beslissing ________________________________________________________________________ _ _ GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht zaaknummer : 200.115.152/01 NOT zaaknummer eerste aanleg : 493275 / NT 11-30 B beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 25 juni 2013 inzake: 1. de vennootschap naar Russisch recht[vennootschap 1], gevestigd te[vestigingsplaats], 2. de vennootschap naar Russisch recht[vennootschap 2], gevestigd te [vestigingsplaats], 3. de vennootschap naar Russisch recht[vennootschap 3], gevestigd te [vestigingsplaats], appellanten, gemachtigden: mrs. G.H. Gispen en B.S.J.M. van Gangelen, advocaten te Amsterdam, t e g e n [de notaris], notaris te [vestigingsplaats], geïntimeerde, gemachtigden: mrs. G.P. Oosterhoff en B.F.H. Rumora-Scheltema, advocaten te Amsterdam. 1Het geding in hoger beroep 1.1. Van de zijde van appellanten, verder respectievelijk [vennootschap 1], [vennootschap 2] en [vennootschap 3] te noemen en tezamen aan te duiden als klaagsters, is bij een op 17 oktober 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te Amsterdam, verder de kamer, van 18 september 2012, waarbij de kamer klaagsters in hun klacht tegen geïntimeerde, verder de notaris, niet-ontvankelijk heeft verklaard. 1.2. Van de zijde van de notaris is op 3 december 2012 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen. 1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 11 april 2013. Namens klaagsters zijn verschenen J. Koepp en L. Baleevhik, vergezeld van de fluistertolk M. Steur en bijgestaan door hun gemachtigden. De notaris en zijn gemachtigden zijn eveneens verschenen. De gemachtigden en de notaris hebben het woord gevoerd; de gemachtigden aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. 2De stukken van het geding Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken. 3Feiten Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld, van welke feiten ook het hof uitgaat. Klaagsters hebben aangevoerd dat de vaststelling van de feiten in de bestreden beslissing onvolledig dan wel onjuist is, hetgeen de notaris heeft betwist. Voor zover van belang zal het hof de bezwaren van klaagsters tegen de vaststelling van de feiten door de kamer en het verweer van de notaris hiertegen mede in zijn beoordeling betrekken. 4De standpunten van partijen 4.1. In deze zaak gaat het kort gezegd om het volgende. De vennootschap naar vreemd recht Yukos Oil Company (hierna: Yukos Oil) hield alle aandelen in Yukos Finance B.V. (hierna: Yukos Finance), die op haar beurt alle aandelen hield in Yukos International B.V. (hierna: Yukos International). Yukos Oil is op 1 augustus 2006 in Rusland failliet verklaard. Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2007 waarin onder meer Yukos Finance als eiseres optrad, is - kort gezegd - beslist dat het (in Rusland uitgesproken) faillissement van Yukos Oil strijdig is met de Nederlandse openbare orde en dat dit faillissementsvonnis om die reden niet in Nederland kan worden erkend. Op 4 november 2007 is Yukos Oil geschrapt uit het Russische register van ondernemingen en heeft daarmee in Rusland opgehouden te bestaan. Op 14 februari 2008 heeft de notaris in opdracht van de Stichting Administratiekantoor Yukos International (hierna: de Stichting) een akte statutenwijziging verleden. De wijziging hield in dat in de doelomschrijving is opgenomen dat de Stichting in het kader van de bevordering van bepaalde belangen zal optreden als zaakwaarnemer voor Yukos Oil. Op 14 maart 2008 heeft de notaris een akte verleden ter zake van een overeenkomst genaamd “Deed of subrogation and recourse” waarbij de Stichting, Yukos International en Moravel Investment Limited (hierna: Moravel) partij waren (hierna: de subrogatieakte). De subrogatieakte behelst een verklaring van de Stichting dat zij optreedt als zaakwaarnemer namens Yukos Oil en als zodanig ook Yukos Oil rechtstreeks vertegenwoordigt. De Stichting, Moravel en Yukos International verklaren in de akte te zijn overeengekomen dat Yukos International de vordering van Moravel op Yukos Oil uit hoofde van een akte van geldlening zal voldoen waartegenover Yukos International wordt gesubrogeerd in de rechten die Moravel uit hoofde van die geldleningovereenkomst had jegens Yukos Oil en niet met name genoemde “third parties” (onder wie klaagsters). 4.2. De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep en het door ieder hunner gestelde in de stukken van de procedure in appel. 4.3.1. Als meest verstrekkend verweer heeft de notaris aangevoerd dat klaagsters niet ontvankelijk zijn in hun klachten omdat zij hun klachten, gelet op de vervaltermijn van drie jaren zoals bedoeld in artikel 99 lid 12 Wet op het notarisambt (Wna), te laat hebben ingediend. Voorts zijn klaagsters geen belanghebbenden bij de handelingen van de notaris, waarover zij klagen. De subrogatie zelf raakt klaagsters niet in hun belang, omdat in hun rechten en plichten hierdoor niets is veranderd. Voorts zou de subrogatie ook zonder tussenkomst van de notaris hebben plaatsgevonden. Zijn handelen was slechts relevant voor het verkrijgen van bewijs omtrent de datering van de mededeling van de subrogatie en heeft zich verder beperkt tot het vastleggen van de door partijen bereikte overeenkomst. Nu klaagsters niet zijn geraakt door het handelen van de notaris rond de subrogatie, hebben zij geen belang bij het handelen van de notaris voor wat betreft de akte statutenwijziging die naar het oordeel van klaagsters mede de subrogatie mogelijk maakte. Daarnaast is het wijzigen van statuten een interne aangelegenheid van de Stichting en zijn klaagsters niet betrokken bij de interne organisatie van de Stichting. Daarbij komt dat het doel dat in de statuten werd opgenomen, geen onbereikbaar doel was, aldus nog steeds de notaris. 4.3.2. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft de notaris in het kader van dit verweer nog het volgende aangevoerd. [vennootschap 1] (en vanwege de nauwe verbondenheid tussen klaagsters ook [vennootschap 2] en [vennootschap 3]) heeft sinds 14 maart 2008 kennis van het bestaan van de subrogatieakte, maar heeft tot op heden niet getracht de geldigheid van die akte in een civiele procedure aan te vechten. Bij gebrek aan wetenschap betwist de notaris dat Moravel tevergeefs in rechte betaling van de vordering tegen klaagsters heeft gevorderd. Als dat een cruciaal punt voor klaagsters is, had het op de weg van klaagsters gelegen hieromtrent de relevante stukken in het geding te brengen. Voorts mocht de notaris, op grond van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2007, ervan uitgaan dat Yukos Oil ten tijde van het opmaken en ondertekenen dan wel het passeren van de subrogatieakte en de akte statutenwijziging nog bestond. In dit verband wijst de notaris op het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2008 (LJN: BG3573), waarin - kort gezegd - is geoordeeld dat de rechtsgevolgen die door het faillissementsrecht van een ander land aan een faillissement worden verbonden, in Nederland niet kunnen worden ingeroepen. 4.4.1. Klaagsters hebben zich op het standpunt gesteld dat zij eerst na 31 augustus 2010 kennis hebben genomen van de akte statutenwijziging en tevens na 31 augustus 2010, althans voor wat betreft [vennootschap 1] na 18 juni 2008 van de subrogatieakte, zodat van termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 99 lid 12 Wna geen sprake is. Het belang van klaagsters bij de subrogatieakte is gelegen in het feit dat zij zonder die akte niet zouden (kunnen) zijn geconfronteerd met de vordering van Yukos International. Die vordering betreft [bedrag]. Het staat vast dat de akte statutenwijziging was bedoeld om de Stichting in staat te stellen om de subrogatieakte aan te gaan. Hiermee levert de akte statutenwijziging een valse legitimatie op voor de Stichting om als zaakwaarnemer van Yukos Oil op te treden in de subrogatieakte, waardoor klaagsters in hun belangen zijn getroffen. Klaagsters zullen zich immers dienen te verweren tegen de vordering van Yukos International en in het bijzonder tegen de subrogatieakte en de door de notaris met zijn notariële gezag verleende schijn van rechtsgeldigheid van de daarin vervatte “pseudosubrogatie”. Bovendien is met die pseudosubrogatie het risico gecreëerd dat klaagsters worden gedwongen om aan een verkeerde partij te betalen. 4.4.2. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het hoger beroep hebben klaagsters op vragen van het hof - voor zover van belang - het volgende verklaard. De kwestie over de vraag of Yukos International nog bestaat, is genuanceerder. De rechtbank heeft zich in haar vonnis van 31 oktober 2007 louter uitgelaten over de erkenning van een (Russisch) vonnis. Voorts heeft Yukos International geen activa in Nederland. De notaris moet bekend zijn geweest met de arbitragezaak, waarin de vordering van Moravel door arbiters van het London Court of International Arbitration op 12 april 2007 is afgewezen. Klaagsters dachten door vorenbedoelde uitspraak van de vordering uit hoofde van de akte van geldlening af te zijn. Thans moeten klaagsters zich op grond van de subrogatieakte opnieuw tegen die vordering verweren, hetgeen ook kosten met zich brengt. Voorts kan de subrogatieakte niet het verkrijgen van bewijs omtrent de datering van de mededeling tot doel hebben gehad. Ten slotte zijn klaagsters van mening dat het doel in de akte statutenwijziging mede is gewijzigd om de subrogatieakte tot stand te laten komen en vervolgens klaagsters hiermee tot betaling aan te spreken. 5De ontvankelijkheid van klaagsters in hun klacht 5.1. Het hof overweegt omtrent de ontvankelijkheid als volgt. Wat van de vervaltermijn zoals bedoeld in artikel 99 lid 15 Wna (tot 1 januari 2013 was dat lid 12 van dit artikel) ook zij, de vraag of klaagsters tijdig hun klacht bij de kamer hebben ingediend behoeft niet te worden beantwoord, omdat klaagsters naar het oordeel van het hof geen belang hebben bij de door hun ingediende klacht. Hiertoe is het volgende redengevend. Volgens de geldende jurisprudentie zijn begrepen onder belanghebbenden als bedoeld in artikel 99 lid Wna, zoals dat luidde tot 1 januari 2013, allereerst de partijen en rechthebbenden, zoals genoemd in de artikelen 49 en 49b Wna. Vast staat dat klaagsters bij zowel de akte statutenwijziging als bij de subrogatieakte geen partij waren, noch aangemerkt kunnen worden als (rechts)personen die een recht ontlenen aan de genoemde akten in de zin van laatstvermelde artikelen. Er zijn situaties denkbaar waarin ook diegene die niet met zoveel woorden valt onder de categorieën in genoemde wetsartikelen tot het indienen van een tuchtrechtelijke klacht bevoegd kan zijn. Of een dergelijke situatie zich voordoet, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van de vraag of iemand, hoewel niet genoemd in bedoelde artikelen toch een belanghebbende is, speelt een doorslaggevende rol in hoeverre deze door het handelen of nalaten van een notaris, zodanig in een eigen belang kan zijn getroffen, dat deze, ter bescherming van dat belang de mogelijkheid moet hebben te klagen, of dat deze anderszins zo nauw betrokken is geweest bij het onderwerp dat in de klachtprocedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in die procedure te verschijnen. 5.2. Met de notaris is het hof van oordeel dat het wijzigen van haar statuten een interne aangelegenheid van de Stichting is en dat klaagsters op geen enkele wijze betrokken zijn bij de interne organisatie van de Stichting en door die statutenwijziging ook niet in hun belangen zijn geschaad. Het stond de Stichting ook vrij om vervolgens de onderhavige subrogatieakte op te laten opstellen. De stelling van klaagsters dat zij als gevolg van die akte zich thans tegen Yuokos International dienen te verweren, staat naar het oordeel van het hof in te ver verwijderd verband om van een eigen belang van klaagsters bij het handelen van de notaris in deze te spreken. Voor de toetsing van de door klaagsters bestreden geldigheid van de subrogatieakte dienen klaagsters een procedure bij de burgerlijke rechter aan te spannen. Het hof is dan ook van oordeel dat klaagsters door het handelen van de notaris niet in een eigen belang zijn getroffen en klaagsters evenmin nauw betrokken zijn geweest bij het tot stand komen van de akte statutenwijziging en de subrogatieakte, waarop het gewraakte handelen van de notaris in deze tuchtprocedure ziet. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat de notaris bij het opmaken van de akte statutenwijziging en de subrogatieakte mocht afgaan op hetgeen de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 31 oktober 2007 had beslist, namelijk dat het Russische faillissement van Yukos Oil strijdig is met de Nederlandse openbare orde en het Russische faillissementsvonnis om die reden niet in Nederland kon worden erkend. Dit betekent dat de notaris geen rekening behoefde te houden met de ontbinding van Yukos Oil op het moment dat de notaris zijn notariële werkzaamheden verrichtte. 5.3. Het voorgaande leidt ertoe dat het hof met de kamer van oordeel is dat klaagsters niet in hun klacht kunnen worden ontvangen. Aangezien het hof, zij het ook ten dele op andere gronden, tot dezelfde beslissing als de kamer is gekomen, zal het hof de beslissing van de kamer bevestigen. 5.4. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing Het hof: - bevestigt de bestreden beslissing. Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.M.A. Verscheure en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 25 juni 2013 door de rolraadsheer. KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN TE AMSTERDAM Beslissing van 18 september 2012 op de klacht met nummers: 493275 / NT 11-30 B van: 1de vennootschap naar Russisch recht [vennootschap 1], gevestigd te [vestigingsplaats]; 2. de vennootschap naar Russisch recht [vennootschap 2], gevestigd te [vestigingsplaats]; 3. de vennootschap naar Russisch recht [vennootschap 3], gevestigd te [vestigingsplaats], raadslieden: mrs G. Gispen en E.J.A.M. Meeùs, klaagsters, tegen: [de notaris], notaris te Amsterdam, raadslieden: mrs. R.J. van Galen, B.F.H. Rumora-Scheltema en G.P. Oosterhoff, de notaris. Het verloop van de procedure De kamer is uitgegaan van de volgende stukken: klaagschrift met bijlagen van 17 juni 2011; verweerschrift met bijlagen van 13 september 2011; repliek met bijlagen van 1 november 2011; dupliek met bijlagen van 20 december 2011; uitlating producties van klaagsters van 30 januari 2012; overlegging nadere producties klaagsters van 2 mei 2012. Bij de mondelinge behandeling van de klacht op 19 juni 2012 waren aanwezig aan de kant van klaagsters: de heer V. Pshenichnikov (namens klaagster sub 1), mevrouw Y. Shuvatkina (namens klaagster sub 2) en beide raadslieden. Aan de kant van de beklaagde zijn verschenen: de notaris, vergezeld van mrs. Rumora-Scheltema en Oosterhoff. Partijen hebben het woord gevoerd en hun standpunten ter zitting toegelicht aan de hand van pleitnotities. Uitspraak is bepaald op 18 september 2012. 1De feiten De kamer gaat uit van de volgende voor deze zaak van belang zijnde feiten en omstandigheden: Deze klachtzaak vindt plaats tegen de achtergrond van de “Yukos-zaak” en de verschillende juridische procedures die in die zaak in Nederland hebben plaatsgevonden en nog plaatsvinden. In die procedures gaat het, kort gezegd, om het geschil over de activa van het (voormalig) Yukos concern tussen enerzijds de Russische staat en Russische staatsinstellingen, waaronder klaagster sub 1, en anderzijds OAO Yukos Oil Company, een Russische vennootschap (hierna: Yukos Oil), en bij haar betrokkenen, waaronder de Nederlandse Yukos entiteiten en hun bestuurders. Yukos Oil hield alle aandelen in Yukos Finance B.V. (hierna: Yukos Finance), die op haar beurt alle aandelen hield in Yukos International B.V. (hierna: Yukos International). Yukos Oil is op 1 augustus 2006 in Rusland failliet verklaard. E.K. Rebgun (hierna: Rebgun) is benoemd tot curator. Rebgun heeft de bestuurders van Yukos Finance (D.A. Godfrey en B.K. Misamore) ontslagen en twee nieuwe bestuurders benoemd (onder wie S.S. Shmelkov). Op 15 augustus 2007 heeft Rebgun de aandelen van Yukos Oil in Yukos Finance op een in Rusland gehouden veiling verkocht aan OOO Promneftstroy, een Russische vennootschap (hierna: Promneftstroy). De aandelen zijn op 10 september 2007 geleverd. In een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 31 oktober 2007 waarin Yukos Finance, Godfrey en Misamore als eisers optraden en Rebgun en de twee door hem benoemde bestuurders als gedaagden is – kort gezegd – geoordeeld dat het Russische faillissement van Yukos Oil strijdig is met de Nederlandse openbare orde en dat het Russische faillissementsvonnis om die reden niet in Nederland kan worden erkend. Tegen het vonnis van 31 oktober 2007 is door Rebgun en Shmelkov hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. In die procedure is Promneftstroy als tussenkomende partij opgetreden. Bij arrest van 19 oktober 2010 heeft het hof voor recht verklaard dat Promneftstroy geen rechthebbende op de aandelen Yukos Finance is geworden. Het gerechtshof heeft voor het oordeel of het faillissement strijdig is met de Nederlandse openbare orde de zaak aangehouden. Het gerechtshof heeft nog geen (eind)arrest gewezen. Op 12 november 2007 is het faillissement van Yukos Oil bij vonnis van de Russische rechtbank geëindigd op verzoek van Rebgun. Zowel Rebgun als Promneftstroy hebben cassatie ingesteld bij de Hoge Raad tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 oktober 2010. In deze zaak heeft de Hoge Raad nog geen arrest gewezen. Op 14 februari 2008 heeft de notaris in opdracht van de Stichting Administratiekantoor Yukos International (hierna: de Stichting) – een akte Statutenwijziging (hierna: de Statutenwijziging) verleden. Tot 14 februari 2008 luidde de in artikel 2.2 van de statuten van de Stichting opgenomen doelomschrijving als volgt – voor zover hier van belang- : “De stichting zal van de aan de aandelen verbonden rechten op zodanige wijze gebruik maken dat zij zo goed als mogelijk zal waarborgen, al dan niet door het voeren van gerechtelijke procedures, de belangen van de Vennootschap en de andere, directe of indirecte, dochtermaatschappijen van Yukos Oil Company, welke gezamenlijk de groep vormen waartoe de Vennootschap behoort en de crediteuren die een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van een Nederlandse rechter tegen Yukos Oil Company en/of Yukos Finance hebben verkregen.” Met de Statutenwijziging kwam de tekst van artikel 2.2 te luiden als volgt: “De stichting bevordert de belangen van de Vennootschap, Yukos Oil Company, de andere directe of indirecte dochtermaatschappijen van Yukos Oil Company, die deel uitmaken van de groep waartoe de Vennootschap behoort, de crediteuren van Yukos Oil Company met een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van een Nederlandse rechter of een in kracht van gewijsde gegane in Nederland uitvoerbaar verklaarde uitspraak tegen Yukos Oil Company (“Crediteuren”), alsmede van de aandeelhouders van Yukos Oil Company en de bestuurders, functionarissen en werknemers van de groep waartoe de Vennootschap behoort; zij zal de aan de aandelen verbonden rechten uitoefenen op een wijze die deze belangen beschermt. De stichting kan in het kader van de bevordering van deze belangen optreden als zaakwaarnemer voor Yukos Oil Company in de zin van artikel 6:198 Burgerlijk Wetboek.” Op 14 februari 2008 heeft voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam de gelijktijdige behandeling van twee kort gedingen plaatsgevonden, waarbij onder meer [vennootschap 1], Yukos Oil, Yukos International en de Stichting partij waren. In het eerste kort geding (met nummers met nummers 388931/KG ZA 08-104 ) vorderden [vennootschap 1] en Promneftstroy een “freezing order”: een verbod gericht tot Yukos International en haar bestuurders om te beschikken over gelden op een door haar aangehouden bankrekening. In het tweede kort geding (met nummers 388931/KG ZA 08-104) vorderden onder meer Yukos International en de Stichting opheffing van alle door [vennootschap 1] gelegde beslagen. Op de zitting heeft de advocaat van de Yukos partijen, mr. Van Galen, meegedeeld dat de Stichting als zaakwaarnemer voor Yukos Oil hem als advocaat wenste te instrueren en dat de Stichting volgend op een statutenwijziging eerder die dag daartoe ook de bevoegdheid had. De voorzieningenrechter overweegt daarover in het vonnis van 6 maart 2008 als volgt: “Yukos Oil, gedaagde sub 2 in de zaak onder nummer 389897 / KG ZA 08-174, is in Rusland failliet is verklaard en vervolgens, na beëindiging van dit faillissement met ingang van 4 november 2007, geschrapt uit het Russische register van ondernemingen. Yukos Oil is dus in Rusland opgehouden te bestaan. Bij vonnis van deze rechtbank van 31 oktober 2007 is beslist dat het Russische faillissementsvonnis in Nederland niet voor erkenning in aanmerking komt. Stichting Yukos heeft ter zitting verklaard dat gelet op voornoemde omstandigheden er thans niemand is die Yukos Oil in deze procedure kan vertegenwoordigen en dat daarom Stichting Yukos de belangen van Yukos Oil waarneemt, waartoe Stichting Yukos krachtens een statutenwijziging van 14 februari 2008 bevoegd zou zijn. Zij heeft geen exemplaar van de gewijzigde statuten overgelegd. De vertegenwoordigingsbevoegdheid van Stichting Yukos is door Promneftstroy en [vennootschap 1] betwist. Zonder kennisname van de gewijzigde statuten van Stichting Yukos kan niet worden vastgesteld of de door Stichting Yukos gestelde zaakwaarneming binnen de doelstelling van haar statuten valt. Voorts kan op voorhand niet worden uitgesloten dat Stichting Yukos en Yukos Oil tegenstrijdige belangen hebben, gelet op het feit dat ze in deze procedure respectievelijk eiseres en gedaagde zijn. Evenmin is duidelijk waarom de aandeelhouders van Yukos Oil niet in haar vertegenwoordiging voorzien. Gelet op deze onduidelijkheden kan er voorshands niet van worden uitgegaan dat Stichting Yukos uit hoofde van zaakwaarneming bevoegd is Yukos Oil te vertegenwoordigen en zal verstek worden verleend tegen Yukos Oil.” Op de hiervoor genoemde zitting van 14 februari 2008 werden ook twee door [vennootschap 1] op 12 februari 2008 ingediende beslagrekesten behandeld, met Yukos Oil als gerekwestreerde. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft in voornoemd vonnis van 6 maart 2008 (in de procedure onder nummer 389897/KG ZA 08-174) Yukos International toegestaan om de vordering die Moravel Investment Limited (hierna: Moravel) had op Yukos Oil te betalen. Op 14 maart 2008 heeft de notaris een akte verleden tussen de Stichting, Yukos International en Moravel, getiteld “Deed of subrogation and recourse” (hierna: de Subrogatieakte). De Subrogatieakte behelst een verklaring van de Stichting (die daarin compareert met Moravel en Yukos International) dat zij optreedt als zaakwaarnemer namens Yukos Oil en als zodanig ook Yukos Oil rechtstreeks vertegenwoordigt. De Stichting, Moravel en Yukos International verklaren in de akte te zijn overeengekomen dat Yukos International de vordering van Moravel op Yukos Oil uit hoofde van een akte van geldlening van 30 september 2003 zal voldoen waartegenover Yukos International werd gesubrogeerd in de rechten van Moravel uit hoofde van voornoemde geldleningovereenkomst tegenover Yukos Oil en niet met name genoemde “third parties” (onder wie klaagsters). In een brief van 14 maart 2008 heeft de advocaat van Moravel mededeling gedaan aan de rechtbank van de betaling van de vordering door Yukos International aan Moravel, met een kopie van die brief aan de raadslieden van alle betrokken partijen, waaronder [vennootschap 1]. Op 15 maart 2008 heeft de raadsman van Yukos International de subrogatie bevestigd in een brief aan de rechtbank, met een kopie aan onder meer de raadsman van [vennootschap 1]. Op 30 mei 2008 heeft de raadsman van Yukos International aan de rechtbank geschreven (met een kopie aan onder meer de raadsman van [vennootschap 1]) - voor zover hier van belang -: “De subrogatie van Yukos International in de rechten van Moravel (…) Zo de rechtbank zulks nodig zou achten om te beoordelen of Yukos International geldig is gesubrogeerd, bied ik aan de betreffende stukken te overleggen.” Op 3 april 2008 is Yukos International in hoger beroep gegaan tegen de beslissing van de voorzieningenrechter van 6 maart 2008 in de zaak 388931/KG ZA 08-104. Bij betekening van de dagvaarding op 3 april 2008 aan [vennootschap 1] werden ook de gewijzigde statuten (1.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.