GERECHTSHOF AMSTERDAM afdeling civiel recht en belastingrecht, team I zaaknummer: 200.013.088/01 zaaknummer rechtbank: 825633 DX EXPL 06-3702 arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 24 september 2013 inzake [appellant] , wonend te [woonplaats], appellante, advocaat: mr. M.J. Meijer, te Haarlem, tegen: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEXIA NEDERLAND B.V. (voorheen DEXIA BANK NEDERLAND N.V.), gevestigd te Amsterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, te Amsterdam. 1Het verdere verloop van het geding in hoger beroep Partijen worden hierna [appellant] en Dexia genoemd. Voor het verloop van de procedure tot 9 april 2013 verwijst het hof naar het op die datum uitgesproken tussenarrest. Ingevolge het tussenarrest heeft op 24 mei 2013 een getuigenverhoor plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. [appellant] heeft een conclusie na enquête genomen – met producties – en Dexia een antwoordmemorie na enquête, eveneens met producties. Tenslotte is wederom arrest gevraagd. 2De verdere beoordeling 2.1 Deze procedure ziet op de door [X] met Dexia gesloten leaseovereenkomsten waarvan [appellant] als echtgenote van [X] de nietigheid heeft ingeroepen. Dexia beroept zich op verjaring van de rechtsvordering van [appellant] tot vernietiging daarvan. Bij het tussenarrest heeft het hof voorshands als bewezen aangenomen dat [appellant] meer dan drie jaar bekend was met het bestaan van de leaseovereenkomsten toen zij op 30 december 2004 de nietigheid daarvan heeft ingeroepen, zodat daarvan uitgaande de rechtsvordering van [appellant] tot vernietiging is verjaard. [appellant] is toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen dit voorshands als bewezen aangenomen feit. 2.2 [appellant] heeft zichzelf en [X] als getuigen laten horen. Dexia heeft afgezien van het horen van getuigen in contra enquête. 2.3 [appellant] heeft, voor zover van belang, als getuige het volgende verklaard. Zij is in juni 2004 afgestudeerd en vervolgens begonnen met deeltijdwerk in het onderwijs. Haar salaris werd overgemaakt op de en/of rekening die op naam stond van [X] en/of [appellant]. Deze bankrekening beschouwde zij als de rekening van haar man. Zij gebruikte zelf een en/of-rekening die op naam stond van [appellant] en/of [X]. Door haar onregelmatige werkzaamheden moest [appellant] controleren of alle uren wel waren betaald. Op de rekeningafschriften zag zij betalingen aan Dexia en stortingen van Dexia. Zij heeft haar man daarover opheldering gevraagd. [X] heeft [appellant] vervolgens ingelicht over het bestaan van de leaseovereenkomsten. Hij had haar daar niet eerder over verteld. [appellant] heeft als getuige verklaard dat zij op dat moment boos was op haar man, omdat zij er niet in was gekend dat hij deze contracten had gesloten. [appellant] is vervolgens gaan uitzoeken waar deze contracten precies betrekking op hadden. Toen is haar gebleken dat deze nadelig zouden aflopen. Zij is vervolgens in contact gekomen met de stichting Eega-lease en heeft een voorbeeld van een vernietigingsbrief van deze stichting gebruikt om de leaseovereenkomsten buitengerechtelijk te vernietigen. heeft verder verklaard dat ze heus wel eens een rekeningafschrift van de en/of-rekening van haar man heeft ingezien, maar het eerste moment waarop zij kennis nam van de boekingen van Dexia was het hiervoor genoemde moment (in 2004). Zij heeft verklaard dat zij vóór het moment waarop zij kennis nam van de boekingen van Dexia geen telefonisch contact heeft gehad met Dexia of haar rechtsvoorgangsters. 2.4 Nadat [appellant] de hiervoor onder 2.3 samengevat weergegeven verklaring had afgelegd, hebben de vertegenwoordigers van Dexia tijdens de zitting een geluidsopname ten gehore gebracht en een transcript daarvan overgelegd. Namens Dexia is gesteld dat dit een opname is van een telefoongesprek dat (volgens Dexia) op 29 april 2003 om 17:06 uur heeft plaatsgevonden tussen een medewerker van Dexia en [appellant]. [appellant] heeft vervolgens als getuige bevestigd dat zij haar stem op deze opname herkent en ook die van haar dochter, die als eerste de telefoon had aangenomen.De relevante passages uit dit telefoongesprek luiden als volgt: Medewerker van Dexia:Ik bel eigenlijk voor de heer [X], maar ik weet niet of u misschien ook van het Dexia Aanbod afweet?[appellant]: Ja, daar weet ik alles van ja. Medewerker van Dexia: Het gaat er namelijk om dat ik even wilde controleren of het klopt dat er bij ons geen reactie op is binnengekomen? [appellant] : Ja, dat klopt. Medewerker van Dexia: Dus u wilt niet op het aanbod ingaan? [appellant] : Nee, we willen er niet op ingaan. Medewerker van Dexia: Alles is verder wel duidelijk? [appellant] : Ehh, ja, ja, we hebben het allemaal doorgenomen. We hebben zoiets van, naja kijk, voor ons duurt het nog een aantal jaar. En we hadden zoiets van, ja, we zien het wel. We willen ons ook niet nu vastleggen op het aanbod. Of vastleggen… maar eh, we wilden er verder geen gebruik van maken. Medewerker van Dexia: Oké ik begrijp het. [appellant] : Ja. Medewerker van Dexia: Het is duidelijk, ik zal het registreren hier. [appellant] : Oké. 2.5 [appellant] heeft na het afluisteren van de gespreksopname verklaard dat zij totdat de geluidsopname ter sprake kwam, geen herinneringen had aan het telefoongesprek. Wat zij zich na het afluisteren daarvan wel herinnert, is het volgende. Op enig moment was zij ervan op de hoogte geraakt dat haar man contracten had afgesloten met Dexia. Zij wist dat er beleggingsbeslissingen waren genomen die niet profijtelijk waren. Haar man was ermee bezig wat hij daar verder mee moest doen. In dat verband speelde ook het Dexia Aanbod. Zij weet niet meer wat dat precies inhield, maar wel dat het Dexia Aanbod voor hen niet voordelig was. [appellant] was er kwaad over dat [X] de contracten had gesloten. Na het afluisteren van de opname heeft [appellant] haar verklaring teruggenomen dat zij nooit telefonisch contact met Dexia heeft gehad. Verder heeft zij verklaard dat uit de opname volgt dat zij ten tijde van het telefoongesprek ervan op de hoogte was dat haar man contacten met Dexia had gesloten. 2.6 [X] heeft als getuige, voor zover van belang en samengevat weergegeven, het volgende verklaard. De contracten met Dexia heeft [X] gesloten nadat een verkoper bij hem thuis was geweest. [appellant] was bij die gesprekken niet aanwezig. De automatische incasso werd gedaan vanaf de en/of-rekening die voor de vaste lasten werd gebruikt. [appellant] is achter het bestaan van de contracten gekomen doordat zij de rekeningafschriften had gecontroleerd. Dat had zij gedaan in verband met de controle van de ontvangst van haar eerste salaris. Vervolgens hebben [X] en [appellant] uitgezocht wat zij met de contracten moesten doen, [X] was er zelf al eerder achter gekomen dat de contracten nadelig waren. [appellant] is gaan uitzoeken wat met de contracten gedaan kon worden. Onder andere is contact geweest met de stichting Eega-lease. Die adviseerde de contracten te vernietigen en dat heeft zijn vrouw vervolgens gedaan.[X] heeft verklaard bekend te zijn met het Dexia Aanbod. Hij was er al vrij snel uit dat dit geen recht zou doen aan zijn situatie. Hij heeft het Dexia Aanbod niet geaccepteerd. 2.7 Nadat [X] de hiervoor onder 2.6 samengevat weergegeven verklaring had afgelegd, is de verklaring van [appellant] aan [X] als getuige voorgehouden. Tevens is de opname van het telefoongesprek, dat volgens Dexia op 29 april 2003 heeft plaatsgevonden, ter zitting ten gehore gebracht. [X] verklaart vervolgens dat hij de stemmen van zijn dochter en van zijn vrouw herkent. Hij is heel verbaasd over de inhoud van het telefoongesprek. Zijn vrouw zegt daarin dat het Dexia Aanbod door hen is besproken en dat zij hebben besloten daar geen gebruik van te maken. Volgens [X] heeft een dergelijk gesprek niet plaatsgevonden. Hij begrijpt de bandopname zo dat zijn vrouw de medewerker van Dexia heeft ‘afgepoeierd’. Zij deed net alsof ze begreep waar het over ging om er vanaf te zijn. De getuige is voorgehouden dat zijn verklaring, dat zijn vrouw in oktober 2004 van het bestaan van de contacten op de hoogte is geraakt, niet verenigbaar is met het bekend zijn met contracten in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.