← Nederland

ECLI:NL:GHAMS:2013:1822

GERECHTSHOF AMSTERDAM kenmerk 11/00500 bis 13 juni 2013 uitspraak van de eerste meervoudige belastingkamer op het hoger beroep van [X] ([Y]) te [Z], belanghebbende, gemachtigde mr. J.J. Vetter (Geradts & Vetter Advocaten-Belastingkundigen), tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 10/1199 van de rechtbank Haarlem in het geding tussen belanghebbende en de ontvanger van de Belastingdienst/Holland-Midden, kantoor Hoofddorp, de ontvanger. 1Ontstaan en loop van het geding 1.

  1. Voor de loop van het geding verwijst het Hof naar de tussenuitspraak van 28 maart 2013, kenmerk 11/
  2. 1.
  3. De ontvanger heeft zich op 3 april en 16 mei 2013 uitgelaten over de cijfermatige uitwerking als verwoord in overweging 6.7 van de tussenuitspraak. De gemachtigde heeft dit gedaan op 16 april
  4. De griffier heeft afschriften van de briefwisseling aan de respectievelijke wederpartijen verzonden en deze hebben toestemming verleend voor het achterwege laten van een nadere zitting. 2Feiten, geschilomschrijving en standpunten van partijen Voor de feiten, geschilomschrijving en standpunten van partijen verwijst het Hof naar de tussenuitspraak van 28 maart
  5. 3Beoordeling van het geschil 3.
  6. In overweging 6.5 van de tussenuitspraak heeft het Hof het bedrag van de aansprakelijkstelling bepaald op € 106.861 aan loonbelasting en € 404.202 aan omzetbelasting, zij het onder aftrek van een nog nader te bepalen bedrag als verwoord onder 6.7 van de tussenuitspraak. 3.
  7. De briefwisseling genoemd onder 1.2 van deze uitspraak, bevat de eenduidige uitkomst van partijen dat op basis van het oordeel in de tussenuitspraak het hierboven genoemde bedrag aan loonbelasting verminderd moet worden met € 11.097,
  8. Het Hof zal het bedrag van de aansprakelijkstelling dan ook nader bepalen op € 95.763 aan loonbelasting en € 404.202 aan omzetbelasting. 4Kosten Het Hof acht termen aanwezig voor een kostenveroordeling op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn opgenomen in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). Voor het onderhavige geval zijn dat de in onderdeel a vermelde kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit per 1 januari 2013 geldende tarief: voor de bezwaarfase op € 470 (1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting x € 235 x 1 (wegingsfactor) = € 470); voor het beroep op € 944 (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting x € 472 x 1 (wegingsfactor) = € 944); voor het hoger beroep op € 1.180 (1 punt voor het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor een schriftelijke inlichting x € 472 x 1 (wegingsfactor) = € 1.180). De kostenveroordeling bedraagt in totaal dus een bedrag van € 2.
  9. 5Beslissing Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraak op bezwaar; vermindert de beschikking aansprakelijkstelling tot een bedrag van € 499.965; gelast de ontvanger het door belanghebbende in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 153 te vergoeden en veroordeelt de ontvanger in de kosten van het geding ten bedrage van € 2.
  10. De uitspraak is gedaan door mrs. J.P.A. Boersma, voorzitter, O.B. Onnes en J.P. Kruimel, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando als griffier. De beslissing is op 13 juni 2013 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen: bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.