parketnummer: 23-002929-11 datum uitspraak: 20 december 2011 TEGENSPRAAK Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 30 juni 2011 in de strafzaak onder parketnummer 15-800416-11 tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, thans gedetineerd in P.I. Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen. Onderzoek ter terechtzitting Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 20 december 2011. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep In het dossier bevindt zich een akte rechtsmiddel van 6 juli 2011, met daaraan gehecht een brief van de raadsman gericht aan de griffier van de rechtbank Haarlem, waarvan de inhoud – voor zover relevant – luidt: “Ik ben door cliënt gemachtigd om het appel tegen het vonnis van de MK d.d. 30 juni 2011 in te stellen. Op grond van de jurisprudentie hieromtrent machtig ik u hierbij dit tijdig (bij voorkeur heden) namens mij/cliënt te doen met het verzoek de akte op voorhand per fax aan mij te doen toekomen.” Op grond van artikel 450, eerste lid sub a juncto derde lid van het Wetboek van Strafvordering en gelet op de uit de memorie van toelichting op het voorstel van wet betreffende dit artikel blijkende bedoeling van de wetgever, dient een schriftelijke volmacht van een advocaat aan een griffiemedewerker om hoger beroep in te stellen het volgende in te houden: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.