisefees, omzet van Nutrition en omzet van de beide eigen vestigingen”. Hagebosch heeft voorts verzocht een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders uit te schrijven voor 12 september 2011 met onder meer als agendapunten de gang van zaken “(directieverslag over het door de directie sedert haar aantreden gevoerde beleid)”, het ontslag van Verlind als bestuurder van BCCH en de benoeming van een nieuw bestuur. Deze vergadering is niet doorgegaan, waarna op 22 september 2011 een (nieuwe) uitnodiging voor een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders, te houden op 6 oktober 2011, aan de aandeelhouders is verstuurd. Aan de agenda is toegevoegd het agendapunt “Bijzonder accountantsonderzoek en de mogelijke consequenties daarvan”. 2.12 Ter terechtzitting is door partijen overeengekomen dat de vergadering van 6 oktober 2011 in elk geval niet op die datum zal doorgaan (maar, in het voorkomende geval, binnen een week na de afwijzende beschikking van de Ondernemingskamer). 3. De gronden van de beslissing 3.1 ML Investments heeft aan haar stelling, dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid van BCCH en dat onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen, ten grondslag gelegd dat zij ernstige bedenkingen heeft tegen de wijze waarop Hagebosch (en haar bestuurders) hebben gefunctioneerd. Daartoe heeft zij een aantal bezwaren aangevoerd die onder meer het volgende betreffen: - in de maanden voor haar aftreden als bestuurder van BCCH heeft Hagebosch - ondanks liquiditeitsproblemen bij de vennootschap - aan zichzelf een bedrag van € 43.200 uitgekeerd als management fee; - BCCH verkeert in een slechte financiële situatie; zij is ‘technisch failliet’; - Hagebosch heeft willekeurige en onderling wisselende bedragen aan de franchisenemers doorberekend voor de aanschaf van de spierverstevigingsapparaten; mede hierdoor hebben diverse aanvaringen met ontevreden franchisenemers/salonhouders plaatsgehad; - daarnaast is er een te hoge marge begrepen in de bedragen die (eerst) de Maatschap en (vervolgens) Franchise voor de apparaten in rekening brengt aan Hama, waardoor (naar de Ondernemingskamer begrijpt) Hama die apparatuur met een (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.