GERECHTSHOF TE AMSTERDAM ONDERNEMINGSKAMER BESCHIKKING in de zaak met nummer 200.110.668/01 OK van
(1982), zoon van Jasper sr.) eveneens 100 certificaten verkregen. Met het oog daarop heeft het Loonbedrijf 100 aandelen uitgegeven aan de STAK. Sinds 1 januari 2010 zijn er aldus negen certificaathouders. A.J. de Gier B.V. heeft bovengenoemde “vaststellingsovereenkomst” niet ondertekend. 2.11 In de (niet getekende) notulen van een gecombineerde algemene vergadering van certificaathouders en aandeelhouders van 30 november 2010 staat onder andere: “Piet licht toe dat het bedrijf risico ’s loopt bij de eerstvolgende Audit voor de ISO-certificering vanwege het ontbreken van een deugdelijke overlegstructuur en acceptatie besluiten van directie. Huig roept op om vooruit te kijken en niet te blijven hangen in het verleden. Ben van Woudenberg heeft aangeboden om op dit punt individuele gesprekken aan te gaan met als doel de samenwerking tussen de aandeelhouders te verbeteren.” Voorts staat in de notulen dat Jasper jr. de mogelijkheden van een nieuwe ondernemingsstructuur wil onderzoeken door een viertal werkmaatschappijen op te richten onder De Gier Groep. Na stemming zijn er met betrekking tot dit voorstel vier voorstanders en vier tegenstanders; één certificaathouder heeft geen mening. 2.12 In de (niet getekende) notulen van de algemene vergadering van certificaathouders van 23 november 2011 staat dat de bemiddeling door Ben van Woudenberg niet van de grond is gekomen onder andere omdat als gevolg van onderlinge strijd het draagvlak werd gemist. De notulen vermelden dat “(i)n de vergadering van 7 februari 2009 is besloten dat Gijs en Arie samen met Huig het bestuur zouden gaan vormen van de STAK. De vereiste inschrijving van het besluit bij de Kamer van Koophandel heeft (…) niet plaatsgevonden.” Onder punt 5 “Samenvatting interviews certificaathouders” staat onder andere: “- Er zijn grote verschillen van inzicht/visie onderling over Agro en Bouw. - De huidige directie functioneert niet naar behoren. - De rol van het stichtingsbestuur is niet duidelijk. - (…) - Er is te weinig transparantie, geen (financiële) verantwoording over het gevoerde beleid. - Communicatie onderling en op de werkvloer heeft negatieve invloed en zorgt voor veel onrust. - (…)” De notulen maken melding van een voorstel van Jasper jr., Jan Arie, Nico en Piet dat neerkomt op de oprichting van twee afzonderlijke werkmaatschappijen met een eigen directie. Besloten wordt om dit voorstel aan te houden. De notulen vervolgen met: “Arie stelt voor om te stemmen voor een nieuwe directie en een nieuw bestuur van de STAK. De directie bestaat in het voorstel van Arie uit: - Huig de Gier - Arie de Gier - Piet de Gier. Het bestuur van de STAK bestaat uit: - Gijs de Gier - Jan-Arie de Gier - Jasper jr. de Gier. Arie verzoekt om (het) voorstel in stemming te brengen. (…) Uit de schriftelijke stemming volgt dat 5 certificaathouders voor het voorstel stemmen. 4 certificaathouders zijnde Nico, Jan-Arie, Jasper jr. en Piet onthouden zich van stemming en verlaten de vergadering.” Ter gelegenheid van de terechtzitting is vastgesteld dat het voorstel van Arie niet op de agenda stond van de vergadering. 2.13 In een memo van 14 december 2011 aan alle werknemers van het Loonbedrijf staat dat Arie en Gijs voortaan alle personeelszaken doen en dat Huig, Arie en Piet de directie vormen van het Loonbedrijf. 2.14 In een brief van 23 januari 2012 hebben Jan-Arie, Jasper jr., Piet en Nico aan Marius, Huig, Arie, Gijs en Gerwin geschreven, zakelijk weergegeven, dat er de afgelopen 30 jaar binnen het bedrijf tussen de verschillende ooms/broers regelmatig diverse meningsverschillen en conflicten zijn geweest, dat er op sommige gebieden geen enkele vorm van samenwerking is, dat de problemen zich opstapelen en dat er sprake is van een onwerkbare situatie. Voorgesteld wordt om een onafhankelijke commissie te benoemen om kort gezegd, de toekomst van het bedrijf in goede banen te leiden. Voorts maakt de brief melding van een voorstel, afkomstig van H. Satter (hierna: Satter) over een toekomstige bedrijfsstructuur, met het verzoek hierover met elkaar van gedachten te wisselen. 2.15 Bij schrijven van 3 maart 2012 hebben Satter en P.A.M. van de Langenberg (hierna: Van de Langenberg) een voorstel gedaan aan alle certificaathouders om te komen tot een nieuwe structuur door de activiteiten onder te brengen in drie op te richten B.V.’s waarin hoofdzakelijk de activiteiten zijn ondergebracht waarmee de desbetreffende aandeelhouders zich feitelijk bezig houden, te weten Agri B.V., (aandeelhouders Marius, Arie, Gijs en Gerwin), Huig B.V. (aandeelhouder Huig) en Bouw B.V. (aandeelhouders Piet, Nico, Jan-Arie en Jasper jr.), 2.16 Bij brief van 31 maart 2012 heeft Marius aan Van de Langenberg medegedeeld dat hij heeft besloten om zijn directeurschap neer te leggen en over te dragen aan zijn broer Arie. 2.17 Bij brief van 10 april 2012 heeft Arie aan Satter en Van de Langenberg medegedeeld dat laatstgenoemden aansturen op een verkapte splitsing van het bedrijf en dat hij daaraan op geen enkele manier medewerking wil verlenen. “Wie zo nodig een eigen bv wil omdat hij met zijn medefirmanten geen rekening wenst te houden vertrekt maar naar een andere locatie. (…) Stop met alle ruzies en zet met elkaar de schouders eronder. Gezien de verstoorde verhoudingen zie ik maar 1 oplossing, namelijk een algemeen onafhankelijk directeur van buiten ons bedrijf, die boven alle partijen staat.” 2.18 Op 8 en 12 juni 2012 heeft Piet (P.R.C. de Gier B.V.) ten laste van de bankrekening van het Loonbedrijf een bedrag van totaal € 644.960 overgemaakt aan P.R.C. de Gier B.V en aan N.G. de Gier B.V. als aflossing op de leningen die deze vennootschappen aan het Loonbedrijf hebben verstrekt (zie hierboven onder 2.7). 2.19 Op 14 juni 2012 hebben Arie en Huig Piet en Nico verzocht bovenstaande bedragen terug te storten. Zij hebben P.R.C. de Gier B.V. “ontslagen (…) dan wel geschorst” als directeur en Piet de toegang tot het bedrijf ontzegd. 2.20 In de notulen van een algemene vergadering van aandeelhouders van het Loonbedrijf van 6 augustus 2012 staat onder andere: “Het bestuur van de STAK, zijnde Huig de Gier, besluit P.C.R. de Gier B.V. met onmiddellijke ingang te ontslaan als directeur van de vennootschap (…).” De notulen vermelden voorts dat Arie de Gier in persoon en G.N. de Gier B.V. door het bestuur van de STAK zijn benoemd tot bestuurders van de vennootschap. 2.21 Rabobank wil geen betalingsopdrachten van het Loonbedrijf uitvoeren, tenzij deze opdrachten zijn geaccordeerd door P.R.C. de Gier B.V. en Arie de Gier, omdat het voor de bank onduidelijk is wie bestuurder is van de vennootschap. 2.22 Piet en Nico hebben geweigerd de onder 2.19 genoemde bedragen terug te storten. Aan Nico worden geen werkzaamheden meer opgedragen.
- De gronden van de beslissing 3.1 N.G. de Gier B.V. c.s. hebben aan hun stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid van het Loonbedrijf en dat onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen ten grondslag gelegd dat er tal van meningsverschillen en conflicten zijn tussen de broers De Gier, welke hebben geleid tot een voortdurende verdeeldheid tussen de certificaathouders over het te voeren beleid van het Loonbedrijf. Volgens N.G. de Gier B.V. c.s. is er voorts sprake van een impasse in het bestuur, die noodzaakt tot het treffen van de verzochte onmiddellijke voorziening. Ter toelichting hiervan hebben zij gesteld dat P.R.C. de Gier B.V. in strijd met de statuten en het aandeelhoudersreglement als bestuurder van de vennootschap is ontslagen en dat Arie de Gier in persoon zonder een daartoe strekkend rechtsgeldig besluit tot bestuurder is benoemd. 3.2 Het Loonbedrijf c.s. hebben zich verweerd. De Ondernemingskamer zal dit verweer voor zover nodig hierna beoordelen. 3.3 De Ondernemingskamer overweegt als volgt. 3.4 Naar het oordeel van de Ondernemingskamer blijkt uit de gedingstukken en hetgeen ter terechtzitting over en weer naar voren is gebracht, dat de verhouding tussen de certificaathouders zich al een reeks van jaren kenmerkt door onderlinge verwijten en ruzies. De Ondernemingskamer wijst in dit verband op de brief van 14 december 2004, (hierboven genoemd onder 2.4) waarin reeds wordt gesproken over meningsverschillen en conflicten in de afgelopen 25 jaar. Onderdeel van de slechte verstandhouding vormt de vraag of de onderneming moet worden opgesplitst, waarbij de agrarische- en groenactiviteiten worden gescheiden van de activiteiten in de bouw. Emoties over de eenheid van het bedrijf en beloftes die in dit verband aan vader de Gier zijn gedaan, spelen bij de beantwoording van deze vraag een rol. Hoewel er volgens het Loonbedrijf c.s. geen reden is om een onderzoek te bevelen, hebben zij erkend dat de verstandhouding tussen de certificaathouders door verwijten over en weer ernstig is verstoord en dat verschil in standpunten over de toekomst van de onderneming al geruime tijd oorzaak is van onderlinge wrijving. Uit de hierboven weergegeven feiten en de opstelling van partijen bij de mondelinge behandeling is gebleken dat het geschil gedurende de afgelopen maanden aanzienlijk is geëscaleerd en in toenemende mate negatieve gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering. 3.5 Een onderdeel van de door het Loonbedrijf c.s. geuite verwijten vormt het feit dat Piet, destijds in ieder geval nog indirect bestuurder van het Loonbedrijf, in strijd met de tussen zijn persoonlijke vennootschap en het Loonbedrijf gesloten geldleningovereenkomst en zonder overleg met overige certificaathouders of de bestuurder van STAK - en zonder te verzoeken om de zekerheid van artikel 8 van die overeenkomst - (zie hierboven onder 2.7 en 2.18) een totaalbedrag van € 644.960 van de rekening van het Loonbedrijf aan P.R.C. de Gier B.V en N.G. de Gier B.V. heeft overgemaakt. Het Loonbedrijf c.s. hebben gemotiveerd gesteld dat deze handeling de liquiditeitspositie van de onderneming ongunstig heeft beïnvloed. In ieder geval kan naar het oordeel van de Ondernemingskamer niet worden gezegd dat het belang van de onderneming met deze betaling was gediend dan wel dat daaraan een zakelijk motief, waarbij de belangen van de vennootschap mede in aanmerking zijn genomen, ten grondslag heeft gelegen. 3.6 De Ondernemingskamer stelt vast dat partijen een continue discussie voeren over de vraag wie thans bestuurder is van zowel de vennootschap als van de STAK. Zij beroepen zich daarbij over en weer op de al dan niet rechtsgeldigheid van ontslagbesluiten en benoemingen tijdens de vergaderingen van certificaathouders van 7 februari 2009, 23 november 2011 en 8 augustus
- Volgens N.G. de Gier B.V. c.s. is P.R.C. de Gier B.V. bestuurder van de vennootschap; volgens het Loonbedrijf c.s. zijn Arie de Gier in persoon en G.N. de Gier B.V. bestuurders. Het is in ieder geval (ook) voor Rabobank niet duidelijk wie thans het bestuur vormt van de vennootschap (zie hierboven onder 2.21). Naar het oordeel van de Ondernemingskamer leiden de acties tot steeds nieuwe benoemingsvoorstellen en de discussie over de vraag wie bestuurder is van de vennootschap - alsmede de daarmee gepaard gaande onduidelijkheid wie bevoegd is de vennootschap te vertegenwoordigen - tot stagnatie in de uitoefening van het bedrijf, hetgeen reeds op zich zelf beschouwd een gegronde reden oplevert om aan een juist beleid van de vennootschap te twijfelen. 3.7 De Ondernemingskamer overweegt voorts het volgende. Beide partijen hebben er op gewezen dat de oprichting van de STAK in 2008 beoogde te voorzien in de behoefte aan een duidelijkere structuur omdat een algemene vergadering van aandeelhouders van de acht broers met gelijke stemrechten, niet werkte. N.G. de Gier B.V. c.s. stellen zich op het standpunt dat de certificaathouders nog steeds gebonden zijn aan de vóór de oprichting van de STAK overeengekomen aandeelhoudersovereenkomst (hiervoor genoemd onder 2.5), welke echter uitgaat (zie artikel 4 daarvan) van besluitvorming door de aandeelhouders gezamenlijk met in sommige gevallen een gekwalificeerde meerderheid. A. de Gier B.V. c.s. menen dat de aandeelhoudersovereenkomst niet op de certificaathouders van toepassing is. In dit verband is het opmerkelijk dat twee van de drie laatst toegetreden certificaathouders (J. de Gier jr. B.V. en G.A. de Gier B.V.) een “vaststellingsovereenkomst” hebben getekend waarin zij zich aan de bepalingen van de aandeelhoudersovereenkomst gebonden achten, terwijl de derde (A.J. de Gier B.V.) dit niet heeft gedaan. De vraag welke betekenis sinds de certificering nog toekomt aan de aandeelhoudersovereenkomst is door partijen bij gelegenheid van de certificering kennelijk niet onder ogen gezien en draagt thans bij aan het voortduren van de geschillen, ook in verband met het in de aandeelhoudersovereenkomst opgenomen concurrentiebeding, welk beding, zo bleek ter gelegenheid van de terechtzitting, niet los kan worden gezien van de vraag of en in hoeverre de onderneming kan worden gesplitst dan wel of een bepaald deel van de activiteiten in (een) nieuw op te richten vennootschap(pen) kan worden ondergebracht. 3.8 Ter gelegenheid van de terechtzitting is tot slot gebleken dat de certificaathouders elkaar over en weer betichten van wangedrag, hetgeen een illustratie vormt van de onherstelbare beschadiging van de onderlinge verhoudingen. Dat laatste is ter terechtzitting door alle certificaathouders onderschreven: geen van hen acht normaal overleg nog mogelijk, men kan niet meer met elkaar in gesprek, uit elkaar gaan is in feite de enige oplossing. Pogingen van Satter en Van de Langenberg om een andere structuur van het bedrijf te bespreken, zijn echter gestrand. 3.9 Al met al acht de Ondernemingskamer genoegzaam vastgesteld dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen. De Ondernemingskamer zal daarom een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken vanaf 2008 bevelen. Gelet op hetgeen onder 3.6 is overwogen is het tevens noodzakelijk om in te grijpen in het bestuur van de vennootschap door bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding de huidige bestuurders, voor zover zij bestuurder zijn, te schorsen en een onafhankelijk bestuurder te benoemen. Daarnaast worden alle aandelen in de vennootschap ten titel van beheer overgedragen aan een beheerder. 3.10 De te benoemen bestuurder mag het bovendien tot zijn taak rekenen, mede gelet op hetgeen onder 3.4, 3.6 en 3.7 is overwogen, een onderzoek te doen naar de mogelijkheden om te komen tot afscheiding of splitsing van de verschillende activiteiten van de vennootschap, of een andere wijze waarop een ontvlechting van de zakelijke belangen van de verschillende (groepen van) certificaathouders kan plaatsvinden. 3.11 De Ondernemingskamer acht ten slotte termen aanwezig de kosten van het geding tussen de verschenen partijen te compenseren in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.
- De beslissing De Ondernemingskamer: beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Loon- en Grondverzetbedrijf De Gier B.V., gevestigd te Benschop, gemeente Lopik, over de periode vanaf 2008; benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten; stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 20.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen; bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Loon- en Grondverzetbedrijf De Gier B.V en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen; schorst bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding P.R.C. de Gier B.V., gevestigd te Lopik, G.N. de Gier B.V., gevestigd te Benschop, gemeente Lopik, en A. de Gier wonende te Benschop, gemeente Lopik, voor zover zij bestuurders zijn van Loon- en Grondverzetbedrijf De Gier B.V; benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding W.R. Küh te Soest tot bestuurder van Loon- en Grondverzetbedrijf De Gier B.V.; bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Loon- en Grondverzetbedrijf De Gier B.V. en bepaalt dat deze vennootschap voor de betaling daarvan ten genoege van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden; bepaalt bij wijze van onmiddellijke voorziening vooralsnog voor de duur van het geding dat alle aandelen in Loon- en Grondverzetbedrijf De Gier B.V. ten titel van beheer met ingang van heden zijn overgedragen aan mr. W. Bekkers te Utrecht; bepaalt dat het salaris en de kosten van deze beheerder ten laste komen van Loon- en Grondverzetbedrijf De Gier B.V. en bepaalt dat deze vennootschap voor de betaling daarvan ten genoege van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden; compenseert de kosten van het geding tussen de verschenen partijen aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt; wijst af het meer of anders verzochte; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en drs. P.R. Baart RA en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 13 september 2012.